Eurekaprijs factsheet 2008
Jos Withagen Mediaprijs 2008
TV-programma 'Andere Tijden'
NPS/VRPO
JURYRAPPORT
Andere Tijden toont al enige jaren aan dat het 'loont' op consistente wijze te bouwen aan iets waarin je gelooft, waar passie uit spreekt. En dat in een mediawereld waar de waan van de dag, 'het snelle gewin' bepalend is. Geschiedenis is saaie, taaie kost, niet relevant voor het hier en nu; erger nog: het entertaint niet. Het is daarom niet geschikt voor een prominente plaats op de massa media. Dat was decennialang het adagium van beleidsbepalers en schemamakers, ook bij die van de publieke omroep. Historie deelt dat lot met veel andere wetenschappelijke disciplines.
Hier en daar zijn volhouders die erin slagen een uitzendplek te verwerven en te behouden. Door kwaliteit te bieden en inhoudsvolle verhalen te vertellen. De initiatiefnemer en makers van Andere Tijden behoren daar zeker toe. Is de huidige 'golf' aan belangstelling voor geschiedenis een gevolg van de tijdgeest of bracht Andere Tijden dit op gang? Met honderdduizenden kijkers per aflevering draagt het programma er zeker toe bij: 'Tot Leeringhe endje Vermaeck'.
De aflevering Gulag is een mooi voorbeeld van wat geschiedenis op televisie vermag. We maken een reis door de betrekkelijk recente geschiedenis aan de hand van persoonlijke verhalen van 'oggetuigen' en een nabestaande. Wie wist van het feit dat er nogal wat Nederlanders in Stalins werk en strafkampen zaten? Waarom zaten ze daar, hadden ze iets uitgespookt in Duitse dienst? Waren ze slachtoffer van de onrustige naoorlogse tijden?
De verhalen worden tastbaar door de gebruikte archiefbeelden (filmmateriaal, foto’s, brieven, teksten) die op indringende wijze duidelijk maken waar woorden soms tekortschieten. De beelden tonen de in het begin zo nu en dan vakantieachtige sfeer, het werk dat de mannen (moesten) verrichtten, de gruwelijke oorlogsbeelden, de massale transporten, de miserabele kampomstandigheden. Je realiseert je pas goed wat de vaak wekenlange treinreizen in goederenwagons moeten hebben teweeggebracht als je de treinen ziet rijden en in de ogen kijkt van een paar van de (miljoenen) mannen die het doormaakten.
Zo wordt geschiedenis tot leven gebracht, horen we (tot nu onbekende verhalen) die veel zeggen over datgene waar de mens toe in staat is. En worden we aan het denken gezet.
De Eureka Boekenprijs 2008
Winnaar:
Floris Cohen
De herschepping van de wereld
Uitgeverij Prometheus/Bert Bakker
JURYRAPPORT
Hoe is de moderne natuurwetenschap ontstaan? En hoe kon ze overleven? Op deze twee, niet kinderachtige vragen geeft Floris Cohen in dit fascinerende boek een gedetailleerd en overtuigend antwoord. Hij doet dat voor een breed publiek, ongebruikelijk genoeg voorafgaand aan het verschijnen van de wetenschappelijke versie van ditzelfde boek die binnenkort gepubliceerd zal worden door de University of Chicago Press.
Het antwoord op de eerste vraag begint in China en Griekenland, twee oude beschavingen waar voor het eerst de natuur compleet in kaart werd gebracht. Anders dan in China konden de Griekse inzichten getransplanteerd werden naar en doorgroeien in drie aangrenzende beschavingen: de Islam, de Middeleeuwen en de Renaissance. En daarvan was de Renaissance veruit de vruchtbaarste bodem – maar, zo benadrukt de schrijver fijntjes, het had achteraf net zo goed de Islam kunnen zijn.
