Maatschappij en de Elektronische Snelweg

Onderzoeksseminar ICT-starters en hun netwerken

Erasmus Universiteit Rotterdam, 26 september 2003

Naar aanleiding van het door NWO-MES ondersteund onderzoek 'ICT-starters en hun netwerken' vond op 26 september 2003 aan de Erasmus Universiteit een seminar plaats, waar naast de presentatie van de onderzoeksresultaten veel ruimte was voor gedachtewisseling met collega-onderzoekers. Dit leidde tot een middag vol gloedvolle betogen en levendig debat.

Onderzoekspresentatie

Tom Elfring presenteerde bij aanvang van het seminar, mede namens zijn co-onderzoekers Wim Hulsink en Dick Manuel, de resultaten van het onderzoek naar het effect van netwerken op het functioneren van startende ICT-ondernemers in Nederland. Aanleiding voor het onderzoek was het feit dat er in diverse publicaties gespeculeerd werd over factoren in het succes van startende ondernemingen. Deze publicaties spraken elkaar nogal eens tegen. Met dit onderzoek wilden Elfring c.s. achterhalen wat de rol van 'social capital' voor startende ondernemers is.

Het onderzoek concentreerde zich op de invloed van het netwerk van ondernemers voor de prestaties van hun onderneming in de eerste fase na oprichting, en dan met name in het geval van innovatieve ondernemingen in de Nederlandse ICT-sector. Een centrale vraag in het onderzoek was: 'zijn startende bedrijven die in een hecht clusterweefsel opereren innovatiever en uiteindelijk succesvoller dan bedrijven die hiervan niet of nauwelijks deel van uitmaken?'

In juli-oktober 2001 zijn 30 ondernemers geïnterviewd, die in de periode 1990?2000 bedrijven in de ICT-branche hebben opgezet. Deze bedrijven bleken in drie groepen ingedeeld te kunnen worden: lonesome cowboys, spin-offs en starters uit incubators. Netwerkeffecten verschillen voor deze drie categorieën starters wezenlijk van elkaar. Zij hebben ieder een kenmerkend type netwerk. Het netwerk van de lonesome cowboys bestaat uit vele zwakke schakels waaruit nieuwe kansen naar voren komen, en die waar nodig in korte tijd omgezet kunnen worden in sterke schakels. Het netwerk van spin-offs kenmerkt zich door een beperkt aantal sterke relaties die het bedrijf een goede basis bieden, maar tegelijk ook de mogelijkheid op het ontdekken van nieuwe kansen belemmeren. Starters uit incubators bleken tegen de verwachting in vaak moeilijk gebruik te kunnen maken van het netwerk van de overige betrokkenen bij de incubator. Netwerkeffecten lijken erg persoonsgebonden te zijn en niet eenvoudig overdraagbaar.

De algemene conclusie van het onderzoek is dat voor innovatie (exploratie) met name zwakke relaties van belang zijn, en dat voor de groei van een onderneming (exploitatie) vooral sterke relaties een rol spelen.

Reflectie

Ter reflectie op hun bevindingen waren twee sprekers uitgenodigd om vanuit hun eigen ervaring een reactie te geven.

Bert Twaalfhoven (ervaren ondernemer en investeerder, ondermeer via Indivers en Growth Plus) bevestigde dat actief netwerken inderdaad een belangrijke factor voor succes is in het bedrijfsleven, evenals een goed businessplan en financiering. Hij benadrukte bovendien dat de feitelijke ontwikkeling van een startende onderneming zelden verloopt zoals in het eerste ondernemingsplan beschreven. Dit plan moet voortdurend bijgesteld worden naar aanleiding van nieuwe omstandigheden. De ondernemer en ook zijn omgeving moeten zich hieraan steeds adequaat weten aan te passen.

Marius Meeus (Universiteit Utrecht) wees erop dat het onderzoeksmateriaal in zijn ogen nog mogelijkheden geeft voor verder onderzoek. Om dit te illustreren kwam hij met een aantal suggesties, zoals de positie van de ondernemer binnen zijn netwerk, een verdere typering van de zwakke/sterke relaties, het opstellen van een partnerprofiel en het toevoegen van bedrijfs- en omgevingskenmerken. Ook vindt hij dat de bevindingen van het huidige onderzoek verder geëxpliciteerd en empirisch geëxploreerd kunnen worden.

Verwant onderzoek

Voor een verdere uitwisseling van kennis en inzicht op het gebied van innovatie en ondernemerschap waren ook enkele collega-onderzoekers en sprekers uit het bedrijfsleven uitgenodigd om hun recente werk te presenteren. Achtereenvolgens kwamen aan het woord:

  • Sander Wennekers (EIM) over verschuivingen in het Nederlandse starters- en ondernemersklimaat 1990-2000;
  • Veronique Schutjens (Universiteit Utrecht) en Erik Stam (VU Amsterdam) over groei, succes en falen van nieuwe bedrijven in Nederland;
  • Ans Heirman (Vlerick Leuven Gent Management School) over incubatie en spin-offs in Vlaanderen;
  • Jasper van Bochove (Syntens) over Digikring, een platform voor ondernemende ICT-ers;
  • Harry Bouwman (TU Delft) over financiering en overheidsbeleid ter stimulering van ICT in Nederland;
  • Aard Groen (Universiteit Twente) over incubatie en spin-offs in Twente.

Algemene conclusie

De algemene conclusie van de studiemiddag was niet alleen dat verschillende soorten van netwerken van groot belang zijn voor het starten van ondernemingen, maar dat dit per soort onderneming sterk kan verschillen. Voorts bleek dat er nog hard gewerkt dient te worden aan een verdere theoretische uitwerking en empirische onderbouwing. Mede daartoe is het vervolgproject ?The making of an entrepreneurial community in the New Economy? opgezet.

Meer informatie

Op deze site is meer informatie over het NWO-MES project ?ICT-starters en hun netwerken? [?project ?ICT-starters en hun netwerken? intern linken naar project 495-43-609] beschikbaar.

Op de website www.eship.nl onder ?events? vindt u het programma en de volledige teksten van de bovengenoemde presentaties.

Nadere informatie over het onderzoeksseminar en het (vervolg)onderzoek is ook te verkrijgen bij Dr. W. Hulsink; e-mail: whulsink@fbk.eur.nl.