Science4Arts
Interdisciplinair onderzoeksprogramma voor de conservering van kunst
| Valt onder NWO-thema | : | Creatieve industrie |
| Penvoerderschap | : | GW |
| Deelnemers | : | CW, EW |
| Indienen | : | Nee, de subsidie is gesloten voor indiening |
Het onderzoeksprogramma Science4Arts richt zich op het onderzoeken van veranderingen in kunstwerken, zowel in verband met de chemische en fysieke eigenschappen en de betekenis en inhoud van het object zelf, als de context van het kunstwerk. Centraal staat de samenwerking tussen de restaurateur, de conservator, de geesteswetenschapper, de natuurwetenschapper en de scheikundige, die gezamenlijk onderzoek doen naar een object of een groep samenhangende objecten in een museale omgeving. Het programma streeft naar de ontwikkeling en versterking van de uitwisseling tussen onderzoek van verschillende onderzoeks- en museale instellingen.
Het programma richt zich op twee onderzoeksgebieden: enerzijds oude kunst en anderzijds moderne en hedendaagse kunst. Oude kunst is in dit kader een verzamelnaam voor visuele en toegepaste kunst en werken op papier van voor 1880. Moderne en hedendaagse kunst omvat dezelfde categorieën vanaf 1880, maar ook alle facetten van installatiekunst, conceptuele kunst en nieuwe mediakunst. De verschillen tussen deze twee gebieden in materiaalgebruik, esthetiek, ethiek en presentatie vragen om verschillende benaderingen voor conservering en restauratie. Nederland is toonaangevend op beide gebieden. Dit programma heeft tot doel deze prominente rol te versterken en verder uit te breiden, niet in de laatste plaats door de resultaten van beide onderzoeksgebieden waar mogelijk te integreren.
NWO werkt internationaal samen met het SciArt programma van de National Science Foundation (NSF). Science4Arts accepteert daarom naast voorstellen met een primair nationale inbedding ook voorstellen voor samenwerking tussen Nederlandse en Amerikaanse onderzoekers. Het Amerikaanse deel van de aanvraag moet voldoen aan het SciArt programma van de NSF.
Wie kan aanvragen
Aanvragen kunnen worden ingediend door interdisciplinaire teams van senioronderzoekers die afkomstig zijn van verschillende onderzoeksdisciplines en één of meer musea.
De hoofdaanvrager is werkzaam bij een universiteit, terwijl de medeaanvrager verbonden is aan een museum of kunstinstelling. Als een museum of een instelling op het terrein van conservering van kunst in Nederland reguliere onderzoeksactiviteiten verricht op academisch niveau, kan de instelling in aanmerking komen als hoofdaanvrager na overleg met NWO en na goedkeuring door de stuurgroep. In dat geval moet de medeaanvrager afkomstig zijn van een universiteit om op voorhand de beschikbaarheid van een promotor voor promovendi te waarborgen.
De musea moeten actief betrokken zijn bij het onderzoek. De betrokkenheid van musea is daarom verplicht. Naast toegang tot relevante collecties wordt van deze instellingen verlangd dat zij medewerking verlenen door personeel op academisch niveau beschikbaar te maken, bijvoorbeeld uit hun eigen personeelsbestand, ter waarde van ten minste 1,0 fte voor een periode van 4 jaar (overeenkomstig €15.000 per jaar).
Wat kan aangevraagd worden
Deze call voor uitgewerkte aanvragen is de tweede fase voor Nederlandse en Amerikaans-Nederlandse voorstellen. De eerste fase voor netwerksubsidies is afgerond. Deelname aan de eerste fase is een voorwaarde voor deelname aan de tweede fase.
De subsidie is voor langlopende onderzoeksprojecten (max. 5 jaar) door multidisciplinaire onderzoeksteams. De projectsubsidie is minimaal € 500.000 en maximaal € 600.000. De subsidie kan gebruikt worden voor:
Personele kosten:
- een combinatie van postdoc- en promotieprojecten en/of een vervanvging van senior-onderzoekers;
- één medewerker van een museum om te participeren in het onderzoeksproject voor minimaal 0,25 of maximaal 0,5 fte gedurende één tot vier jaar i.p.v. een promovendus of postdoc (dit kan alleen aangevraagd worden door musea in Nederland);
- benchfee.
Materiële kosten:
- relevante technische ondersteuning, materiele kosten, project gerelateerde apparatuur/software;
- kosten voor de realisatie van disseminatie- en benutting van de gerealiseerde kennis en internationale activiteiten
Wanneer kan aangevraagd worden
- Sluitingsdatum voor de indiening van aanvragen voor de netwerksubsidie bij NWO was 15 maart 2011
- Sluitingsdatum voor de indiening van uitgewerkte aanvragen voor de netwerksubsidie bij NWO was 8 september 2011, 12.00 uur.
Aanvullende informatie voor gezamenlijke Nederlands-Amerikaanse aanvragen
De Nederlandse hoofdaanvrager dient namens de Amerikaans-Nederlandse samenwerking de aanvraag in.