Zo kon tussen 1600 en 1700 een adembenemende wetenschappelijke revolutie ontstaan, die door Cohen op levendige wijze wordt gereconstrueerd en uitgelegd zonder dat daarvoor meer vereist wordt van de lezer dan belangstelling en gezond verstand. Die revolutie kon beklijven – de tweede vraag – doordat halverwege de zeventiende eeuw in Europa een politiek en economisch klimaat ontstond waarin ruimte was voor vernieuwend experimenteel natuuronderzoek, dat om redenen van gezond eigenbelang door de Engelse en Franse vorstenhuizen werd ondersteund. De opkomst van de wiskunde creëerde een taal waarin de uitslag van de experimenten zich liet beschrijven en verklaren. Newton, Huygens, Boyle en Hooke grepen hun kansen.
Deze wetenschappelijke revolutie heeft ons niet alleen immaterieel inzicht en materiele welvaart gebracht, maar ook een werkwijze achtergelaten die poogt, in de woorden van de schrijver, paal en perk te stellen aan menselijke willekeur. Die ambitie is vandaag de dag nog steeds actueel. Zonder dat de natuurwetenschappen een exclusief monopolie mogen opeisen op het denken en handelen in redelijkheid, is deze intellectuele erfenis van de zeventiende eeuw naar de toekomst blijvend kansrijk en hoopgevend.
Citaat (blz. 279): 'De wereld is, zonder dat we erbij waren, geschapen in de oerknal. In Europa in de 17e eeuw is ze herschapen. Daarmee is ze verscheurd geraakt. Sindsdien is het aan ons, en aan Niemand anders, om van die modern-natuurwetenschappelijk herschapen wereld nu verder het mensenmogelijk beste te maken.'
Nominatie:
Ap Dijksterhuis
Het slimme onbewuste
Uitgeverij Prometheus/Bert Bakker
JURYRAPPORT
Mensen willen dat ze kunnen kiezen, willen zo veel mogelijk keuzes. Niet alleen wij, ook marketeers, economen en politici denken dat een overvloed aan keuzes goed is. In Het slimme onbewuste laat Ap Dijksterhuis ons zien, dat een teveel aan keuzes er op een gegeven moment toe leidt, dat we NIET meer kiezen.
Alleen al die conclusie maakt zijn boek over de 'rolverdeling' en de interactie tussen het bewuste en het onbewuste tot een leerzaam werk. Dijksterhuis geeft op een heldere en prettig leesbare wijze een overzicht van het wetenschappelijk onderzoek naar het onbewuste. Door aansprekende en praktische voorbeelden toont hij aan dat het onbewuste bepaald geen ondergeschikt hulpje van het bewuste is.
Sterker nog: gaandeweg gaat de lezer denken dat het onbewuste alles stuurt: ons gedrag, denken en onze gevoelens. Wat wil je ook als de verwerkingscapaciteit van je onbewuste zo’n 200.000 maal zo groot is als die van je bewustzijn.
Maar toch, wees gerust: Dijksterhuis laat ook zien hoeveel we nog niet weten. Hij blijft zich daarom vragen stellen, zelfs De Vraag... Want wat zouden we zijn zonder ons bewustzijn?
Het slimme onbewuste is niet alleen een vlot geschreven en daardoor toegankelijke wetenschappelijke verhandeling, het is meer dan dat. Vanwege de praktische en onderbouwde 'handelingentips' verdient het zeker ook een plaats op de sites van de consumentenorganisaties, de vereniging Eigen Huis en niet te vergeten de dating clubs.
Citaat (blz 128): 'Onbewuste denkers nemen betere beslissingen dan bewuste denkers en dan snelle beslissers. Een nachtje slapen helpt, maar het hoeft niet eens een nacht te zijn. Zelfs een aantal minuten onbewust nadenken helpt al bij het nemen van een complexe keuze.'
Maar let op: dit gaat niet op bij het maken van simpele keuzes.
