Graduate Programme (GP)

Het Graduate Programme

Het doel van het Graduate Programme is de vorming van een excellente onderwijs- en onderzoeksomgeving voor zeer talentvolle jonge onderzoekers. Minister Plasterk heeft aangegeven dat het incorporeren van onderdelen van de werkwijze van Amerikaanse Graduate Schools het promotiestelsel kan versterken. Door het formuleren van randvoorwaarden heeft de minister het basisidee van het programma vastgesteld.

Het programma beoogt de invoering van werkwijzen en structuren die moeten leiden tot:

  • Meer vrijheid van de aankomend promovendus. Het gaat hierbij om de keuze van het onderzoeksonderwerp, de keuze van de promotor en de mogelijkheid voor het schrijven van een eigen onderzoeksvoorstel;
  • Het aantrekken van talentvolle onderzoekers van binnen en buiten Nederland;
  • Het selecteren van aankomende promovendi door de scholen. Hiermee wordt beoogd dat alleen zeer talentvolle studenten een positie als promovendus aangeboden wordt;
  • Een optimale voorbereiding en uitstekende begeleiding van de studenten en promovendi.

In de pilot worden scholen van excellente kwaliteit die tevens een Graduate Programme bieden dat voldoet aan de randvoorwaarden gefinancierd. Op deze wijze kan ervaring worden opgedaan met de verschillende werkwijzen van lokale en interuniversitaire scholen. Deze ervaringen kunnen leiden tot de identificatie van 'good practices' die vervolgens kunnen worden gebruikt voor het formuleren van randvoorwaarden en selectiecriteria voor het beoogde structurele subsidieprogramma (start 2011–2012).

Bij honorering wordt aan de indienende universiteit in 2009 een blockgrant van
k€ 800 toegekend. De subsidie is uitsluitend bestemd voor de personele kosten van de aan te stellen promovendi en een beperkt bedrag voor bijbehorende onderzoekskosten. Hierbij is uitgegaan van vier promovendi met een vierjarige aanstelling conform de NWO-VSNU overeenkomst. De subsidies worden door NWO gefinancierd, de universiteit waaraan de promovendus wordt aangesteld staat garant voor eventuele meerkosten, facilitaire voorzieningen en begeleiding.