De Juniorquiz van 1998
1. Mensen kunnen lachen, kunnen apen dat ook?
a. Ja, sommige apen lachen als je ze kietelt.
b. Nee, apen weten niet wat een mop is.
c. Nee, apen kunnen niet huilen, dus kunnen ze ook niet lachen.
2. Er is zoet water en zout water. Zeewater is zout. Hoe komt dat?
a. Op de bodem van de zee liggen heel grote zoutstenen.
b. Mensen en dieren plassen zout water en dat komt uiteindelijk in de zee.
c. Rivieren nemen altijd wat zout mee uit de bergen.
3. Tot hoever kun je tellen?
a. Tot zover als er woorden voor zijn.
b. Tot oneindig.
c. Tot biljoen maal triljoen maal quadriljoen.
4. Planeten en sterren vormen samen ons heelal. Is dat het enige heelal of zijn er meer?
a. Ja, ons heelal is het enige heelal.
b. Nee er zijn er veel meer, maar die zijn héél ver weg.
c. Misschien zijn er wel meer, maar we kunnen ze niet zien.
5. Als je naar je nagels kijkt, zie je bij je nagelriemen van die witte halvemaantjes die altijd op dezelfde plek blijven zitten. Wat zijn die witte plekken?
a. Daar zitten je nagels nog niet goed vast.
b. Daar zijn je nagels nog niet helemaal hard geworden.
c. Daar zie je minder goed het bloed onder je nagels.
6. Honden zijn kleurenblind. Hoe weten we dat eigenlijk?
a. Door te kijken of ze meer van blauw of van rood eten houden.
b. Door te testen of ze harder blaffen tegen zwartwitfoto's dan tegen kleurenfoto's van poezen.
c. Door te kijken of je ze kan leren het verschil te zien tussen een rood en een groen poortje.
7. Als je je ogen heel stijf dichtknijpt, zie je allemaal kringels en lichtpuntjes. Hoe komt dat?
a. Er zitten bacteriën in je ogen die je alleen in het donker ziet.
b. Door het dichtknijpen worden je oogzenuwen geprikkeld.
c. Je ziet dan de binnenkant van je oog.
8. Waarom noemen we een tafel een tafel en niet bijvoorbeeld een koekiboeki?
a. 'Ta' betekende vroeger plank en 'fel' betekende poot. 'Tafel' is dus een plank op poten.
b. Dat is ooit bedacht door de Nederlandse timmerman Jan Tafel.
c. Dat is nou eenmaal zo in het Nederlands.
9. Je boort een tunnel dwars door de aarde en je doet een pak aan dat tegen de hitte van het binnenste van de aarde kan. Dan spring je in de tunnel. Wat gebeurt er?
a. Je suist door de tunnel en vliegt er heel hard aan de andere kant weer uit.
b. Je valt en blijft dan precies in het midden van de aarde hangen.
c. Je veert op en neer tussen de ene kant en de andere kant van de aarde.
10. Hoe komt het dat fluorescerende nagellak en plaksterren licht geven?
a. Er zitten stoffen in die energie opslaan.
b. Ze zijn gemaakt van heel fijn sterrenstof.
c. Er zit vuursteen in.
Klik hier voor de antwoorden.