Nominatie:
Luuc Kooijmans
Gevaarlijke Kennis
Luuc Kooijmans
Uitgeverij Prometheus/Bert Bakker
JURYRAPPORT
Dat het hart een spier is, de longen zuurstof in het bloed brengen, en nieuw leven ontstaat door de samensmelting van een eicel met een spermatozo is zo algemeen bekend, dat niemand er meer bij stil staat hoe wij aan die kennis gekomen zijn. Wij zijn totaal vergeten dat jonge ambitieuze mannen als Jan Swammerdam, Niels Stensen en Marcello Malpighi in de zeventiende eeuw hun leven wijdden aan het raadsel van de bloedsomloop, de ademhaling, de voortplanting. Zij ontrafelden de anatomie van het lichaam van mens en dier met steeds verfijndere technieken, en staan nu te boek als reuzen van de wetenschap. Zij roeiden in tegen de stroom van napraters van Aristoteles, Galanus en Descartes, zij verzetten zich tegen de kerkelijke machten die elke afwijking van de Bijbel als ketterij beschouwden, zij wisten door de finesse van hun preparaten en de helderheid van hun uiteenzettingen maecenassen en vorsten te overtuigen hun onderzoek te financieren en belangstelling te wekken bij buitenlandse geleerde genootschappen.
Hoe is het dan toch mogelijk dat zij aan het eind van het leven tot de ontdekking kwamen dat het menselijke verstand ontoereikend is om de natuur te omvatten? Hoe is het mogelijk dat zij zich tot de katholieke kerk bekeerden of in de klauwen van sektarische charlatans vielen op zoek naar zielerust? Terwijl Spinoza om de hoek woonde?
De verbazingwekkende spagaat waarin Jan Swammerdam en zijn tijdgenoten terechtkwamen is het centrale thema in het boek Gevaarlijke Kennis van de historicus Luuc Kooijmans. De auteur volgt de geschiedenis van de medische wetenschap gedurende twintig jaar, van 1660 tot de dood van Swammerdam in 1680, bijna van dag tot dag. Het is een intrigerend boek, omdat het zo modern is: het had net zo goed een geschiedenis van de wetenschap tussen 1960 en 1980 kunnen zijn. Hij zit Swammerdam en Stensen zo dicht op de huid, dat wij hun twijfels zien over eerder verkondigde waarheden, wij zien hun diepe drang om de natuur te verklaren uit waarnemingen, niet uit boeken van voorgangers.
Maar als je dan ziet, dat standpunten waarvan je zojuist had bewezen dat ze niet deugden, gewoon courant blijven, en bepaald niet alleen onder ongeschoolden; als je dan verwanten, vrienden en bekenden om je heen ziet sterven zonder ook maar enigszins te begrijpen wat de oorzaak van de ziekte is, ja misschien denk je dan dat alles voor niets is geweest, misschien verlies je dan de moed, dan is het misschien toch het werk van God, en zoek je naar houvast bij het geloof. Met rampzalige gevolgen.
Het is een ongelofelijke prestatie om dit verhaal zo op te schrijven dat de spanning stijgt als in een roman, terwijl alles gebaseerd is op documenten uit die tijd. Je wilt Swammerdam bijna toeroepen, net als zijn vrienden deden: doe het niet, doe het niet! Ga niet achter die kwakzalver aan!
Kooijmans is een meester van de parafrase. In een paar zinnen weet hij de essentie weer te geven van vele complexe, ontoegankelijke zeventiende-eeuwse teksten, en wel op een dusdanige manier dat het een organisch geheel wordt, in een superieure, vloeiende stijl die een genot is om te lezen. Een van de beste boeken over wetenschapsgeschiedenis van de laatste jaren.
Nominatie:
Bennie Mols
Opgelost
Uitgeverij Veen Magazines
JURYRAPPORT
Met Opgelost heeft Bennie Mols uit de niet altijd even simpele ingrediënten van de wiskunde en informatica een buitengewoon afwisselende en smakelijke maaltijd weten te bereiden. In een zwierig veertiengangenmenu komen bekende en onbekende facetten van de wiskunde aan bod die allemaal met evenveel liefde en zorg zijn toebereid. Of het nu gaat over de wiskunde van de cholera-epidemie, over muziek en foutencorrectie op cd’s, over sneeuwvlokken en de gulden snede, telkens spat het enthousiasme van de pagina’s.
