Lifting the veil on toxicant stress in field ecosystems
Hoofdaanvrager:
Prof. Dr. Ir. S.E.A.T.M. van
der Zee, Wageningen Universiteit, departement omgevingswetenschappen
Onderzoeker:
Mw. Dr. P.C.J. van Vliet Loopduur: 09-10-2000 tot 08-10-2002
Resultaat van het project
Heeft
de aanwezigheid van bodemvervuiling effecten op aantallen bodemorganismen in
een uiterwaard?
Bodemorganismen spelen een
belangrijke rol bij de vorming van de bodemstructuur en het beschikbaar komen
van nutriënten voor opname door planten. De organismen worden op verschillende
manieren blootgesteld aan de vervuiling in de grond, via het bodemvocht
(aaltjes, potwormen en regenwormen drinken bodemvocht en nemen het op via hun
huid) en/of rechtstreeks via de grond (potwormen en regenwormen eten grond) of
indirect via hun voedselbron (spitsmuizen eten veel regenwormen). Tot de jaren ’
80 was het water van de Waal zeer vervuild en liet het bij elke overstroming
verontreinigd slib in de uiterwaarden achter. De vraag is dan ook of het
voorkomen van bodemorganismen in uiterwaarden wordt beïnvloed door deze
vervuiling.
Het veldonderzoek is
uitgevoerd in november 2000 (voor overstroming) en mei 2001 (na overstroming)
in 2 gebieden in de Afferdensche en Deestsche Waarden (ADW). Het gebied Deel3
ligt tussen de winter- en zomerdijk terwijl het gebied de Rijswaard naast de
rivier buiten de zomerdijk ligt. In deze gebieden hebben we de
soortsdiversiteit van een drietal organismen: aaltjes, potwormen, en
regenwormen bestudeerd. Ook is de ophoping van zware metalen in deze dieren
bestudeerd met het oog op doorvergiftiging in
voedselketens.
Voor zowel potwormen als
nematoden geldt dat in Deel3 hogere aantallen/m2 werden waargenomen
dan in de Rijswaard. Bovendien waren in beide gebieden meer nematoden en
potwormen aanwezig in november 2000 dan in mei 2001. Dit komt onder andere door
de overstroming van de gebieden en door de lage temperaturen in de winter, wat
heeft geleid tot een lager voedselaanbod en een hogere sterfte. Het migreren
van potwormen en nematoden naar hogere delen in de uiterwaard zal nauwelijks
hebben plaatsgevonden aangezien beide dieren voorkomen in de waterfase in de
bodem en maar een beperkte verspreidingscapaciteit hebben. De
potwormgemeenschappen aanwezig in de 2 gebieden in de ADW vertegenwoordigden
vanwege de aanwezigheid van een groot aantal K-soorten een relatief stabiel
system. De zware metalen in de uiterwaard grond vormen voor deze gemeenschappen
geen groot risico.
In de Rijswaard werden veel
minder regenwormen aangetroffen dan in Deel3. In mei 2001 werden, vergeleken
met november 2000, hogere aantallen regenwormen in beide gebieden aangetroffen. Dit kwam voornamelijk door de hogere aantallen van de soort Allolobophora chlorotica. A. chlorotica wormen worden
voornamelijk aangetroffen in nattere plaatsen; door de natte omstandigheden in
mei 2001 heeft deze soort zich snel kunnen voortplanten in beide
gebieden.
Arseen en zink zijn op
bepaalde plaatsen in de ADW in zeer hoge concentraties aanwezig. Andere zware
metalen zoals cadmium, koper, chroom en nikkel komen voor in concentraties die
hoger zijn dan de streefwaarde. Voor alle metalen geldt dat de bovenste
grondlaag (0-
Voor 3 regenwormsoorten (L. rubellus, A. caliginosa tuberculata en A. chlorotica) is de metaalconcentratie
in een aantal wormen bepaald. De soort A. chlorotica bevatte de hoogste concentratie aan arseen. Voor de
metalen chroom, koper, lood, nikkel en zink werden de hoogste concentraties
aangetroffen bij de soort L. rubellus, in A. chlorotica
wormen werden de laagste hoeveelheden gevonden. Cadmium kwam in alle soorten in
vergelijkbare concentraties voor. Ook voor potwormen geldt dat de
metaalaccumulatie soort-specifiek is. In potwormen van de soort Fridericia ulrikae werd significant
meer cadmium gemeten dan in potwormen behorend tot de soort Enchytraeus buchholzi.
