Programmaraad voor het onderwijsonderzoek

Nieuw wetenschappelijk onderzoek over taal in het basisonderwijs

30 november 2011

Werkwoordspelling, leren lezen met verbeeldingskracht en beter leren schrijven zijn de onderwerpen waarnaar wetenschappers de komende tijd nieuw onderzoek gaan doen. De Programmaraad voor het onderwijsonderzoek, onderdeel van NWO, heeft in november subsidie toegekend aan vier nieuwe onderzoeksprogramma's. Twee hiervan hebben het karakter van research & development. Dit betekent dat wetenschappers samenwerken met partijen uit de onderwijs(advies)praktijk.


De onderzoeksprogramma's zijn hieronder kort samengevat.

  • De algoritmische aanpak van de werkwoordspelling tussen fases van voorbereiding en afronding, Prof. dr. A.H. Neijt, Radboud Universiteit Nijmegen
    De Nederlandse werkwoordspelling wordt op de basisschool het meest succesvol geleerd door middel van een algoritmische regelaanpak, die het aanleren van een grammaticaal begrippenapparaat combineert met spellingregels voor werkwoordsvormen. Toch blijkt de beheersing van de werkwoordspelling uiteindelijk onvoldoende te zijn. In dit project worden drie mogelijke oorzaken onderzocht: (1) de moeilijkheidsgraad van het arsenaal aan grammaticale begrippen, (2) de manier waarop tijdens de training met de algoritmekaart wordt omgegaan, en (3) het onvermogen van leerlingen om de denkstappen van het algoritme in te prenten. De vergelijking van een intensieve en een minder intensieve training in grammaticale begrippen en de invloed daarvan op spellingvaardigheid kan uitwijzen of de genoemde moeilijkheidsgraad (oorzaak 1) de kern van het probleem is. Het is echter ook denkbaar dat het zichtbaar blijven van de algoritmekaart tijdens de training tot gevolg heeft dat het systeem van de werkwoordspelling niet goed beklijft (oorzaak 2). Bovendien zou de algoritmische methode voor volleerde spellers op den duur wel eens te traag en te omslachtig kunnen zijn. Rond oorzaak 3 wordt nagegaan of de resultaten verbeteren wanneer het algoritmeonderwijs wordt gevolgd door onderwijs dat verkortingsstrategieën aanbiedt. Wanneer de resultaten van leerlingen blijken te verbeteren, dan kan aan het einde van de basisschool wellicht bereikt worden dat in plaats van zestig tot zeventig procent op dit moment minstens tachtig procent van de leerlingen goed op werkwoordspelling scoort.


  • Leren lezen met verbeeldingskracht, Dr. M. van der Schoot, Vrije Universiteit Amsterdam
    Zorgwekkend: een groeiend aantal basisschoolleerlingen scoort ondermaats op begrijpend lezen. Bovendien beleven Nederlandse leerlingen vanaf groep 4 steeds minder plezier aan het lezen van een boek. Een mogelijke oorzaak hiervoor is de geringe aandacht voor lezen als zintuiglijke ervaring. Om tot diep tekstbegrip te komen, moeten lezers niet op het letterlijke niveau blijven steken, maar moeten zij zich een mentale voorstelling (situatiemodel) kunnen maken van de situatie die in de tekst wordt beschreven. Dat doen zij aan de hand van verschillende informatiebronnen, zoals wereldkennis, informatie uit de tekst, eerder opgedane eigen ervaringen en gevoelens die worden opgeroepen door de tekst. Goede 'begrijpend lezers' hanteren een actieve aanpak: zij passen steeds bepaalde strategieën toe als zij een tekst lezen. Pas als zwakke 'begrijpend lezers' expliciet onderwezen worden welke leesstrategieën zij kunnen toepassen, leren zij lezen zoals goede lezers dat doen. In dit project wordt onderzocht of leerlingen, die expliciet onderwezen worden in leesstrategieën die bijdragen aan de constructie van situatiemodellen, niet alleen meer leesplezier zullen beleven, maar ook beter zullen presteren op begrijpend lezen. De resultaten zullen bijdragen aan een nieuwe methode voor begrijpend lezen, waaronder een interactief computergestuurd programma dat lezers aanzet tot het maken van een mentale voorstelling van de tekst.


