Grensoverschrijdend werk rond alternatief gebruik landbouwgewassen
27 mei 2010
Hoe maak je van planten 'fabrieken' voor hoogwaardige producten die niet strijdig zijn met de voedselproductie? Dat is op zichzelf een technologische uitdaging. Maar situeer die uitdaging nu in Indonesië. En bedenk dan ook welke sociaaleconomische, bestuurskundige en juridische problemen je tegenkomt. En los die dan met elkaar op in een internationaal onderzoeksteam. Daar staan de drie groepen voor die via het programma Agriculture Beyond Food van NWO en KNAW geld voor hun onderzoeksvoorstel kregen. Coördinator Huub Löffler (WUR) licht toe.
Het is een bijzondere periode voor bioloog en plantkundige Huub Löffler. Hij is sinds 1 juni directeur van Wageningen International, een baan waar hij veel zin in heeft. 'Maar het coördinatorschap van Agriculture Beyond Food heb ik natuurlijk gewoon meegenomen, want dat zou ik voor geen goud willen missen,' vertelt hij. Hij heeft dan ook aan de wieg gestaan van het programma, samen met onder meer hoogleraar Rudy Rabbinge en collega’s bij NWO en KNAW. Het programma vindt zijn oorsprong in de wereldwijd toenemende vraag naar biomassa voor brandstof en andere producten. Hiermee kwam ook de discussie op in hoeverre deze toepassingen in de landbouw een bedreiging vormen in termen van duurzaamheid en voedselzekerheid. Tegelijkertijd biedt deze ontwikkeling boeiende nieuwe mogelijkheden voor de agrarische sector. Wetenschappelijk inzicht in mogelijkheden en beperkingen zijn noodzakelijk om de toekomst van een agrarische sector ‘voorbij voedsel’ in te kunnen schatten. Met het onderzoek binnen Agriculture Beyond Food wordt duidelijk naar welke kant de balans voor de toekomst van bio-energiegewassen zal doorslaan.
Inkoppen
Er bestonden al samenwerkingsrelaties tussen NWO en KNAW en tussen Nederland en Indonesië op het gebied van wetenschappelijk onderzoek, vertelt Löffler. ‘Het was een kwestie van met een goed idee komen en dan 'inkoppen'. De steun uit de wetenschappelijke wereld en van de verschillende betrokken overheden was er. Door zowel in Nederland als Indonesië de wetenschappelijke deskundigen en de andere stakeholders bij elkaar te halen, hebben we een doortimmerd concept kunnen neerzetten en vooral ook enthousiasme gekweekt. Een van de belangrijkste elementen van het programma is nu dat het niet alleen technologische vragen zou moeten beantwoorden, maar ook bestuurskundige, juridische en sociaaleconomische. En dat zie je terug in de drie programmavoorstellen die in het najaar van 2009 zijn toegekend.' Overigens blijven Löffler en zijn collega's werken aan verbreding van de – vooral: financiële – steun voor het programma. 'Tot nu toe steken vooral NWO en KNAW geld in het onderzoek. Als er meer partijen gaan meedoen – ook aan Indonesische zijde – dan kunnen we nog veel meer doen. Dat zou heel waardevol zijn, ook voor het versterken van de onderlinge relaties.’
Wie betaalt voor de groene longen?
Eén van de toegekende projecten – 'Sliding from greasy land?' – bestudeert de mogelijkheden en onmogelijkheden van zowel kleinschalige als grootschalige palmolieproductie. Hierbij wordt gekeken naar de zogenaamde 'eco system services'. Löffler: 'Plantages kunnen zorgen voor voedsel, maar ook voor allerlei aanpalende belangrijke zaken, zoals CO2-opslag, het tegengaan van bodemerosie, het bijdragen aan een goede waterhuishouding, zuurstofproductie, toerisme en recreatie en behoud van de biodiversiteit. Een paar van deze functies zijn commercieel te vermarkten, maar wie gaat er betalen voor de groene longen en voor de biodiversiteit? Dat zijn zaken die meer vallen onder het algemeen maatschappelijk belang. Dat soort functies wordt vervolgens vaak ondergewaardeerd omdat ze niet in euro's zijn uit te drukken. In dit project kijken de onderzoekers ook naar dat soort mechanismen.'
De rijdende biodieselfabriek
In het tweede project – 'Breakthrough in biofuels' – draait het om het realiseren van een mobiele biodieselfabriek in containers op trucks. Het idee is afkomstig uit een eerder Afrikaans project waar cassaveverwerking op die manier mobiel werd gemaakt. 'In eerste instantie denk je bij zo'n probleemstelling aan technische uitdagingen. Totdat je Indonesische antropologen betrekt. Die zien ineens allerlei andere problemen die ook geadresseerd moeten worden. Hoe zit het bijvoorbeeld met de eigendomsrechten bij zo’n installatie? Hoe ga je om met verschillen in 'adat' – op de ene plek bestaan andere verworven rechten en tradities dan op de andere. Daar moet je in Indonesië met al die verschillende eilanden wel rekening mee houden. Overigens interessant is om te zien hoe de interdisciplinaire samenwerking in zo'n programma als dit de onderzoekers aanspoort tot een zekere scherpte. Technologen weten vaak precies van tevoren wat ze aan het eind zullen opleveren. Voor de antropologen is dat veel lastiger.'
Naar een betere afweging van alternatieven
Het derde project draait om het 'wondergewas' jatropha. In 'JAKAR - the commoditization of an alternative biofuel crop in Indonesia’ vergelijken de onderzoekers verschillende gewassen, zowel agronomisch als ook sociaaleconomisch. Hierdoor ontstaat er een wetenschappelijke basis en een set criteria waarmee jatropha en andere gewassen tegen elkaar kunnen worden afgewogen als bron voor verschillende producten.
Löffler: 'Alles bij elkaar zijn er straks in het hele ABF-programma zo'n 10 tot 15 AIO's en postdocs bezig. Voor zover ze al aangesteld zijn, zijn ze nu bezig met het aanscherpen van hun eigen onderzoeksplannen. We hebben al een beetje kennis kunnen maken op de driedaagse workshop die we eind april hebben gehouden in Jakarta. We hielden daar een formele kick off van het totale programma in aanwezigheid van onder meer de vice-minister van technologie. Ook was er een dag voor het bedrijfsleven. In samenwerking met het ministerie van EZ en Agentschap NL willen we kijken of er nog een vierde project zouden kunnen opzetten met één of meer bedrijven. Ik heb al kennis gemaakt met een grote jatrophaplantage.'
Impact
Voor Löffler zelf zal Agriculture Beyond Food geslaagd zijn als er onderzoek gedaan wordt dat een echte impact heeft, zowel wetenschappelijk als sociaaleconomisch – ter plekke. ‘Ook zou ik heel tevreden zijn als we verschillende andere vormen van spin off zullen terugzien, bijvoorbeeld in opgebouwde onderzoekscapaciteit, in het internationale onderwijs en via nieuwe productieprocessen voor bedrijven.’
Meer informatie: www.nwo.nl/abf en http://pri-ristek.info/abfkickoff/
