In Gesprek met...Frans van Dijk
24 maart 2005
Interview verschenen in het maart nummer van I/O Informaticaonderzoek, het magazine van het Informaticaonderzoek Platform Nederland (IPN)
Het belang van digitalisering en informatisering binnen diverse wetenschapsgebieden groeit. Ook de rechtspraak ziet zich, gestuurd door eisen uit de samenleving, voor de uitdaging om deze ontwikkeling te volgen. De Raad voor de rechtspraak was in 2004 medefinancier van het toepassingsgebied Politie & Justitie van het NWO-programma ToKeN. I/O ging in gesprek met Frans van Dijk, hoofd ontwikkeling bij de Raad voor de rechtspraak, over samenwerking met informatici en de toekomst van de rechtspraak. Door Mirjam Dijkema
Welke trends op het gebied van digitalisering en informatisering signaleert u binnen de rechtspraak?
Door toenemende eisen uit de samenleving zijn snelheid, rechtseenheid en de behoefte aan digitaal procederen de afgelopen jaren erg belangrijk geworden. Binnen de kantonrechtspraak, waar zaken tot 5000 euro worden afgehandeld, worden geldvorderingen al veelvuldig digitaal aangeleverd, een enorme tijdsbesparing voor bedrijven met veel wanbetalers. Binnenkort wordt het ook mogelijk geldvorderingen in te stellen via internet. Binnen het strafrecht wordt dit jaar begonnen met het digitaal aanleveren van dossiers door het Openbaar Ministerie (OM) aan de rechtbank, eerst nog bij lichte zaken, maar daarna ook bij zware. Vooral bij grote zaken die door verschillende rechters worden behandeld, biedt dit voordelen. Dit is slechts een begin: er moet nog veel gerealiseerd worden binnen de rechtspraak.
Voor welke uitdagingen ziet de rechtspraak zich voor de toekomst gesteld?
Er is een grote behoefte aan intelligente kennissystemen, vooral voor de vergroting van de rechtseenheid. Er zijn al goede jurisprudentiesystemen, voor de rechters zelf (pora iuris) en voor burger (www.rechtspraak.nl), maar deze zijn nog niet intelligent. Echte winst wordt geboekt wanneer deze systemen ook adviserend zijn. Zo is het in het strafrecht bij straftoemeting van het grootste belang dat daders van eenzelfde misdrijf dezelfde straf krijgen. Bij grotere zak en met m eer strafbare feiten en verzachtende omstandigheden is het moeilijk om daar afspraken over te maken. Daarnaast is nog veel fundamenteel en technisch onderzoek nodig naar spraak-, beeld- en handschriftherkenning, om de betrouwbaarheid van bewijsmiddelen te vergroten. In het civiel recht kunnen kennissystemen de burgers inzicht verschaffen in hun rechtspositie. Slechts 5% van de conflicten in het civiel recht komen daadwerkelijk voor de rechter. Ziet de overige 95% af van rechtsgang omdat men denkt dat het toch niets oplevert? Of is het weloverwogen besloten op basis van onderzoek naar de eigen rechtspositie? Een intelligent kennissysteem kan de zelfredzaamheid van de burger vergroten.
Hoe verloopt het samenbrengen van praktijkbehoefte en wetenschap?
Er zit veel tijd tussen het ontstaan van de behoefte en het vervullen ervan. Korte termijnbehoeften kunnen worden vervuld door R&D binnen het eigen veld. Zo worden er rechters vrijgesteld om wizards te maken voor vonnissen, met het doel de rechtseenheid te vergroten. Binnen het NWO-programma ToKeN wordt ingegaan op fundamentele onderzoeksvragen, zoals het intelligent maken van kennissystemen en het betrouwbaarder maken van bewijsmiddelen. Wij verwachten geen kant en klare applicaties, maar wel prototypes, die we zelf kunnen uitontwikkelen of waarmee we naar de software-industrie kunnen gaan.
Op welke moeilijkheden wordt gestuit?
De kloof tussen wetenschap en praktijk maakt dat de verwachtingen in ons veld niet erg hoog gespannen zijn. Op het gebied van het intelligent maken van kennissystemen is door het vakgebied kunstmatige intelligentie veel beloofd, maar nog maar weinig bereikt. Ook de software engineering kan veel beloften niet nakomen. Het is goed dat NWO ook in een speciaal programma (JACQUARD, red.) aandacht besteedt aan het dichten van de kloof tussen onderzoekers en potentiële gebruikers van de onderzoeksresultaten.
Wat is uw boodschap richting het informaticaonderzoeksveld ?
Het recht en daarmee de rechtspraak lijkt een strak en systematisch veld, maar dat is het niet. Informatici moeten doordrongen zijn van de grote complexiteit ervan. Daarnaast wordt de ethisch-juridische dimensie nog al eens over het hoofd gezien. Zo heerst er tegenwoordig, als gevolg van terrorisme, terecht een enorme preventiebehoefte, maar mag je daarom gemakkelijker met bewijs omgaan? Het gevaar bestaat dat de rechtsbescherming van de burger wordt beperkt, doordat opsporingsinstanties en veiligheidsdiensten steeds meer gegevens aan elkaar gaan koppelen: reisgegevens, internetgedrag, bibliotheekgegevens, tracking van je mobieltje. Hierbij kunnen gemakkelijk kleine foutjes ontstaan en voor je het weet ben je een risicovol persoon. Ook informatici ontkomen niet aan de ethische dilemma’s die hieruit voortvloeien.
