Evolution & Behaviour

Het project van Dr. E.H.M. Sterck "Orangutan Cultures: A Comparision of Cultural Behaviour bewtween a Sumatran and a Bornean population" in de Media: Een lesje aap

13 augustus 2004


Bron: "Algemeen Dagblad" van 31-07-2004, Pagina 15, Achtergrond

DOOR HILDE JANSSEN

Elke dag struint de 34-jarige gedragsbioloog dr. Serge Wich door het moerasbos op Borneo, op zoek naar orang-oetans. Al hun handelingen worden nauwkeurig geregistreerd, drie jaar lang. "Als we iets over onszelf willen leren, moeten we naar de orang-oetan kijken." Zolang het nog kan. Want onze verre voorvader, de mensaap, is met uitsterven bedreigd door grootschalige illegale houtkap. Dat is rampzalig voor mens en natuur.

'Stt!' Serge Wich staat ineens stokstil. Alleen zijn hoofd beweegt nog. Geconcentreerd tuurt hij tussen de bomen, op zoek naar ritselende bladeren of een bewegende tak. Met opgetrokken wenkbrauwen kijkt hij naar zijn partner Tine Geurts. Ze knikt. Ook zij heeft het geluid gehoord. Minutenlang zoeken hun ogen nog een keer het bos om hen heen af. "Misschien was het een eekhoorn", verbreekt Geurts de stilte.

In ganzenpas lopen we verder, achter Wich aan over het plankenpad door het moerasbos. Dat loopt makkelijker en stiller dan over de natte drassige veengrond, waar je voortdurend in wegzakt. Elke paar meter is het stilstaan, luisteren en kijken. Plots weerklinkt vlakbij een luide plof en veel geritsel. Serge wijst naar een grijsbruine vlek in een hoge boom: een gibbon. De aap heeft ons ook gezien. Met ware doodsverachting stort de gibbon zich naar beneden en vlucht weg. Blijf kijken, gebaart Wich. Gibbons zijn nooit alleen. Even later volgen twee vrienden met veel kabaal dezelfde vluchtroute. Hun keihard, indrukwekkend gekrijs galmt door het bos.

Orang-oetans laten zich niet gemakkelijk spotten, ook al hebben deze mensapen een behoorlijke omvang. "Ze maken niet zoveel geluid en kunnen uren heel rustig in een boom zitten, bladeren eten", zegt Wich. "Je moet je concentreren op het geluid van vallend fruit, ritselende takken, of een longcall in de verte." Hij kan het weten. En horen. De gepromoveerde gedragsbioloog van de universiteit Utrecht is een orang-oetanexpert met jarenlange onderzoekservaring in Indonesië. Hij spendeerde veel tijd in de bossen op Sumatra en doet veldonderzoek in het moerasbos van Midden-Kalimantan, op Borneo. Partner Tine Geurts (25) is eveneens gedragsbioloog en als vast lid van het onderzoeksteam verantwoordelijk voor de foto-en video-opnames.

Sumatra en Borneo zijn de enige twee eilanden ter wereld waar orangoetans in het wild leven. Volgens de laatste schattingen zijn er nog zo'n 60.000 orang-oetans, waarvan 7.000 op Sumatra. "Dat zijn er meer dan we eerst dachten", verduidelijkt Wich, "maar dat biedt helaas niet meer hoop. De dreiging van uitsterving over twintig jaar blijft staan. Het gaat namelijk om het bos, om hun leefomgeving. Als het bos verdwijnt, is de orang-oetan ook weg."

In Sumatra hoor je in elk bos wel een kettingzaag, tot in Wichs onderzoeksgebied in het Leuser natuurpark toe. Het bos is in stukjes opgedeeld, te klein voor een hele populatie orang-oetans. In Kalimantan is de situatie iets beter. In het Mawas moerasbos, waar Wich nu onderzoek doet, heeft de orangoetan de beste overlevingskans. "Een half miljoen hectare aaneengesloten natuurgebied, relatief weinig mensen, en een bos dat al gekapt is en waar voorlopig weinig valt te verdienen", verduidelijkt de bioloog.

Het onderzoeksstation ligt midden in het moerasbos, een half uur lopen van de dichtstbijzijnde nederzetting Pasir Putih, een gehucht van twee houten hutten en een woonboot. Het buurdorp Tuanan telt acht huizen. De asfaltweg begint pas bij Kapuas, drie uur varen met de speedboot stroomafwaarts. Het kamp is een groot maar zeer eenvoudig halfopen houten huis op palen. Het is gebouwd door de stichting Borneo Orangutan Survival (BOS), op initiatief van de Nederlandse oprichter dr. Willie Smits. De stichting runt twee opvang-en rehabilitatiecentra voor orang-oetans in Kalimantan en werpt zich nu op als manager van het Mawas natuurgebied. De stichting bewaakt het bos met satellietbeelden en ultralight vliegtuigjes.

