The regulation of metal toxicity in wetlands by sulfur and nitrogen biogeochemistry
Hoofdaanvrager:Dr J.G.M. Roelofs, Afdeling Ecologie, Katholieke Universiteit Nijmegen
Onderzoeker:
Dr. Ir. M.E.W. van der
Welle Loopduur: 01-02-2002 tot 31-01-2006
Resultaat van het project
Onderzoekskader
Natte natuurgebieden (wetlands) in Nederland en in
andere Europese landen worden vaak gekenmerkt door een hoge aanvoer van sulfaat
en/of nitraat via verontreinigd oppervlakte- en/of grondwater (Lamers 2001; Nixon et al. 2003). De verontreiniging van de bodem met zwavel en/of stikstof
die hiervan het gevolg is, heeft waarschijnlijk grote gevolgen voor de
toxiciteit van metalen voor vegetatie en bodemmacrofauna. In dit onderzoek werd
onderzocht hoe ingrepen in de hydrologie en de daarmee samenhangende vervuiling
met sulfaat en nitraat, en veranderingen in redoxcondities (een maat voor de
hoeveelheid zuurstof in de bodem) de toxiciteit en opname van metalen door
planten en bodemmacrofauna beïnvloed.
Sulfide
toxiciteit
Sulfide is een natuurlijk toxine (giftige stof), dat zowel voor planten
(Koch et al. 1990; Smolders & Roelofs 1996; Armstrong & Armstrong 2001)
als water macrofauna (Wang & Chapman 1999) erg giftig is. Sulfide als
natuurlijk toxine is erg bekend uit zoute of brakke milieus, maar er is veel
minder bekend over sulfide in zoetwater wetlands. Sulfide wordt gevormd onder
zuurstofloze omstandigheden in natte gebieden, wanneer er voldoende
sulfaat wordt
aangevoerd
Figuur 1: Procentuele toename van
het aantal glanswieren (Nitella flexilis) en de oligochaeten
Ophidonais serpentina bij 0, 50 en 500 µmol L-1
sulfide.
Uit experimenten is gebleken dat lage
sulfide concentraties van ongeveer 50 µmol L-1 (fig. 1) al giftig
kunnen zijn voor zoetwaterplanten en –insekten (Van der Welle et al. 2006). In
veel Nederlandse veengebieden zijn de sulfide concentraties 5-10 keer hoger,
wat er voor heeft gezorgd dat in veel sloten vrijwel geen waterplanten en –
insekten meer voorkomen (Geurts et al.
Sulfide en
ijzer
In
veel natte gebieden in Nederland zorgt kwel (aan de oppervlakte uittredend
grondwater) voor de aanvoer van ijzer. Ijzer kan reageren met sulfide, waarbij
onoplosbare ijzersulfides onstaan (Smolders & Roelofs 1996). Hierdoor is er
minder giftig sulfide in oplossing en wordt als het ware het sulfide
ontgiftigd.
In experimenten met fonteinkruid
(Potamogeton acutifolius), dotterbloem (Caltha palustris) en
pitrus (Juncus effusus) werd gevonden dat wanneer toenemende
hoeveelheden ijzer worden toegevoegd aan sulfiderijke bodems, er een
verschuiving plaatsvindt van sulfidetoxiciteit bij hoge sulfide gehalten en
lage ijzerconcentraties naar ijzertoxiciteit bij hoge ijzerconcentraties (en
dus lage sulfide concentraties) (Van der Welle et al. 2006; Van der Welle et
al. subm.). In figuur 2 is te zien hoe deze verschuiving plaatsvindt bij
dotterbloem. Er werd tevens ontdekt dat bij dezelfde toevoegingen van ijzer en
sulfide, de gemeten concentraties in potten met pitrus veel lager was dan in
potten met dotterbloem. Dit kwam doordat pitrus veel meer zuurstof uit zijn
wortels “lekt”, waardoor sulfide omgezet wordt in het niet giftige sulfaat en
ijzer omgezet wordt in onoplosbare ijzerverbindingen (Van der Welle et al. subm.).
Figuur 2: Biomassa van dotterbloem bij toenemende hoeveelheden ijzer toegevoegd.
Nitraat en
ijzersulfides
Nitraat kan, net als zuurstof, ervoor zorgen dat ijzer en sulfide worden
omgezet in onoplosbare of niet giftige stoffen (Kolle et al. 1985; Soares
2000). Dit gebeurt door bacteriën in de bodem wanneer er onvoldoende zuurstof
in de bodem aanwezig is.