Extra Informatie
Het onderzoeksprogramma is een initiatief van de gebieden Geesteswetenschappen en Chemische en Exacte Wetenschappen van de NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek). Het programma sluit aan bij eerdere NWO-programma?s op het gebied van interdisciplinair kunsttechnologisch en wetenschappelijk onderzoek op het terrein van conservering en restauratie (bijv. Molart (1995-2000) en De Mayerne (2002-2006)).
De Amerikaanse National Science Foundation (NSF) beheert het programma CHS (voormalig SciArt). Dit programma is gericht op samenwerkingsactiviteiten tussen restauratoren en wetenschappers op het gebied van chemie en materiaalkunde om oplossingen te vinden voor belangrijke uitdagingen op het gebied van de conserveringswetenschap.
NWO en NSF werken samen. NWO en de afdeling chemische wetenschappen van NSF zullen bilaterale uitgewerkte onderzoeksvoorstellen aanvaarden van onderzoekers uit de Verenigde Staten en Nederland die werkzaam zijn bij academische instellingen.
Aanvragen voor netwerksubsidies, zowel Nederlandse als Amerikaans-Nederlandse, moeten ingediend worden als PDF-document via Iris, het elektronische indieningsysteem van NWO.
Criteria
De aanvragen voor netwerksubsidies worden beoordeeld op de onderstaande criteria.
De wetenschappelijke kwaliteit:
- de wetenschappelijke bijdrage van de aanvraag
- innovatie (ontwikkeling van nieuwe concepten of technieken OF nieuwe toepassingen van bestaande technieken en methoden)
- helderheid van de onderzoeksdoelstelling
- competentie van het onderzoeksteam
- (haalbaarheid van) het werkprogramma
- verhouding tussen de onderzoeksdoelstelling en de gevraagde middelen
- de urgentie van het voorgestelde onderzoek
De interdisciplinaire samenwerking moet duidelijk blijken uit de samenstelling van het projectteam. Elk team moet bestaan uit onderzoekers en wetenschappers van ten minste twee verschillende vakgebieden en één of meer musea moeten actief betrokken zijn bij het project.
De relevantie van het voorgestelde onderzoek:
- Hoe dragen de activiteiten bij aan de doelstelling van de aanvraag?
- Wat is de relevantie van de resultaten voor musea en kunstinstellingen?
- Welke maatschappelijke impact heeft de voorgestelde activiteit?
- Hoe worden de resultaten gedissemineerd en benut om het wetenschappelijke, onderzoeksmatige en technologische inzicht te vergroten?
Procedure
De uitgewerkte aanvragen worden beoordeeld door een internationale beoordelingscommissie, bestaande uit experts uit zowel de universitaire als museale wereld.
Elk voorstel zal door twee of drie (inter)nationale referenten beoordeeld worden aan de hand van de relevante criteria. Aanvragers van Nederlandse voorstellen zullen gelegenheid krijgen een weerwoord te geven op de referentenrapporten.
De commissie bespreekt en prioriteert alle voorstellen tijdens een vergadering. Nederlandse uitgewerkte aanvragen en Amerikaans-Nederlandse aanvragen worden in aparte pools beoordeeld worden door dezelfde commissie.
De Stuurgroep zal een gezamenlijk en consistent besluit nemen over de te honoreren aanvragen, gebaseerd op de prioritering van de internationale commissie. Beleidsoverwegingen zoals een evenredige verdeling over de perioden, onderzoeksthema's (zoals beschreven in de brochure) en universiteiten/musea kunnen aanleiding zijn voor aanpassing van de prioritering.
Aanvullende informatie voor gezamenlijke Nederlands-Amerikaanse aanvragen:
Ook Amerikaans-Nederlandse aanvragen worden beoordeeld door twee of drie referenten aan de hand van de relevante criteria. Aanvragers van Amerikaans-Nederlandse voorstellen krijgen echter niet de gelegenheid weerwoord te geven op de referentenrapporten (in navolging van de bij de NSF gebruikelijke procedure).
Voor Amerikaans-Nederlandse voorstellen zullen de Stuurgroep Science4Arts en de NSF gezamenlijk een besluit nemen, gebaseerd op de prioritering van de internationale beoordelingscommissie.
Commissies
De internationale beoordelingscommissie wordt ingesteld door NWO en NSF en bestaat uit experts op het terrein van conservering van kunst met relevantie voor zowel de wetenschappelijke als museale aspecten van het Science4Arts programma. Bij de selectie van de leden zal alles in het werk gesteld worden om te garanderen dat de commissieleden een zo groot mogelijke onafhankelijkheid en expertise hebben.
Budget
Voor deze ronde is M€ 3.475 beschikbaar, inclusief M€ 0,6 voor de Amerikaans-Nederlandse voorstellen.
Afhankelijk van de gevraagde subsidiebedragen, kunnen 5 of 6 projecten gehonoreerd worden.
Financiers
NWO-gebieden Geesteswetenschappen en Chemische en Exacte Wetenschappen
Contactpersonen
- Mw. drs. M. Berendsen
telefoon: +31 (0)70 344 06 91, e-mail: m.berendsen@nwo.nl
