Programmaraad voor het onderwijsonderzoek

Taalachterstand Nederlands-Marokkaanse kinderen vooral door gebrekkige academische taal

6 september 2011

Nederlandse leerlingen van Turkse en Marokkaanse afkomst hebben de zwakste positie in het basisonderwijs. Vaak wordt als verklaring gegeven dat zij thuis een andere taal dan het Nederlands spreken. Maar volgens NWO-onderzoeker Mohammadi Laghzaoui (Universiteit van Tilburg) is het probleem ingewikkelder: hij toont in zijn promotieonderzoek aan dat de achterstand vooral ligt in het niet verwerven van de meer abstracte taal die aan de orde is bij het leren en onderwijzen op school, de zogeheten academische taal. Hij beveelt ouders en leerkrachten aan taalactiviteiten te ontwikkelen om de verwerving ervan te stimuleren.

Mohammadi Laghzaoui volgde drie- tot zesjarige Marokkaans-Berberse kinderen over een periode van drie jaar. In deze leeftijdsfase ontwikkelt zich de academische taal of schooltaalvaardigheid. Het gaat daarbij om de meer abstracte communicatie over zaken die het dagelijks leven overstijgen en de daarbij behorende begrippen. Voorbeelden hiervan zijn het taalgebruik in de schoolboeken en de instructietaal van de leraren. Hij onderzocht daarbij zowel de thuis als de schoolsituatie.

Sociaaleconomische achtergrond doet er toe

Laghzaoui vond dat leerkrachten meer academische taal hanteren als de kinderen ouder worden, terwijl tweetalige kinderen deze al jonger kunnen leren. Ook constateerde hij dat Marokkaans-Berberse moeders met een lagere sociaaleconomische achtergrond minder academische taal gebruiken dan hoger opgeleide ouders. Kinderen op de leeftijd van vijf jaar hebben de neiging om op school meer complexe constructies te gebruiken dan thuis.

Leerkrachten in gemengde klassen praten simpeler

Leerkrachten in kleuterklassen met veel tweede-taalleerders gebruiken net zo veel abstracte taal, maar minder ingewikkeld, in vergelijking met leerkrachten in kleuterklassen met weinig tweede-taalleerders. Het lijkt erop dat ze de inhoud van hun taalaanbod niet aanpassen, maar de vorm ervan simpeler maken, stelt Laghzaoui.

Bewuster taalaanbod

De promovendus beveelt aan dat ouders en leerkrachten bewuster moeten zijn van het soort taal dat zij gebruiken met de kinderen. Ze zouden meer aandacht moeten besteden aan de soort taalactiviteiten om verwerving van die academische taal mogelijk te maken. De rol van de school is om kinderen een meer gestructureerde en georganiseerde manier van leren te bieden om dit te bevorderen.

Mohammadi Laghzaoui (1971, Ait Bouyahie - Nador (Morokko) studeerde Engelse taal en literatuur aan de Oujda University (Morokko). In 2001 behaalde hij zijn master taalkunde aan Tilburg University. Hij is momenteel verbonden aan het department of cultuurstudies en lid van Babylon, Centrum voor Studies van de multiculturele samenleving van Tilburg University. Het onderzoek is gefinancierd door de Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek, onderdeel van NWO, en maakt deel uit van het grotere programma DASH (Development of Academic language at School and at Home, de ontwikkeling van academische taal op school en thuis).


Emergent academic language at home and at school. A longitudinal study of 3- to 6-year old Morrocan Berber children in the Netherlands

Mohammadi Laghzaoui promoveert op 9 september om 10.00 uur in de aula van de universiteit, Warandelaan 2. Titel proefschrift: Emergent academic language at home and at school. A longitudi-nal study of 3- to 6-year old Morrocan Berber children in the Netherlands.

Promotoren: prof. dr. A.L.M. Vallen †, prof. dr. J.W.M. Kroon,
copromotoren: dr. J.J. Kurvers, dr. A. Ei Assati.

Laghzaoui is te bereiken via tel. 0610116894 en e-mail: mo.laghzaoui@gmail.com