In experimenten met bodems die van nature
rijk zijn aan ijzersulfides werd gevonden dat deze omzettingen ook
experimenteel plaatsvinden. Wanneer nitraat toegevoegd werd, nam de
concentratie sulfaat toe (fig. 3). Daarnaast nam de hoeveelheid bacteriën die
deze omzetting kunnen doen toe in de behandeling met nitraat, terwijl in de
behandeling zonder nitraat geen toename werd gevonden ten opzichte van het
oorspronkelijke sediment (Van der Welle et al. in prep. a).
Figuur 3: Mobilisatie van sulfaat in bodems met
(FeSx) en zonder
(controle) ijzersulfiden in de bodem. Tijdens de twee
periodes waarin nitraat werd toegevoegd trad sulfaat mobilisatie op, wanneer
geen nitraat werd toegevoegd (tussenliggende periode) gebeurde dit
niet.
Interacties tussen ijzer, sulfaat en
overige metalen
Sulfide en ijzer kunnen niet alleen direct zorgen voor het verdwijnen
van soorten, maar ook indirect. In een veldexperiment vonden wij dat
krabbescheer (Stratiotes aloides) minder goed groeide bij zowel hoge
sulfide als hoge ijzerconcentraties (fig. 4). Het bleek echter dat bij hoge
ijzerconcentraties de verminderde groei van krabbescheer mede veroorzaakt werd
door toegenomen groei van waterpest (Elodea nuttallii) (Van der Welle et
al. in prep. b). Deze laatste soort was ook slecht bestand tegen hoge sulfide
concentratie en kwam vooral voor bij hogere
ijzerconcentraties.
Sulfaat aanvoer kan ook zorgen voor een
verhoogde afbraak van het veen (Brouwer et al. 1999). Hierdoor kunnen zware
metalen die in het veen opgeslagen waren vrijkomen en in verhoogde mate
opgenomen worden door waterplanten (Van der Welle et al. in prep. b). Wanneer
naast sulfaat ook ijzer aangevoerd wordt komen er juist minder metalen vrij. Dit komt waarschijnlijk door reakties waarbij zware metalen samen met
ijzersulfides onoplosbare verbindingen vormen.
Figuur 4: Biomassa van krabbescheer en waterpest in relatie tot ijzer en sulfide concentraties.
Verzuring,
verdroging en metalen
Uit de eerder besproken experimenten weten we dat er interacties
bestaan tussen zwavelverbindingen (sulfide en sulfaat) en metalen. Er zijn
echter veel meer factoren die een rol spelen bij de beschikbaarheid van metalen
voor opname door planten. Twee daarvan zijn de beschikbare hoeveelheid zuurstof
in de bodem (deze wordt gemeten aan de hand van de zogenaamde redoxpotentiaal)
en de zuurgraad (pH) van de bodem. Een lagere pH (zuurdere bodem) zorgt ervoor
dat er meer metalen in oplossing gaan en dus meer beschikbaar zijn voor opname
(Stumm & Morgan 1996; Van der Welle niet gepubliceerde data). Ook de
redoxpotentiaal bepaalt in welke vorm metalen aanwezig zijn in de bodem. Niet
alle vormen waarin metalen kunnen voorkomen zijn even goed oplosbaar en/of
beschikbaar voor opname.
Wanneer een natte bodem verdroogt, bijvoorbeeld door een
wisselend waterpeil, komt er meer zuurstof in de bodem en verandert de
redoxpotentiaal. Tegelijkertijd kan er verzuring van de bodem optreden, vooral
wanneer er veel zwavelverbindingen in de bodem voorkomen (Lucassen et al. 2002). Beide, tegelijk optredende, processen veranderen de beschikbaarheid van
metalen.
In een experiment met bodems die
verschillen in zware metalen belasting en “verzuringspotentiaal” werd gekeken
naar de effecten van verzuring en verdroging op de beschikbaarheid voor opname
door dotterbloem (Caltha palustris), pitrus (Juncus effusus) en
waterzuring (Rumex hydrolapathum). Het bleek dat er interacties waren
tussen de redox potentiaal (natte vs droge bodems) en verzuring (verzuurd door
verdroging of kunstmatig verzuurd). Een hoge redox potentiaal (droge bodem)
maakt metalen, met name ijzer, minder oplosbaar. Wanneer echter tegelijkertijd
verzuring optreedt, neemt de oplosbaarheid sterk toe. In mindere mate geldt dit
ook voor koper. Voor andere metalen (zink, cadmium en lood) is vooral de
zuurgraad van belang. Een lage zuurgraad in combinatie met een hoge
beschikbaarheid van giftige metalen zorgde ervoor dat planten minder goed
groeiden en meer metalen opnamen (fig. 5) (Van der Welle et al. in prep. c).