Het orang-oetan onderzoek van Serge Wich dient twee belangen: de wetenschap en de natuurbescherming. Met een onderzoeksbeurs van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek kan hij als bioloog drie jaar lang het culturele gedrag van orang-oetans bestuderen. Het centrale thema is kennisontwikkeling en kennisoverdracht. "Sommige orangoetans op Sumatra gebruiken een stokje als gereedschap om een stekelige vrucht te openen. Wie verzint zoiets en hoe verspreidt die informatie zich? Zijn het de meeste dominante apen, de meest sociale, of juist de zwakkeren?"

De bioloog zijgt neer op een omgevallen boomstam voor een kort college in de openlucht over kennisverwerving als het laatste onontgonnen terrein van de wetenschap. "Hoe leren wij? Dat is de vraag. De mens is 14 miljoen jaar geleden afgescheiden van de orang-oetan en heeft zich daarna in schokken ontwikkeld. Eerst kwamen de eenvoudige hulpmiddelen, toen gebeurde er een paar miljoen jaar niks, dan weer een vernieuwingsgolf, miljoenen jaar niks en dan ineens een heel snelle technische ontwikkeling." Die film is niet meer terug te draaien bij de mens. Bij de mensaap is die basisontwikkeling nog wel te volgen. "Om de mens te begrijpen, moeten we naar de orangoetan kijken."

Serge wijst naar een kelkachtige plant, de insectenetende pitcherplant. Na een regenbui zit de kelk vol water. Een van de orang-oetans heeft bedacht dat je die plant kunt plukken en aan de onderkant kunt openmaken om het water en de voedzame insecten te kunnen drinken. "Dat is echt cool!" vindt de bioloog.

Het water druipt uit de gymschoenen. We waden al een paar uur door de drassige paden ten oosten van de loopplank. In de waterpoelen drijven lege schillen van de mangissteenvrucht. De inhoud is zeer waarschijnlijk opgesmikkeld door orang-oetans. We zien overal oude nesten. Maar we hebben nog steeds geen orang-oetan gehoord, laat staan gezien. We zijn niet de enigen. Nog niks gesignaleerd. Over", kraakt de walkie-talkie om elf uur. De drie andere teams van studenten en lokale assistenten die met ons het onderzoeksgebied van bijna 3 vierkante kilometer uitkammen hebben ook nog geen orang-oetan gespot. De dag ervoor zijn ze net een stelletje uit het oog verloren. Dayak, het mannetje met een hazenlip en de opstandige pubermeid Juni sloegen op de vlucht voor een paar keffende kamponghonden. "Die zien we de komende dagen niet terug", stelt Wich. Een indringende urine lucht trekt de aandacht. "Dat zou Mindy wel kunnen zijn. Die zit regelmatig in deze sector met haar dochter Milo."

In de eerste acht maanden heeft het onderzoeksstation Tuanan 24 verschillende orang-oetans gesignaleerd. De meesten zijn diverse keren gevolgd, telkens voor een periode van tien dagen. Dat is een heel aardige score, vindt teamleider Wich. Er zitten 'immense' wangplaatmannetjes tussen zoals Rambo en Niko, minder dominante jongens zoals Preman, die zijn naam dankt aan het litteken in zijn gezicht, een enkele jongedame zoals Juni en zeven moeders met kind. Orang-oetans blijven de eerste acht levensjaren bij hun moeder, die hen leert wat ze allemaal kunnen eten en welke bomen waar en wanneer vruchten dragen. Daarna gaat ieder zijn eigen weg. Orang-oetans zijn geen roedeldieren. Soms zoeken ze elkaar op, om moeders even gedag te zeggen of voor een snelle wip. "Vrouwtjes hebben meer te zeggen dan we aanvankelijk dachten", meldt Wich. Vrouwelijke onderzoekers hebben de mythe doorgeprikt. "De vrouwtjes hebben meer partners, maar we vermoeden dat ze rond de ovulatie bewust een sterk mannetje als vader uitkiezen." D ergelijke theorieën kunnen dankzij DNA-testen en hormoononderzoek worden gestaafd. "Dat maakt veldonderzoek alleen maar boeiender."

Voor de orang-oetans zijn de pottenkijkers even wennen. In het begin reageren ze geïrriteerd. Ze ontvangen de indringers met dreigende klapzoengeluiden en vallende takken, maar laten hen vervolgens toch hun gang gaan. Orang-oetans volgen is zwaar werk. Elke ochtend moet het volgteam van twee personen rond drie uur uit bed om de orang-oetan voor zonsopgang bij het nest te kunnen opwachten. Tegen vijven gaat het dier op pad, op zoek naar een ontbijt van vruchten, bladeren, termieten of, als er niets anders is, boomschors. Terwijl een lid van het volgteam met kompas en kapmes een weg baant, noteert de ander elke twee minuten op een datasheet wat de orang-oetan doet: zoeken, eten, spelen, slapen, sociaal contact, nest bouwen. Pas als het dier tegen vijven ' s avonds weer in een nieuw nest duikt, kan het volgteam terug naar het kamp.

