Maatschappij en de Elektronische Snelweg

ICT-starters en hun netwerken

(project 014-43-609)

Onderwerp

Het belang van nieuwe jonge ondernemingen bij de ontwikkeling van moderne economieën is enorm toegenomen. Het is cruciaal inzicht te verwerven in wat succesvolle van niet succesvolle starters onderscheidt. Bij de verklaring van het succes van een onderneming spelen niet alleen de eigenschappen van de ondernemer maar ook de structuur van het netwerk waarin de onderneming opereert een grote rol. De kernvraag van het onderzoek is dan ook op welke wijze het netwerk van de starter in positieve of negatieve zin bijdraagt aan het succes van het bedrijf.

Wetenschappelijk belang

Tot voor kort werd in de meeste netwerkstudies over ondernemerschap eenvoudige causale relaties gelegd tussen de omvang van het netwerk en het succes van de starter. Recent worden echter meer kwalificaties naar voren gebracht die erop duiden dat die relatie enerzijds niet zo eenvoudig ligt en ook niet altijd positief is. Zaken die hierbij een rol spelen zij de 'network-overload', incubators en de kwaliteit en reputatie van een netwerk. Daarnaast worden in diverse studies het belang van contingenties en 'social capital' genoemd. Naast de vraag naar de structuur van het netwerk en het soort relaties is het hierbij ook van belang inzicht te krijgen in hoe de causale keten van netwerk naar starter prestaties eruit ziet en wat de bronnen van dat netwerk effect zijn.

Maatschappelijk belang

Innovatief ICT-ondernemerschap hebben de laatste jaren aanmerkelijk aan populariteit gewonnen daar zij een bijdrage leveren aan de economische dynamiek. Ook de beleidsgemeenschap heeft de zoektocht ingezet naar ICT-starters. Echter slechts weinigen hebben ingezoomd op de meer of minder hechte en gedifferentieerde netwerken waarbinnen beginnende ondernemers opereren en innoveren.

Methodiek

Het onderzoek is exploratief van aard met als doel het genereren van hypotheses over de invloed van netwerken op het succes van ICT-starters. Via interviews met de oprichters van 30 ICT-bedrijven en deskresearch wordt achterhaald in hoeverre het al dan niet bestaan van ondersteuningsnetwerken een positieve bijdrage hebben geleverd aan het ondernemerssucces. Voor elk van de starters wordt in een 'minicase' het specifieke netwerk gereconstrueerd en per ontwikkelingsfase van het bedrijf geanalyseerd. De groep van 30 startups is onderverdeeld in een drietal subgroepen van elk 10 bedrijven, al naar gelang de mate waarin deze startende bedrijven gebruik maken van het soort netwerk om hun ICT-bedrijf. In elke subgroep starters zullen ten minste 2 bedrijven zitten die geen succes hebben en ondertussen gestopt zijn. Hoewel het relatief lastig is medewerking te krijgen van mislukte ondernemers zijn hun bevindingen voor het onderzoek van groot belang.

Indiener:

Prof. Dr. A.R. Thurik (Erasmus Universiteit Rotterdam & Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf)

Andere betrokkenen:

Prof.dr. T. Elfring (Erasmus Universiteit Rotterdam)
Dr. W. Hulsink (Erasmus Universiteit Rotterdam)
Prof. Dr. A. Kleinknecht (Technische Universiteit Delft)