CO2-reductie in de bestaande woningbouw
Een beleidswetenschappelijk onderzoek naar ambitie en realisatie
Thomas Hoppe
Universiteit Twente
Promotiedatum: 18 december 2009
Promotor: prof. dr. J.Th.A. Bressers
Copromotor: dr. K.R.D. Lulofs
ISBN: 978-90-365-2942-6
Samenvatting
Eenderde van de broeikasgasuitstoot in Nederland wordt veroorzaakt door fossiel energiegebruik in gebouwen. 56% daarvan komt voor rekening van woningen. Omdat er in Nederland veel verouderde woningen zijn die om bouwtechnische redenen qua energiegebruik niet erg zuinig kunnen zijn, en de vervangratio van woningen slechts 1% op jaarbasis is, liggen er grote kansen voor energiebesparing en de vermindering van CO2-uitstoot in de bestaande woningvoorraad.
Door verschillende oorzaken worden deze kansen niet op grote schaal benut. De vraag waarom het technische reductiepotentieel niet ten volle wordt benut, staat in het promotieonderzoek centraal. Verklaringen worden gezocht in verschillende factoren die van belang zijn bij de uitvoering van overheidsbeleid gericht op energiebesparing in renovatieprojecten op bestaande woninglocaties. Omdat dit om complexe processen in een weerbarstige omgeving gaat, is er gekozen voor een onderzoeksontwerp met case studies.
Er zijn drie empirische studies uitgevoerd. In de eerste plaats gaat het om een onderzoek naar de formulering van ambities. In de tweede plaats gaat het om een vergelijkend onderzoek naar de gerealiseerde energieprestatieverbetering op elf locaties. Tot slot wordt met een vergelijkend onderzoek een verklaring gezocht voor het wel of niet toepassen van innovatieve energiemaatregelen.
De resultaten van het onderzoek laten onder meer zien dat het technische reductiepotentieel nog verre van bereikt is. Ook blijkt dat beleidsambities niet corresponderen met de realisatie van beleidsdoelstellingen. Gunstige uitkomsten in lokale renovatieprojecten worden verklaard uit een drietal factoren: interorganisationele samenwerking, de invloed van beleidsinstrumenten uit het klimaatbeleid en organisatorische kenmerken van woningcorporaties. In het proefschrift komen ook de implicaties van de onderzoeksresultaten voor beleid en de praktijk aan de orde.
