Forensic Science: wie is de dader?

Case

Forensic Science: wie is de dader?

Software herkent basisgezichten; hormonen verraden tijdstip bloedverlies

Van automatische gezichtsherkenning op bewakingsbeelden, via wiskunde voor het combineren van bewijs, tot chemische herkenning van haren en bloed: onderzoeksprojecten in het programma Forensic Science bestrijken het hele terrein van de forensische wetenschap.

Automatische gezichtsherkenning

Beelden van beveiligingscamera’s spelen een belangrijke rol bij de opsporing en berechting van verdachten. Maar vaak zijn gezichten er moeilijk op te herkennen. Het lukt computers steeds beter om dat tóch te doen, vaak doen ze het al beter dan mensen.

‘Mensen herkennen bekenden razendsnel,’ vertelt Raymond Veldhuis, onderzoeker in patroonherkenning en biometrie aan de Universiteit Twente. 'Maar als het gaat om onbekenden, of om foto’s met slechte belichting of beeldkwaliteit, kunnen computers inmiddels een stuk betrouwbaarder zeggen of twee foto’s van hetzelfde gezicht afkomstig zijn.’ Veldhuis leidt een onderzoeksproject naar forensische gezichtsherkenning.

Beelden vergelijken met database

Gezichtsherkenning door de computer is nog niet zo makkelijk. Beelden van beveiligingscamera’s zijn vaak onduidelijk. De camera hangt hoog waardoor het perspectief onnatuurlijk is, mensen bewegen, kijken weg, of dragen petten en capuchons. Ook is de beeldresolutie vaak onvoldoende. Veldhuis: ‘Veel winkeliers hangen zo’n camera vooral op omdat het moet van de verzekering, dus het zijn vaak goedkope modellen.’

Toch is het belangrijk de beelden te kunnen vergelijken met bijvoorbeeld een database van delinquenten. Menselijke gezichtsherkenningsexperts van het Nederlands Forensisch Instituut doen dat. Zij letten op bijvoorbeeld de vorm van de neus, wenkbrauwen of de kaaklijn.

Basisgezichten als uitgangspunt

De huidige gezichtsherkenningssoftware werkt juist totaal anders. ‘Die hanteert veel abstractere kenmerken’, zegt Veldhuis. ‘Bijvoorbeeld met uitgangspunt een aantal standaard basisgezichten. De software kan uitrekenen hoeveel procent van ieder basisgezicht er op een foto staat. Als twee gezichten ongeveer dezelfde percentages bevatten, dan lijken ze blijkbaar op elkaar.’

Veldhuizen bestudeert hoe de menselijke experts gezichten herkennen. Daarna wil hij deze menselijke methode vertalen in software en combineren met huidige gezichtsherkenningssoftware. Als dat lukt, geeft gezichtsherkenning waarschijnlijk betrouwbaardere resultaten.

Bloed: van wanneer?

In een ander onderzoeksproject wordt onderzocht hoe er meer informatie te halen is uit menselijk sporen zoals bloed.

‘Stel dat er bloedsporen van een verdachte zijn gevonden na een moord. De verdachte ontkent de moord. Hij zegt dat hij een paar uur voor de moord aanwezig was voor kluswerk, en zich toen in zijn vinger heeft gesneden. Dit is te controleren doordat we aan het bloed kunnen zien op welk tijdstip van de dag het het lichaam van de verdachte heeft verlaten,’ zo vertelt professor Manfred Kayser. Hij leidt het onderzoek en licht het toe in het magazine van het Erasmus MC.

we kunnen aan het bloed zien op welk tijdstip dit het lichaam van de verdachte verliet
- professor Manfred Kayser

‘Om dat tijdstip te bepalen richten we ons momenteel op de hormonen melatonine en cortisol in het bloed. Melatonine bereikt ’s nachts na drie uur zijn piek en neemt af in de loop van de dag. Cortisol heeft de hoogste concentratie in de vroege ochtend. We hopen nog specifieker te worden door biomarkers toe te voegen, maar op dit moment is het al mogelijk om te zeggen of het bloed ’s nachts of overdag is achtergelaten. Deze methode kan ook belangrijk zijn om het tijdstip te bepalen waarop het misdaadslachtoffer is overleden.’

Wist u dat? een biomarker een stof is die biologische processen in het lichaam opspoort?

DNA-onderzoek bij familie

In één van de wiskundige onderzoeksprojecten gaat het om verdachten opsporen met behulp van DNA-onderzoek naar familieleden.

Sinds kort staat de wet het toe om bij ernstige strafbare feiten, zoals moord en verkrachting, DNA-verwantschapsonderzoek naar familieleden van verdachten te doen als de verdachte zelf onvindbaar is. Als op een plaats delict een DNA-profiel wordt aangetroffen, kan dat vergeleken worden met dat van een broer, zus, ouder of kind van de verdachte. DNA van bloedverwanten vertoont namelijk relatief veel gelijkenis.

Kansrekening is nodig

DNA-onderzoek is echter zelden eenduidig. Het is te moeilijk het hele DNA te bekijken, daarom worden slechts een klein deel bekeken. Vaak is een DNA-spoor ook onvolledig zodat een bepaald DNA-profiel misschien wel zeldzaam is, maar niet uniek.

Daarnaast speelt altijd de vraag hoe een bepaald spoor ergens terecht is gekomen: het feit dat iemands DNA ergens aangetroffen wordt, wil niet automatisch zeggen dat die persoon daar daadwerkelijk geweest is.

In het onderzoeksproject worden dit soort statistische en kanstheoretische aspecten van het gebruik van DNA van familieleden onderzocht. Het onderzoek wordt geleid door Ronald Meester, hoogleraar kansrekening aan de VU.

Eén broer werkt mee, de ander niet. Wat dan?

Ook de ethische aspecten komen aan de orde. Bijvoorbeeld: Jan wil niet meewerken aan een onderzoek waarbij mensen die in dezelfde straat wonen, gevraagd wordt DNA af te staan. Zijn broer Piet die ook in de straat woont, doet echter wél mee. De weigering van Jan heeft dan niet zoveel zin omdat zijn broer meedoet. Jans' recht op de weigering is dus voor een goed deel ongedaan gemaakt. Mag dat wel?

Praktijkgerelateerd onderzoek

Uniek aan het programma Forensic Science is dat het multidisciplinair is. Het omvat onderzoek in de informatica, chemie en wiskunde, zoals de voorbeelden hierboven laten zien. Ook uniek is dat de FIOD, het Openbaar Ministerie en het Nederlands Forensisch Instituut bij het programma betrokken zijn. Onderzoeksprojecten zijn daardoor op vragen uit de praktijk afgestemd.