Urban Regions in the Delta
| Actielijn | : | Wetenschap voor de samenleving |
| Valt onder NWO-thema | : | Verbinden van duurzame steden |
| Penvoerderschap | : | MaGW |
| Deelnemers | : | ALW |
| Indienen | : | Nee, de subsidie is gesloten voor indiening |
Het doel van het FES programma Urban Regions in the Delta is het ontwikkelen, delen en toepassen van kennis die nodig is om in stedelijke netwerken binnen het Nederlandse deel van de Noordwestelijke Europese metropool een duurzame gebiedsontwikkeling te realiseren, waarin water, natuur, landbouw, wonen, werken, recreatie en mobiliteit worden geoptimaliseerd. Het onderzoek wordt uitgevoerd door middel van praktijkgericht casusonderzoek.
Wie kan aanvragen
- Een aanvraag voor subsidie kan namens een consortium worden ingediend door een hoogleraar of universitair hoofddocent werkzaam aan een Nederlandse universiteit. Hoogleraren en UHD's op het terrein van infrastructuur, verkeer & vervoer, transport en ruimtelijke planning, klimaat, energie, water, sociale wetenschappen, bestuurskundigen, sociaal geografen, economen e.d. worden uitgenodigd om een voorstel in te dienen;
- Een consortium bestaat uit 2, 3 of 4 samenwerkende universitaire onderzoeksgroepen in Europa, waarvan de onderzoeksleiders een overtuigend track record dienen te hebben. Minimaal één van de onderzoeksgroepen moet afkomstig zijn van een universiteit buiten Nederland. Universitaire groepen kunnen niet in meer dan één consortium participeren.
- Om de interuniversitaire samenwerking en samenwerking tussen universiteiten en hogescholen te bevorderen is het uitdrukkelijk de bedoeling dat een deelproject wordt uitgevoerd door onderzoekers die aan verschillende universiteiten, onderzoeksinstituten of hogescholen (binnen en buiten Nederland) zijn verbonden. Voorts vormt de multidisciplinaire samenwerking binnen en tussen deelprojecten een belangrijk aspect van het URD-programma.
- Buitenlandse medeaanvragers dienen afkomstig te zijn uit een land dat ook lid is van het JPI URBAN EUROPE. De volgende landen nemen deel aan dit Europese samenwerkingsprogramma: Duitsland, Denemarken, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Malta, Noorwegen, Oostenrijk, Spanje, Turkije, Zweden en Zwitserland.
- Van hoofdaanvragers wordt verwacht dat zij bereid zijn om de wetenschappelijke, organisatorische, en financiële verantwoordelijkheid van het onderzoek op zich te nemen, indien subsidie wordt toegekend. Dit houdt onder meer in het opstellen van voortgangsrapporten, meewerken aan de tussentijdse en de eindevaluatie, en een actieve inzet bij de overdracht van (tussentijdse) onderzoeksresultaten aan mogelijke gebruikers middels workshops, congressen, vakpublicaties, boekbijdragen enz. Voorts wordt van alle aanvragers verwacht dat zij desgevraagd bereid zijn ook op basis van reeds aanwezige kennis advies te geven.
- Onderzoeksgroepen verbonden aan buitenlandse universiteiten kunnen ook subsidie krijgen uit de het URD- programma, maar niet rechtstreeks. Een Nederlandse universiteit blijft eindverantwoordelijk voor de totale toegekende subsidie en de gestelde subsidievoorwaarden blijven van kracht (zie ook paragraaf 3.2).
- Een belangrijk aspect, vanaf de start van dit programma, vormt de overdracht van de ontwikkelde (en reeds aanwezige relevante) kennis naar de gebruikers en probleemeigenaren toe, zoals bijvoorbeeld de waterschappen, regionale en lokale overheden, bedrijven en andere belanghebbenden bij de casus. Het opnemen van de probleemeigenaren in het consortium is dan ook aan te bevelen.
