Wetenschapsquiz Junior

De Juniorquiz van 2001 - de antwoorden

1. Antwoord C is goed.

Zweten we om vocht kwijt te raken? Nee, want daarvoor is plassen een stuk handiger.
Zout is niet iets wat we zo nodig kwijt moeten raken. Omdat er nu eenmaal in al onze lichaamsvochten zout zit, komt zout min of meer toevallig mee tijdens het zweten.
We zweten om warmte kwijt te raken. Als ons lichaam het warm krijgt komt er een beetje vocht uit de huid zetten. Dat vocht verdampt langzaam. Bij het verdampen wordt er warmte van de huid meegenomen en daardoor koelt het lichaam af.

2. Antwoord B is goed.

Luizen lopen niet over je hoofdhuid, maar over je haren. Ze klampen zich er met hun scherpe klauwen aan vast en lopen van de ene haar naar de andere.
Als je luizen hebt, heb je ook luizenpoep. Maar die poep kriebelt niet.
Wat wel kriebelt is hun beet. Mensenluizen zijn namelijk dol op mensenbloed. Hun mond heeft de vorm van een naald, die ze gebruiken als een rietje waarmee ze het bloed uit je hoofdhuid kunnen opzuigen. Om ervoor te zorgen dat het bloed niet stolt in het rietje spuiten ze anti-klonter stof in je hoofdhuid. De meeste mensen zijn een beetje allergisch voor die stof. Het gaat jeuken.
De vrouwtjesluis kan in haar hele leven 50 tot 150 eieren leggen. Die eieren heten neten. Ze plakt één eitje per haar vast, vlak boven de huid. Dat doet ze met een soort lijm, die je niet met water kunt wegvegen. Als je luizen hebt, helpt gewoon wassen dus niet om ze weg te krijgen. Wat wel helpt, is gif op je kop en heel goed kammen met een luizenkam.

3. Antwoord C is goed.

In een rijdende auto voelt je evenwichtsorgaan dat je hobbelt en heen en weer beweegt. Als je ogen in een boek kijken terwijl je rijdt, lijkt de wereld stil te staan. Dat klopt niet met elkaar en dat maakt dat je misselijk wordt. Naar buiten kijken zorgt ervoor dat wat je ogen zien klopt met wat je evenwichtsorgaan voelt. Dat is dé oplossing voor wagenziekte.

4. Antwoord A is goed.

Slakken hebben geen pootjes. Ze bestaan ook niet uit één lange spier, maar uit een heleboel verschillende. Veel van die spieren zitten in hun voet. Dat is het gedeelte van de slak dat op de grond rust. Bewegen doen ze als volgt: De slak maakt onder zijn lichaam slijm aan. Zo kan hij zich ergens stevig aan vast plakken, bijvoorbeeld aan een blad waarvan hij wil eten. Hij beweegt door zich met zijn voet tegen dat slijm af te zetten. Het blijft behelpen zonder pootjes: voor 2 millimeter heeft de naaktslak 1 seconde tijd nodig.

5. Antwoord A is goed.

De botten van oude mensen bevatten vaak veel minder kalk dan de botten van jonge mensen. Daardoor worden ze wel breekbaarder, maar niet korter.
Oude mensen worden korter doordat hun ruggengraat krimpt. Tussen de ruggenwervels zitten een soort schijven die uitdrogen en daardoor dunner worden. Dat kan op het laatst wel 8 centimeter schelen.
Jouw eigen schijven krimpen trouwens ook, soms wel 2 centimeter op een dag. Als je net wakker bent zijn ze het dikst. Terwijl je op school zit of aan het sporten bent wordt er door de druk steeds wat vloeistof uitgeperst. Als je jong bent, geeft dat helemaal niets. 's Nachts stroomt er gewoon weer wat nieuwe vloeistof naar je schijven en sta je 2 centimeter langer op!