Zware metalen in grond zijn
of gebonden aan gronddeeltjes en organische stof of opgelost in het bodemvocht. Relaties tussen de totale hoeveelheid metalen in de grond en de hoeveelheid
metalen in een organisme waren in deze studie niet erg sterk, de verklaarde
variatie was vaak kleiner dan 35%. Het toevoegen van een verklarende variabele
als de CEC (cation exchange capacity), het lutumgehalte of het organische stof
gehalte in de regressie-vergelijking verhoogde in de meeste gevallen de
verklaarde variantie. C, lutumgehalte en het organische stofgehalte bepalen
mede de beschikbaarheid van de zware metalen in het bodemvocht aangezien zij
metalen adsorberen of een maat voor de adsorptie zijn (in het geval van deCEC). De relaties verschilden voor de verschillende soorten regenwormen en potwormen. Verschillende factoren kunnen aan de soortsverschillen ten grondslag liggen: 1)
het consumeren van verschillende voedselbronnen die verschillende concentraties
van zware metalen bevatten; 2) de soorten verschillen in de assimilatie van het
vergaarde voedsel dat zware metalen bevat; en 3) de soorten leven in
verschillende bodemlagen en zijn daardoor blootgesteld aan verschillende
concentraties zware metalen. Meer ecologische informatie over de soorten is
nodig om hier uitsluitsel over te kunnen
geven.
Naast het veldonderzoek
hebben we een aantal experimenten in het laboratorium uitgevoerd. Opname van
zware metalen door regenwormen kan plaatsvinden via de darm of via de huid. De
discussie over welke van deze 2 opnameroutes belangrijker is speelt nog steeds. Als metalen door de huid van regenwormen worden opgenomen, worden ze
waarschijnlijk voor opname eerst aan de buitenzijde van de worm gebonden. In de
lichaamshuid van regenwormen zitten slijmcellen die slijm uitscheiden over het
huidoppervlak om uitdroging te voorkomen en om het voortbewegen door grond te
vergemakkelijken. Het slijm bestaat voornamelijk uit eiwitten die metalen nogal
zwak binden. Zware metalen die aan de wormhuid adsorberen, passeren
waarschijnlijk direct de huidlaag of worden weer snel losgelaten. Naast de
opname van metalen door de huid kan een regenworm waaraan metalen aan de
buitenzijde zijn geadsorbeerd fungeren als transportmedium voor metalen van
plaatsen met een hogere concentratie aan metalen naar plaatsen met een lagere
concentratie aan metalen. In een laboratorium experiment hebben we met behulp
van EDTA-extracties uitgezocht of metalen aan de buitenzijde van regenwormen
binden. Uit het experiment bleek dat geadsorbeerde concentraties van cadmium,
koper en zink aan de regenwormen huid zeer laag waren (<1%), zowel
vergeleken met de totale hoeveelheid metalen aanwezig in de grond als met de
metaalconcentratie al aanwezig in de
worm.
Accumulatie van metalen door
regenwormen is ook bepaald in een laboratorium experiment. Hierbij werden aan
kleigrond waarin verschillende concentraties cadmium, koper en zink aanwezig
waren, regenwormen afkomstig uit schone grond toegevoegd. Na 10 en 25 dagen
verblijf in de vervuilde grond werden een aantal regenwormen gevangen en
geanalyseerd voor geaccumuleerde zware metalen. Vergeleken met de concentratie
na 10 dagen, was alleen de hoeveelheid cadmium na 25 dagen verder toegenomen
(10 dagen: 2 mg Cd/kg droog wormgewicht; na 25 dagen 4 mg Cd/kg droog
wormgewicht). In de met zink vervuilde grond werd door de regenwormen geen
extra zink opgenomen. Na 10 dagen was de maximale opname van koper al bereikt
(5 mg Cu/kg droog wormgewicht). In de regenwormen is ook de verdeling van de
metalen over verschillende fracties bepaald. Cadmium is vooral aangetroffen in
de fractie met enzymen, metallothioninen en microsomale organellen. Hoge
concentraties zink zijn voornamelijk aangetroffen in de fractie met weefsels en
celmembranen. Koper wordt in ongeveer gelijke concentraties aangetroffen in
deze beide fracties. Dit betekent dat de verschillende metalen op een
verschillende wijze worden opgeslagen in een regenworm.
Uit ons onderzoek blijkt ook dat ondanks de vervuiling, de omstandigheden in de grond van de uiterwaard bij Afferden voor de bodemorganismen zodanig gunstig zijn dat ze in grote aantallen en met een hoge soortsdiversiteit aangetroffen worden. Accumulatie van metalen in de organismen vindt plaats en de kans op doorvergiftiging naar muizen en andere wormeters is zeker aanwezig.