"Zwaar interessant", oordeelt de 22-jarige biologiestudent Jorge Massen. Voor hem is de junglestage een groot avontuur. Hij vermaakt zich kostelijk. "Die orang-oetans lijken op ons, daar kun je je mee identificeren. Zou ik dat ook doen denk je dan, net als Dayak op bezoek bij schoonmama haar parapluutje jatten, of ongegeneerd een potje seksen met haar dochter." Massen zit nu vier maanden in het bos. Hij gaat straks rapporteren over het eetgedrag van orang-oetans om te kijken wanneer kinderen zijn uitgeleerd en hetzelfde eten als hun moeders. Zijn Indonesische collega Danu Pamungkas (27), die in Utrecht neurobiologie studeert, concentreert zich op culturele gedragingen. Beiden zijn dolenthousiast over het veldwerk. "Maar je leeft wel verschrikkelijk ver weg van de wereld", vindt Pamungkas. Een carrière als veldonderzoeker zien de studenten niet zitten. Het sociale isolement valt zwaar. Geen avondje film of lekker uit eten, geen vriendenbezoek, geen krant, geen tv. En elke dag weer rijst met gedroogde vis of sardientjes uit blik. Danu is blij dat hij even een weekje naar Bali kan, weer onder de mensen komt.

Wich en Geurts denken het daarentegen samen wel drie jaar te kunnen volhouden op het onderzoeksstation. Elke maand gaan ze een paar dagen naar de provinciehoofdstad Palangkaraya, waar de stichting BOS kantoor houdt. "Voor de e-mails, de boodschappen en om lekker veel fruit en frietjes te eten en een pilsje te drinken." Zonodig vliegen ze tussendoor een keer naar Jakarta en elk half jaar gaan ze even in Nederland poolshoogte nemen. Afwisseling genoeg. Ook in het kamp.

"We hebben een paar illegale houtkappers betrapt", verkondigt bewaker Inggo bij terugkeer in het kamp. Een paar dorpsbewoners uit Tuanan hebben 200 bomen geveld in het aangrenzende natuurgebied. "Dat is het probleem van de buik, ze hebben eten nodig." Bewaker Inggo begrijpt het wel. De lokale onderzoeksassistenten knikken instemmend. Ook zij verdienden tot voor kort hun geld met de houtkap. "Hout is de enige inkomstenbron", zegt de 35-jarige assistent Nadi uit Tuanan, een vader van zes kinderen. De grote bomen zijn lang geleden gekapt. De bossen langs de Kapuas rivier zijn flink uitgedund. Nadi beseft dat ze nu het bos moeten beschermen, net zoals de orang-oetan. "Maar met een knorrende maag gaat dat niet."

De verkoop van koolstof kan het moerasbos redden, pleit Willie Smits van de stichting BOS. Hij is al maanden in onderhandeling met Shell Canada over zijn ambitieuze Koolstof Kredietplan. In ruil voor oliewinning in een natuurgebied in Canada moet Shell elders in de natuur investeren: in bossen die koolstofdioxide, CO2, absorberen. Het Mawas moerasbos, dat twee keer zo groot is als alle bosgebieden en natuurparken in Nederland samen, absorbeert zo'n 6 miljoen ton koolstof. Shell wil in principe een miljoen ton van die virtuele CO2 'kopen'. "Dan verdient de overheid geld met het beschermen van het moerasbos", verduidelijkt Wilie Smits. Een deel van de inkomsten is gereserveerd voor de stichting BOS, die het natuurgebied gaat beheren en straks ook de lokale bevolking aan werk moet helpen. Bos zoekt nog kopers voor de resterende vijf miljoen ton koolstof en onderhandelt samen met de Indonesische overheid over een regeling met Nederland en Duitsland, waarbij schulden worden kwijtgescholden in ruil voor nat uur bescherming.

"Dat biedt hoop", vindt bioloog Wich. "Zoals het nu gaat, werkt het in ieder geval niet. Kijk maar naar het Leuser natuurproject in Sumatra." Het Leuser Ecosysteem project waarin de Europese Gemeenschap de afgelopen jaren 31 miljoen euro investeerde gaat ten onder aan illegale houtkap. De ambtenarij kijkt de andere kant uit, het leger idem dito. Ze pikken allemaal een graantje mee van de houtkap. "Het moet in elk geval anders. En snel, voordat het bos en de orang-oetans zijn verdwenen."

Voor meer informatie over BOS en de orang-oetans: www.stichtingbos.nl, www.savetheorangutan.info