6. Antwoord B is goed.

Vanaf zo'n 50 kilometer diepte is de aarde vloeibaar. De temperatuur in het midden van de aarde ligt ergens tussen de 2500 en de 3000 graden boven nul, meer dan genoeg om steen te laten smelten. Maar de koude ruimte waarin de aarde draait, koelt de warme aarde af en daardoor is haar buitenkant gestold en heeft de aarde een stevige aardkorst. Als er geen zon in de buurt is, is het in de ruimte wel 270 graden onder nul. Je kunt de aarde vergelijken met een bevroren meer. Waarom bevriezen wij dan niet helemaal? Dat komt door de zon. De zon is warm genoeg voor ons, maar niet warm genoeg om de aardkorst weer te laten smelten. Want steen smelt pas als de temperatuur boven de 1200 graden uitkomt.

7. Antwoord A is goed.

Je lichaam kent reflexen. Dat zijn dingen die gebeuren in je lichaam. Je hebt er zelf geen invloed op. Zoiets gebeurt bij verliefdheid. Als je aan je vriendje of vriendinnetje denkt of hem of haar plotseling ziet dan zorgen je hersenen ervoor dat er een stof in je bloed komt die ook in je bloed komt als er iets heel spannends gebeurt. Je lichaam wordt dan klaargemaakt om te vechten of te vluchten. Je spieren (waaronder je hart) krijgen meer bloed dan normaal, je darmen minder. Omdat je darmen dan bijna niet meer werken, krijg je een soort buikpijn. Die zelfde pijn voel je bij verliefdheid, maar omdat je in die bepaalde stemming bent, voelt het als vlinders in je buik.
Wat verliefdheid is en hoe het komt dat je verliefd wordt, weet niemand. Het gaat altijd om een combinatie van geur, uiterlijk en gedrag, die voor jou precies goed is om die spanning in je lijf te voelen die verliefdheid heet.

8. Antwoord C is goed.

Groente is 'plantaardig voedsel voor de mens', zegt het woordenboek. Dat is een tomaat.
Volgens de biologen is een tomaat een vrucht, want de tomaat is dat deel van de plant dat zorgt voor de voortplanting van de plant.
Maar de vraag was of een tomaat ook fruit is. Volgens het woordenboek is fruit 'voedsel gevormd door vruchten van bomen, struiken of planten die gegeten kunnen worden'. Omdat een tomaat inderdaad zo'n vrucht is, is een tomaat ook fruit.
Wat is het probleem met deze vraag? Vragen over woorden zijn altijd lastig.
Misschien noemen we tomaten in de keuken wel geen fruit omdat ze niet echt zoet zijn en we er geen toetjes van kunnen maken.

9. Antwoord C is goed.

Als je een glas met water omkeert valt het water eruit. Maar als je aan dat glas een handvat hebt (zoals aan een emmer) en je draait het snel rond, valt het water er niet uit. Daar zorgt de middelpuntvliedende kracht voor.
Een achtbaan gaat heel snel over de kop. Als je in een achtbaan een glas limonade vasthoudt, zal de limonade door diezelfde middelpuntvliedende kracht niet uit het glas vallen.
Maar de vraag was: kun je drinken uit je glas terwijl je in de achtbaan over de kop gaat? Ja, als je het glas op het juiste moment snel de goede kant op kantelt, stroomt de limonade je mond in. Dat is het moment waarop de zwaartekracht het weer wint van de middelpuntvliedende kracht. Je knoeit alleen flink door de wind die in het glas blaast.

10. Antwoord A is goed.

In kroepoek zit zetmeel dat heel snel water van je tong zuigt. Door dat gezuig blijft de kroepoek aan je tong plakken. De kroepoek komt pas los van je tong als het zetmeel opgelost is en de kroepoek helemaal slap van het vocht is geworden.
Als je kroepoek in water gooit hoor je het gewoon water opzuigen. Dat gaat zo snel dat de kroepoek gaat knetteren.