Figuur 5: Groei
van Dotterbloem in de verschillende behandelingen. De pH in de verschillende
behandelingen is weergegeven op de x-as. De letters geven de verschillende
bodems aan, daaronder staat de pH. Een lage pH betekent een zure bodem. RP-pH
is kunstmatig verzuurd, de overige bodems verzuren door
verdroging.
Referenties
Armstrong, J. & Armstrong, W. 2001. An overview of the
effects of phytotoxins on Phragmites australis in relation to die-back. Aquatic Botany 69: 251-268.Brouwer, E., Soontiens, J., Bobbink, R. & Roelofs, J.G.M. (1999) Sulphate and bicarbonate as key factors in
sediment degradation and restoration of Lake Banen. Aquatic Conservation: Marine and Freshwater Ecosystems 9: 121-132.
Koch, M.S., Mendelssohn, I.A. & Mc Kee, K.L. 1990. Mechanism for the sulfide-induced growth limitation in wetland
macrophytes. Limnology and Oceanography 35: 399-408.
Kolle, W., Strebel, O. & Bottcher, J. 1985. Formation of sulfate by a microbial denitrification in a reducing
aquifer. Water Supply 3: 35-40.
Lamers, L.P.M. Tackling biogeochemical
questions in peatlands. Proefschrift Radboud Universiteit
Nijmegen.
Lucassen, E.C.H.E.T., Smolders, A.J.P. & Roelofs, J.G.M. 2002 Potential sensitivity of mires to drought,
acidification and mobilisation of heavy metals: the sediment S/(Ca+Mg) ratio as
diagnostic tool. Environmental Pollution 120: 635-646.
Nixon, S., Trent, Z., Marcuello, C. & Lallana,
C. 2003. Europe’s water: An indicator based
assessment. European Environment Agency, Copenhagen, Denmark
(http://www.eea.eu.int).
Soares, M.I.M. 2000. Biological
denitrification of groundwater. Water Air and Soil Pollution 123: 183-193.
Smolders, A.J.P. & Roelofs,
J.G.M. 1996. The roles of internal iron hydroxide
precipitation, sulfide toxicity and oxidizing ability in the survival of
Stratiotes aloides roots at different iron concentrations in sediment
pore water. New Phytologist 133: 253-260.
Stumm, W. & Morgan, J.J. 1996. Aquatic Chemistry: Chemical equilibria and rates in natural waters, 3rd
edition. Wiley & sons, New York, NY, USA.
Van der Welle, M.E.W., Cuppens, M.L.C., Lamers,
L.P.M. & Roelofs, J.G.M. 2006 Detoxifying toxicants: Interactions between sulphide and iron toxicity. Environmental Toxicology and
Chemistry 25 (in press)
Van
der Welle, M.E.W., Niggebrugge, K., Lamers, L.P.M. & Roelofs, J.G.M. Differential responses of the freshwater wetland
species Juncus effusus L. and Caltha palustris L. to iron supply
in sulphidic environments. (submitted to Environmental
Pollution)
Van der Welle, M.E.W., Haaijer, S.C.M., Op de Camp,
H., Jetten, M., Roelofs, J.G.M., Smolders, A.J.P. & Lamers,
L.P.M. Nitrate induced oxidation of iron-sulfides in
freshwater wetlands (in prep. a)
Van der Welle, M.E.W., Haaijer, S.C.M., Smolders,
A.J.P., Roelofs, J.G.M. & Lamers, L.P.M. Biogeochemical
interactions between iron and sulphate in freshwater wetlands. (in prep. b)
Van der Welle, M.E.W., Haaijer, S.C.M., Roelofs,
J.G.M. & Lamers, L.P.M. Heavy metal uptake by freshwater plants
under differing redox conditions. (in prep. c).
Wang, F.Y. & Chapman, P.M. 1999. Biological implications of sulfide in sediment - A review focusing on sediment
toxicity. Environmental Toxicology and Chemistry 18: 2526-2532.
De Volkskrant, 9 januari
2007
Promotie: norm bodemv
AMSTERDAM - De ov
Dat zegt de Nijmeegse
ecoloog Marlies van d
Gemeenten
vo
De promovendus meent dat
niet de hoeveelheid metaal de grond giftig maakt, maar e
‘Totaalgehaltes van
metalen in de grond zeggen lang niet alles ov
Uit haar
ond
Van d
‘De kwaliteit van de bodem
en de kans dat de metalen ook w
In Ned
Volgens Van
d