Wat de af en toe zware kost toch licht verteerbaar maakt, is de originele aanpak van de auteur. Elk hoofdstuk geeft niet alleen een heldere uiteenzetting van de wiskunde, maar daarnaast ook een interview met een terzake kundige, een aardig onopgelost probleem dat verband houdt met het onderwerp, en een doe-het-zelf-voorstel voor de lezer om in de geest van het probleem zelf verder te denken.
Een voorbeeld: in het hoofdstuk Lichaam en geest komt niet alleen de al genoemde cholera-epidemie ter sprake, maar wordt ook de vraag gesteld hoe groot de pakkans is voor een sporter die doping heeft gebruikt, wordt de wiskunde van de liefde besproken, en wordt de onopgeloste vraag gesteld of er werkelijk niet meer dan zes mensen ons scheiden van alle andere mensen op aarde.
De deskundigen mogen niet alleen hun licht over een probleem laten schijnen, als toegift mogen ze ook hun ‘favoriete formule’ geven en toelichten — dat moet soms wel heel kort, maar is mede daardoor ook intrigerend. En een boek over wiskunde zonder formules is, zoals Mols zelf zegt, als een boek over muziek zonder muziek.
Een heerlijk, en uitstekend verzorgd, buffet.
Nominatie:
Frank Westerman
Ararat
Uitgeverij Atlas
JURYRAPPORT
Frank Westerman, afgestudeerd als landbouwkundig ingenieur maar al jaren bekend als journalist, heeft met zijn boeken De Graanrepubliek (1999) en Ingenieurs van de ziel (2002) een faam verworven als schrijver van non-fictie die historisch verantwoord is en niettemin leest als een roman. In El Negro en ik (2004) voerde hij de lezer mee op een persoonlijke zoektocht die hij vermengde met feitelijke informatie. Een dergelijke procedure, waarin lenig heen en weer gesprongen wordt tussen heden en verleden, past hij ook toe in Ararat, zijn verslag van zijn reis naar de berg waar, naar het verhaal wil, in het jaar 2348 voor Christus de Ark van Noach strandde.
Het verhaal begint met een elfjarig jongetje dat ternauwernood wordt gered van het plotseling wassende water in een rivier bij de Franse camping waar het gezin Westerman verblijft. Een Nederlands-Hervormd gezin, dus het kleine jongetje moet zich bijna wel afvragen of het Gods hand was die hem in leven hield. Maar als het jongetje groot wordt en in aanraking komt met de wetenschap komen de twijfels. Hoe verhoudt het scheppingsverhaal zich tot de wis-, natuur- en scheikunde die hem op de middelbare school nieuwe kijk op de aarde bieden?
De berg Ararat symboliseert het onbevangen blijmoedige geloof van het Drentse kind. Maar gelegen op het drielandenpunt Armenië, Turkije en Iran, is de Ararat bekleed met nog heel andere mythes dan de christelijke alleen.
Westerman zag de werkelijke berg Ararat toen hij als correspondent verbleef in de atheïstische Sovjet-Unie, het land waar het wetenschappelijk socialisme van utopie tot werkelijkheid werd en geloof officieel tot opium van het volk werd verklaard.
Ararat is een prachtig boek, Westerman neemt de lezer op onweerstaanbare wijze mee op zijn 'reis'. Onderweg ontrafelt hij geleidelijk de ene na de andere 'werkelijkheid'. Waar bevond zich de Ark van Noach? Was het wel op de Ararat? En zo ja, op welk deel van die immense kegel? Hoe past dit in het geloof van zijn jeugdjaren, hoe past dit in zijn weten van nu...
Na vele persoonlijke, politieke, religieuze en wetenschappelijke barrières te hebben geslecht begint Westerman uiteindelijk aan de grote klim. Op de hellingen blijkt hij niet de enige zoeker naar bevestiging van het ware geloof. Lang is er nog houvast aan het mobieltje, dat handzame instrument voor persoonlijk direct contact. Maar allengs raakt hij op zichzelf aangewezen in het streven naar de top.
Een top die net niet bereikbaar blijkt te zijn.Want op een steenworp afstand ligt de volgende uitdaging. Westerman beschrijft op literaire wijze de tocht die velen van ons gaan.
