ToKeN

Biografie en Abstract Corien Prins

Voor altijd uit handen gegeven? Politie, justitie en nieuwe afhankelijkheden van technologie

Prof. mr. J.E.J. (Corien) Prins is raadslid bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Aan de Universiteit van Tilburg is zij als hoogleraar Recht en Informatisering verbonden aan het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT). Prins werd op 1 april 1994 als hoogleraar benoemd en was tot 1 januari 2008 voorzitter/directeur van van het onderzoeksinstituut. In Tilburg was zij tot september vorig jaar tevens Director of Studies van de Research Master (M.Phil) die de rechtenfaculteit samen met de Universiteit van Leuven verzorgd. Ook is zij verbonden aan het International Victimology Institute van de Universiteit van Tilburg. Corien Prins studeerde aan de Rijksuniversiteit Leiden Slavische Taal- en Letterkunde alsmede Rechtsgeleerdheid en promoveerde aan deze universiteit in november 1991. Na haar promotie was zij als visiting professor verbonden aan Hastings College of Law, University of California, San Francisco.Prins is lid van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW), bestuurslid van het Rathenau Instituut en was 6 jaar lid van het gebiedsbestuur Maatschappij- en Gedragswetenschappen (MAGW) van NWO alsmede het bestuur van de Nederlandse Juristen Vereniging (NJV). Momenteel is zij verder onder meer lid van de Raad van Advies van het Nationaal Regieorgaan ICT (ICTRegie) en de kernredactie van het Nederlands Juristenblad. Internationaal is zij onder andere actief als chair van de Commission on Ethical, Social and Legal Aspects, World International IT Forum (WITFOR/Unesco) en het Scientific Advisory Committee van het European Privacy Institute.
De specialisaties van Corien Prins liggen momenteel op het vlak van recht en regulering van technologie (ICT, biotechnologie, neurowetenschappen), privacy, identificatie, overheidsinformatiebeleid, elektronische overheid, victimization en technologie, legitimiteit van technologie-standaardisatie, inzet van technologie door NGO’s en internationale implicaties van recht en technologie.

Diverse technologische en maatschappelijke veranderingen, confronteren ons met een samenleving waarin het mogelijk is grote hoeveelheden verschillende typen (data, beeld, geluid) gegevens over (kenmerken, gedrag en in de toekomst emoties en gedachten van) mensen dan wel groepen van mensen met elkaar in verband te brengen. Op basis van deze gegevens stellen steeds meer organisaties, waaronder politie en justitie, profielen van typen mensen (type burgers, criminelen, risicojongeren, etc.) op. Mede op basis van deze profielen worden individuen niet alleen in hun gedrag gevold, maar ook gestuurd en beïnvloed. Wat is de betekenis van deze en andere ontwikkelingen voor het werk en de taakopvatting van politie en justitie? Welke dilemma’s en uitdagingen treden naar voren? Ter illustratie van een van deze uitdagingen: wat is de betekenis van “het recht op vergeten” of “het recht om na het uitzitten van een straf opnieuw te beginnen” nog in een hoogtechnologische samenleving? Zeker in de context van het strafrecht is dit een vraag die we onder ogen dienen te zien. Deze en diverse andere prangende kwesties zullen in de voordracht aan de orde worden gesteld.