  • Beter schrijfonderwijs op de basisschool, Prof. dr. G.C.W. Rijlaarsdam, Universiteit van Amsterdam – R&D-onderzoek
    Recent inspectieonderzoek toont aan dat onderwijs in het schrijven van teksten didactisch onder de maat is. Uit onderzoek blijkt echter dat er didactische ingrediënten beschikbaar zijn, waarvan de werkzaamheid is bewezen. Onderwijsondersteuners (CED, Rotterdam) en onderzoekers (UvA) willen het schrijfonderwijs een duurzame impuls bieden. Duurzaam door: (1) het schrijfonderwijsprogramma te koppelen aan een veelgebruikt leesonderwijsprogramma; (2) de ontwikkeling en uitvoering van het programma onder te brengen in een staande onderwijsondersteuningsorganisatie; (3) het nieuwe schrijfvaardigheidsonderwijsprogramma te ondersteunen door trainingen en coaching met oog voor opbrengstgericht werken. Het onderzoeksteam gaat de effecten na van zowel het nieuwe schrijfleesonderwijsprogramma en als van training en coaching van gebruikers. In het schrijfonderwijsprogramma staat, net als in het leesonderwijsprogramma, het aanleren van strategieën centraal. Training en coaching zijn gericht op didactische vaardigheden zoals modellering van strategieën, feedback geven, peer teaching en samenwerkend leren enerzijds en op opbrengstgericht werken (vorderingen in kaart brengen en dus beoordelen van teksten, opbrengst verhogende didactische experimenten uitvoeren) anderzijds. Het onderzoek wordt gedaan door zestig leerkrachten gedurende twee jaar te volgen en drie verschillende situaties waarin zij werken met elkaar te vergelijken.


  • Verbetering van de schrijfvaardigheid van leerlingen in de bovenbouw van het primair onderwijs, Prof. dr. H. van den Bergh, Universiteit Utrecht – R&D-onderzoek
    Dit project beoogt bij te dragen aan het verhogen van de kwaliteit van het schrijfonderwijs door het didactisch handelen en de toets- en evaluatiepraktijk van leerkrachten te verbeteren. In dit project werken de universitaire onderzoekers samen met Avans Hogeschool Breda en Cito. In de eerste onderzoekslijn gaan de onderzoekers met teams van docenten verschillende onderdelen van lessenseries voor de verbetering van de schrijfvaardigheid in de bovenbouw van het primair onderwijs ontwikkelen. In diverse studies worden deze op hun effectiviteit en overdraagbaarheid beproefd. Ook gaan de onderzoekers na wat het effect is van inhoudelijke en vakdidactische coaching tijdens een lessenserie, al dan niet in combinatie met training in beoordeling en feedback. In een tweede onderzoekslijn besteden de onderzoekers aandacht aan de beoordeling van schrijfvaardigheid. Het doel hiervan is ten eerste het geven van feedback aan leerlingen op hun teksten en ten tweede het vormen van een oordeel over de kwaliteit van deze teksten met behulp van een nieuw te ontwikkelen beoordelingsinstrument. Door gebruik te maken van een doorlopende beoordelingsschaal voor schrijfvaardigheid kan bovendien de vooruitgang van de leerlingen worden bijgehouden. De beoordelingsschaal zal gekoppeld worden aan de referentieniveaus zoals vastgesteld door de commissie Meijerink.
Meer informatie over de nieuwe programma's bij Edwin Hubers, PROO-bureau, e.hubers@nwo.nl


Programmaraad voor het onderwijsonderzoek (PROO)
NWO/MaGW