NWO Oeuvreprijs 2008
Winnaar
Hans de Rijk (Bruno Ernst)
Bruno Ernst – het klinkt als de naam van een fysicus die een nieuw deeltje heeft ontdekt. Je zou er een nieuw element naar kunnen noemen: Ernstium, of mooier nog: Brunoernstium. De man is het waard, zelfs al is Bruno Ernst een pseudoniem. Een van de vele goed gekozen pseudoniemen van Hans de Rijk, nu 82 jaar. Bruno Ernst krijgt de NWO Oeuvreprijs. Hij heeft geen nieuw deeltje ontdekt, hij is geen hoogleraar fysica aan een beroemde universiteit, maar een autodidact, leraar wiskunde en natuurkunde in Oudenbosch, Roosendaal, Rotterdam, Amersfoort en Utrecht. Hij heeft nog nooit een graad of diploma gehaald van een pedagogisch instituut, waardoor hij bevoegd zou zijn als middelbare-schoolleraar. In een uitzonderlijke procedure heeft het ministerie van onderwijs, na inspectie van zijn lessen en evaluatie van zijn activiteiten, hem bevoegd verklaard. Maar waarom dan die Oeuvreprijs?
Hans de Rijk is een verbazingwekkend man. In een tijd dat vrijwel niemand nog sprak over popularisering van de wetenschap, in 1960, richtte hij samen met enkele collega’s Pythagoras op, een wiskundetijdschrift voor scholieren. Binnen korte tijd had het 30 000 abonnees. De Leidse hoogleraar Frank Israel zegt in een interview over Bruno Ernst: 'Andere mensen gaan bij elkaar zitten en zeggen tegen elkaar dat het goed zou zijn als er een tijdschrift over leuke wiskunde voor scholieren kwam. Ernst begon zo’n tijdschrift en deed ook daar in het begin alles zelf: stukken schrijven, plaatjes tekenen en de tijdschriften in elkaar zetten met lijm. Inmiddels bestaat Pythagoras al 45 jaar.' Een tweede tijdschrift volgde: Archimedes, volgens hetzelfde principe, maar nu over natuurkunde.
Hij richtte ook in 1961 de eerste volkssterrenwacht in Nederland op, in Oudenbosch. In het begin was dat niet meer dan een kamer waar Ernst zat en een kijker op het dak. Inmiddels zijn er meer dan dertig plaatsen in Nederland en België waar iedereen door een telescoop naar de hemel kan kijken. De Leidse Universiteit organiseerde vorig jaar een speciaal symposium ter ere van hem. Hij is oprichter van de vereniging De Zonnewijzerkring, hij schreef onder het pseudoniem Ben Engelhart over grafologie en schrift, en als Ben Elshout over fotografie en film. Hij heeft meer dan duizend publicaties geschreven, waarvan meer dan 250 boeken en brochures, maar zelf is hij de tel kwijt.
Hij was een persoonlijke vriend van Maurits Escher, en heeft zijn grafisch werk voor een groot publiek ontsloten in het boek De Toverspiegel, dat in zestien talen is vertaald, en waarover een lezer schreef: 'This is the most concise book of Escher and his work I have ever seen, and Ernst has done a fabulous job on it.' Hij schreef ook boeken over de wiskunde en de schoonheid van onmogelijke figuren, en organiseerde er een internationale tentoonstelling over. Hij voelt zich thuis op het raakvlak van wiskunde en kunst, heeft ook daar een stichting over opgericht Ars et Mathesis.
Brunoernstium bestaat helaas nog niet, maar de Internationale Astronomische Unie heeft in 2007 wel een planetoïde naar hem genoemd: no. 11245(hansderijk). Dat is een mooi eerbewijs, want Hans de Rijk is als een soort asteroide op aarde terechtgekomen, en het stof dat hij heeft doen opwaaien is nog steeds niet neergedwarreld. Zijn onblusbare nieuwsgierigheid, zijn originele invallen, zijn bevlogenheid zijn voor hele generaties een bron van inspiratie geweest. De jury is er trots op dat zij de NWO Oeuvreprijs mag overhandigen aan de nestor, de eeuwige vlam van de popularisering in Nederland, Hans de Rijk.
