Een vragendatabank voor ICT-gebruik in organisaties
(Project 014-43-602)
Onderwerp
In het project beoogt een vragenbank op te zetten met enquêtevragen die:
- diverse aspecten van het ICT-gebruik in organisaties zo volledig mogelijk meten,
- voorzien zijn van gesloten en eventueel open antwoordcategorieën,
- waar nodig een aanduiding hebben in welke soorten organisaties en aan welke respondenten in de organisatie ze gesteld kunnen worden,
- waar mogelijk getest zijn op validiteit en betrouwbaarheid.
Wetenschappelijk belang
In sociaal-wetenschappelijk onderzoek zijn enquêtes een veel gebruikt middel
voor kennisvergaring. Daarbij is kwaliteitsbeoordeling van de vragen alsmede
standaardisatie van vragen van groot belang voor wetenschappelijke vooruitgang. Alleen op deze wijze kunnen bijvoorbeeld de resultaten van verschillende
enquêtes worden vergeleken, waardoor ondermeer trends aangegeven kunnen
worden.
Dit alles geldt ook voor het arbeidssociologisch onderzoek naar
verschijnselen in organisaties, zoals ICT-gebruik. Toch zijn tot nu toe niet
veel pogingen ondernomen om vragen op dit terrein te standaardiseren. De
noodzaak daartoe wordt alom gevoeld. Dat geldt niet alleen voor variabelen die
gebruikt worden om verschijnselen te meten, maar minstens zozeer ook voor
variabelen ter verklaring van die verschijnselen.
De vragenbank die middels
dit onderzoek is opgezet, is openbaar toegankelijk voor elke geïnteresseerde
onderzoeker.
Maatschappelijk belang
In dit onderzoek is een vragenbank ontwikkeld om ICT-gebruik en ICT-vaardigheden te meten bij werkenden. Daarbij zijn bestaande vragenlijsten grondig bekeken en waar mogelijk de data geanalyseerd. Vervolgens is een analyse uitgevoerd om na te gaan welke werkenden een computer gebruiken. Daarbij blijken de duur van het dienstverband, het volgen van een computercursus, opleidingsjaren, arbeidsuren, bedrijfsgrootte, niet- groeiende werkgelegenheid en reorfganisaties significante factoren te zijn. Een aantal andere factoren uit het voorgestelde model blijken geen effect te hebben.
Methodiek
Het onderzoeksproject bestond uit acht fasen:
- Verzamelen van zoveel mogelijk recente enquêtes bij wetenschappelijke en commerciële organisaties met vragen over ICT-gebruik en -besluitvorming in organisaties.
- Inventarisatie van vragen en antwoordcategorieën in deze enquêtes, resulterend in een schema welke vragen in welke enquêtes op welk tijdstip aan welke groep respondenten zijn gesteld.
- Het testen van de vragen op (a) invulbaarheid aan de hand van een missing value analyse van de enquêtes waarvan databestanden beschikbaar zijn; (b) irrelevante of inconsistente antwoordcategorieën; (c) doelgerichtheid; (d) ongewenste scheve verhouding in de antwoorden.
- Selectie van vragen voor de vragenbank.
- Ontwikkelen van standaardblokken met vragen over persoonsgegevens, organisatiegegevens en bedrijfsgegevens, waarvan we weten of vermoeden dat ze belangrijke onafhankelijke variabelen zijn.
- Presentatie van de resultaten in een workshop voor onderzoekers in het Stimuleringsprogramma NWO-MES.
- Inbrengen van de geselecteerde vragen in het programma Databuilder van SPSS, waarin vragen en antwoordcategorie?n van labels en coderingen worden voorzien.
- In overleg met NWO-WSA nagaan hoe deze vragenbank op de website gezet kan worden.
Indiener
Dr. K.G. Tijdens (Universiteit van Amsterdam, K.G.Tijdens@uva.nl)Resultaten
De resultaten van dit onderzoek zijn als PDF beschikbaar: 'Werken in de digitale Delta; een vragendatabank voor ICT-gebruik in organisaties'.
Vervolgonderzoek
De vragendatabank die uit dit onderzoek is voortgekomen wordt door de onderzoekers toegepast in een vervolgonderzoek: Competenties van werknemers in de informatiemaatschappij.
Gerelateerd artikel
Tijdens, K.G. (2002) Werken in de digitale Delta. De ontwikkeling van enquetevragen om ICT-gebruik in organisaties te melden. In: R. Batenburg, J. Benders, N. van den Heuvel en J. Onstenk. Arbeid en ICT in onderzoek (red). pp. 75-90. Utrecht: Lemma.
