Wetenschapsquiz Junior

De Juniorquiz van 2002

En hier zijn de antwoorden...

1. Alle zoogdieren hebben zoet water nodig. Sommige zoogdieren, bijvoorbeeld dolfijnen, leven in zee. Hoe komen zij aan zoet water?

a) Hun huid laat wel water door maar geen zout.
b) Hun maag filtert het zout uit het zeewater.
c) Ze halen het water uit de vissen die ze eten.

2. Hoe kan het dat zowel in Nederland als in Engeland de golven op je af komen terwijl de landen tegenover elkaar liggen?

a) Golven draaien altijd naar de kust toe.
b) De wind waait altijd van de zee naar het land.
c) De golven ontstaan door schepen die langs de kust varen.

3. Twee skiėrs kunnen even goed schansspringen. De ene is zwaar, de andere is licht. Wie komt het verst?

a) De zware, want die gaat harder de schans af.
b) De lichte, want die zweeft beter.
c) Hun gewicht doet er niet toe.

4. Waarom is het niet elke nacht volle maan?

a) Meestal valt er een schaduw van de aarde op de maan.
b) Elke dag geeft een ander deel van de maan licht.
b) De aarde staat niet elke nacht tussen de zon en de maan.

5. Je moet een wind laten, maar dat kan even niet. Wat gebeurt er met die wind?

a) Hij stijgt op en verlaat het lichaam als een boer.
b) Hij komt er later via je poep en je adem uit.
c) Hij komt er later met meer kracht toch uit.

6. Als het onweert ben je op het land veilig in een auto. Ben je op het water veilig in een gesloten ijzeren boot?

a) Nee, want een boot staat niet op rubberbanden.
b) Ja, want hij is bijna helemaal van metaal.
c) Nee, want metaal trekt juist de bliksem aan.

7. Waardoor verandert de kleur van een kameleon?

a) Zijn ogen geven de kleur van de plant direct door aan de huid.
b) De huid werkt als een soort spiegel.
c) De stemming van de kameleon bepaalt zijn kleur.

8. Als je met een droge vinger in een zeepbel prikt gaat hij stuk. Wat gebeurt er als je eerst je vinger in zeepsop doopt en dan in een zeepbel prikt?

a) Hij gaat gewoon stuk. 
b) Hij wordt langwerpig en springt kapot.
c) Hij blijft heel.

Klik hier voor de antwoorden.