Wat kan aangevraagd worden
Het URD-programma is multi- en interdisciplinair van aard en is gericht op internationaal vergelijkend casus- onderzoek met een maximale looptijd van twee jaar. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een multidisciplinair consortium van 2, 3 of 4 universitaire onderzoeksgroepen, lectoren van hogescholen en/of publieke onderzoeksinstellingen, zoals bijvoorbeeld TNO of Deltares. De leiding en de coördinatie van de uitvoering van die onderzoeksprojecten zijn in handen van de hoofdaanvragers. Als hoofdaanvrager kunnen optreden de hoogleraren en universitaire hoofddocenten van één van de Nederlandse universitaire onderzoeksgroepen. Subsidie kan worden aangevraagd voor onderzoekprojecten bestaande uit een combinatie van postdoc projecten, overige (niet- universitaire) onderzoekers, bijbehorend materieel krediet en kosten voor het vormen van een internationaal netwerk. Het project kan een totale subsidie ontvangen van maximaal 950.000 euro per aanvraag voor een periode van maximaal twee jaar. Cofinanciering is verplicht. De minimaal verplichte co-financiering bedraagt 20%, de maximale URD- subsidie in een project is 80%. Indien een subsidie wordt ontvangen van € 950.000 (maximaal mogelijke subsidie) is dus minimaal € 237.500 cofinanciering ingebracht door deelnemende (praktijk)partijen in een totale projectomvang van € 1.187.500.
Wanneer kan aangevraagd worden
- De sluitingsdatum voor het indienen van een Letter of Intent was op 8 september 2011 (12.00 uur 's middags).
- De sluitingsdatum voor het indienen van uitgewerkte aanvragen was op 14 november 2011 (12.00 uur 's middags).
Om de belangstelling te peilen en de beoordelingprocedure adequaat in te kunnen richten dienen Letters of Intent (LOI's of ook wel vooraanmelding genoemd) te worden ingediend.
Aanvragen kunnen na de sluitingsdatum niet meer worden verbeterd of aangevuld. Zonder Letter of Intent is het niet mogelijk een uitgewerkte aanvraag in te dienen. Het indienen van een LOI is dus verplicht! Wie geen LOI indient kan later geen volledig uitgewerkte aanvraag indienen.
Criteria
De aanvragen zullen worden getoetst aan de hand van de volgende beoordelingscriteria voor wetenschappelijke doelstelling en absolute kwaliteit, maatschappelijke en beleidsrelevantie en organisatorische aspecten, waarbij alle vier de sets van criteria worden meegewogen. Een uitstekend track record is op zichzelf dus onvoldoende grond voor het verkrijgen van een goede beoordeling.
Maatschappelijke en beleidsrelevantie
- concretisering van het onderzoek in de praktijk door middel van het opzetten van een casus waarin samengewerkt wordt met probleemeigenaren;
- aansluiting van het onderzoek bij strategische kernvragen, beschreven in hoofdstuk 2.2;
- de mate waarin de oplossing van maatschappelijke en beleidsvraagstukken met behulp van het onderzoek - in meer concrete zin - naderbij wordt gebracht;
- de mate waarin door middel van vergelijkend internationaal onderzoek nieuwe inzichten en kennis wordt verworven over interventies in stedelijke regio's;
- verbinding tussen fundamenteel en toegepast onderzoek, toepasbaarheid van de beoogde resultaten;
- hoe de onderzoeksresultaten worden verspreid naar de (potentiële) gebruikers bij de departementen (IenM, BZK/WWI en EL&I), decentrale overheden, maatschappelijke organisaties en/of het bedrijfsleven.
Wetenschappelijke doelstelling
- het voorstel moet passen in het onderzoekskader zoals beschreven in deze brochure;
- het voorstel dient aan te sluiten bij kennis op dit gebied in andere landen en daar ook gebruik van te maken (internationale samenwerking en inbedding).
