Stimuleringsprogramma systeemgericht ecotoxicologisch onderzoek

The impact of contaminated soils on soil engineers and above ground species linked in a food-chain. Changes in the population viability of earthworms and the black-tailed godwit Limosa limosa


Hoofdaanvrager:
Dr. C. Klok, Afdeling Ecology en Ruimte, Alterra, Wageningen

Onderzoeker:
Drs. M. Roodbergen Loopduur: 01-01-2002 tot 01-01-2006

 

Resultaat van het project

In de gemeente de Ronde Venen is sinds de 16de eeuw stadsafval op de inklinkende veengrond aangebracht, ter verbetering van de structuur en vruchtbaarheid van de bodem en om de bodem op te hogen. In dat afval zitten echter ook allerlei vervuilende stoffen. Binnen een grootschalig onderzoeksproject naar de effecten van deze stoffen op het ecosysteem is ook onderzoek gedaan naar de populatiedynamiek van de grutto in de Ronde Venen. De grutto gaat in heel Nederland nog steeds achteruit en is intussen op de Rode Lijst van beschermde en kwetsbare soorten terechtgekomen. Het is dus belangrijk te weten wat de effecten kunnen zijn van vervuiling op de locale broedpopulatie in de Ronde Venen. Daarom zijn de concentraties van zware metalen gemeten in de bodem, in het in het broedseizoen belangrijkste voedsel van de grutto (regenwormen) en in  grutto-eieren en –veren. Bovendien is tegelijkertijd gekeken naar het nestsucces en de overleving van gruttokuikens en van volwassen grutto’s.

Regenwormen nemen de meeste zware metalen, zoals koper, cadmium, kwik, zink en lood op uit de bodem, waardoor regenwormen in de Ronde Venen verhoogde concentraties van deze stoffen bevatten, ten opzichte van regenwormen in een schoon gebied. Met het eten van regenwormen nemen de grutto’s dus ook zware metalen op.  De concentraties van kwik, cadmium en lood bleken dan ook verhoogd in eieren en veren van grutto’s uit de Ronde Venen. Het lijkt er echter op dat dit weinig invloed heeft op het aantalverloop van de grutto’s in dit gebied. Zowel het nestsucces als de overleving van kuikens zijn hier niet lager dan in het schone referentie gebied. De plaatselijke overleving van volwassen grutto’s bleek weliswaar lager in het vervuilde gebied dan in de referentie, maar was gelijk aan de overleving in drie andere niet vervuilde gebieden. Mogelijk worden eventuele effecten van zware metalen overschaduwd door andere factoren, zoals predatie van legsels en kuikens en het maaibeheer.

Verder blijkt uit het onderzoek dat de plaatselijke overleving van volwassen grutto’s in de periode 2002-2005 vergelijkbaar is met de overleving in de jaren ’80 en bij de IJslandse ondersoort, waar het wel goed mee gaat. Dat wijst erop dat de oorzaken van de achteruitgang waarschijnlijk gezocht moeten worden in de jongenproductie. Deze bleek in dit onderzoek en ook in eerdere studies onvoldoende om de populatie duurzaam op peil te houden. Ook bleek uit dit onderzoek dat kuikens die laat in het voorjaar zijn geboren minder goed overleven dan kuikens van vroege nesten. Mogelijk heeft dit te maken met het maaibeheer. Wanneer wordt gemaaid lopen de kuikens het risico uitgemaaid te worden. Bovendien is er op een gemaaid perceel weinig voedsel in de vorm van insecten en weinig dekking tegen predatoren te vinden.

De achteruitgang van de grutto in Nederland is nog niet gestopt en we zullen hard ons best moeten doen om deze prachtige weidevogel te behouden.