- internationale samenwerking is essentieel;
- er dient sprake te zijn van interuniversitaire samenwerking;
- er dient sprake te zijn van multidisciplinaire samenwerking binnen en tussen deelprojecten;
- het integratieve karakter van de aanvraag; er dient sprake te zijn van goede dwarsverbanden tussen de deelprojecten.
Wetenschappelijke kwaliteit
- wetenschappelijke relevantie van het onderzoek in theoretisch, methodisch en analytisch opzicht;
- originaliteit van de probleemstelling, bijdrage aan nieuwe theorievorming of onderzoeksmethoden; ? methodisch-technische opzet, geschiktheid van methoden en technieken, beschikbaarheid van eventuele data, helderheid en motivatie;
- volledigheid, samenhang en consistentie; heldere uitwerking van de probleemstelling ook in relatie tot het theoretisch kader, duidelijke afbakening van het voorgestelde onderzoek;
- uitvoerbaarheid en haalbaarheid van de deelprojecten, waaronder werk- en publicatieplan.
Organisatie en financiën
- het betreft een vitaal en samenhangend consortium dat bestaat uit 2, 3 of 4 onderzoeksgroepen van twee of meer universiteiten met een overtuigend track record van de leidinggevende onderzoekers en probleemeigenaren en praktijkexperts; ? het consortium dient een interdisciplinaire samenstelling te hebben: GIS-experts, bestuurskundigen, energie- en milieudeskundigen, verkeers- en infrastructuur experts en/of ruimtelijke, sociale wetenschappers, etc. (afhankelijk van de gekozen thematiek) ;
- management van het onderzoeksproject;
- organisatie van nationale én internationale samenwerking;
- cofinanciering is verplicht. De minimaal verplichte cofinanciering bedraagt 20%, de maximale URD- subsidie in een project is 80%.
In een onderzoeksproject van € 1.187.500 is dus € 237.500 cofinanciering ingebracht door deelnemende praktijkpartijen en € 950.000 afkomstig van URD- subsidie.
Procedure
De aanvragen die ontvankelijk zijn (zie paragraaf 3.5) worden beoordeeld in een open competitie, waarin op basis van wetenschappelijke kwaliteit, beleidsrelevantie én relevantie voor de vraagstelling van het programma een selectie van subsidiabele voorstellen wordt gemaakt.
Commissies
Het onderzoeksprogramma URD kent een programmacommissie, een ad hoc Beoordelingscommissie, en een Raad van Toezicht (RvT).
In de programmacommissie zijn de meefinancierende departementen I&M, BZK/WWI, EL&I vertegenwoordigd en hebben voorts een aantal onderzoekers op voordracht van NWO zitting. De programmacommissie kan tijdens een beoordelingsronde zonodig met enkele ad hoc leden worden uitgebreid.
Budget
Aanvragen kunnen na de sluitingsdatum niet meer worden verbeterd of aangevuld. Zonder Letter of Intent is het niet mogelijk een uitgewerkte aanvraag in te dienen. Het indienen van een LOI is dus verplicht! Wie geen LOI indient kan later geen volledig uitgewerkte aanvraag indienen.
De 2e ronde URD wordt mede gefinancierd uit de FES gelden die beschikbaar zijn gesteld door de Rijksoverheid, en door de NWO- gebieden MaGW en ALW. Voor dit onderdeel van het programma is een totaalbudget van M€ 3,85 beschikbaar.
Financiers
NWO-gebieden Maatschappij- en Gedragswetenschappen (MaGW) en Aard- en Levenswetenschappen (ALW)
Contactpersonen
- Dhr. drs. M.G. van Leeuwen
telefoon: +31 (0)70 344 09 31, e-mail: m.vanleeuwen@nwo.nl - Mw. J.M. Brouwer
telefoon: +31 (0)70 344 09 83, fax: +31 (0)70 383 28 41, e-mail: j.brouwer@nwo.nl
