Maatschappij en de Elektronische Snelweg

Strategische Debatten

12 december 2000

Om het programma NWO-MES zo goed mogelijk te kunnen richten op actuele beleidsvragen, heeft NWO-MES in samenwerking met het Rathenau Instituut op 12 december 2000 een aantal strategische debatten georganiseerd. Hiervoor werden naast wetenschappers, beleidsmedewerkers van verschillende ministeries uitgenodigd.

Een verslag van de strategische debatten van 12 december 2000 kunt u hieronder lezen



Inleiding

Essentie van de strategische debatten was dat zowel aan de zijde van het overheidsbeleid als van de wetenschap, mogelijke tekortkomingen werden opgespoord, nieuwe ideeën werden geventileerd en mogelijke strategische keuzes werden getoetst. De uitkomsten van deze dag speelden een rol bij de verdere uitwerking van het programma van NWO-MES en werden ook meegenomen naar een zogenaamde publieksconferentie.

Dit verslag geeft in grote lijnen de gehouden voordrachten en de discussie daarover weer. Afhankelijk van hoe de parallelsessie werden georganiseerd, is bij de verslaggeving soms gekozen voor een duidelijke scheiding tussen voordracht en discussie, soms zijn deze 'gemengd' weergegeven.

Opening

Inleiding dagvoorzitter Drs. Th. Roes; adjunct-directeur Sociaal Cultureel Planbureau; Den Haag

Na een welkomstwoord ging drs. Roes eerst in op onderzoek dat recent door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) is gehouden op verzoek van NWO. Dit ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van NWO. In dit onderzoek is de publieke opinie over technologie onderzocht. Nagegaan is of het publiek kennis heeft genomen van recente sleutelinnovaties, zoals de ICT, en welk oordeel het heeft over de toepassing daarvan. Er zijn vier redenen waarom de ICT de wereld aan het begin van de 21ste eeuw sterk zullen veranderen:
  • Snelle technische ontwikkelingen. Processors worden steeds sneller en kleiner. Er komst steeds betere software. Miniaturisering en multimedia-apparaten zullen dit proces verder versterken.
  • De toepasbaarheid van ICT wordt steeds breder.
  • De aard van toepassingen van ICT verandert van versnelling naar facilitering
  • ICT is niet los te zien van de maatschappelijke inbedding. Individualisering en liberalisering zijn belangrijk voor de ICT ontwikkelingen. ICT voert doelmatigheid op en verbetert concurrentie. Door de ICT kunnen klassieke grenzen van tijd en ruimte worden overschreden. Tijd is immers het ultieme schaarse goed.

De vergelijking van publieksenquêtes in de loop van de tijd laten zien, dat de elementaire kennis over technologieën is verbeterd. In 2000 zijn er nog maar weinig mensen die termen als e-mail of internet niet kennen. In 1985 had zo'n 40 procent van de bevolking echter nog geen idee had van de nieuwe communicatietechnologie. De computer als zodanig was zelfs bij een aanzienlijke groep, 13%, onbekend. Uit het verloop van de cijfers valt voorts af te leiden, dat het oordeel van het publiek over de technologie in de afgelopen 15 jaar wat fluctueerde, maar per saldo gunstiger is geworden. Het publiek denkt niet alleen in meerderheid positief over de meeste technologische innovaties; het heeft in het algemeen een groter vertrouwen in de techniek gekregen. Steeds minder respondenten zijn het oneens met de stelling, dat de mensen zich moeten aanpassen aan de techniek of dat de techniek de oplossing zal brengen voor veel maatschappelijke problemen. Meer informatie over het publieksonderzoek is overigens te vinden o p de SCP website).

Nu moeten de maatschappelijke implicaties van ICT verder goed worden onderzocht. Het onderzoek daarnaar is laat gestart. We moeten onze middelen geconcentreerd inzetten, financieel maar ook qua menskracht. Daarvoor is onder meer NWO-MES in het leven geroepen. Het NWO-programma focust op een paar samenhangende thema's en streeft een drieledig doel na:

  • empirisch maatschappijwetenschappelijk onderzoek gericht op de stand van zaken en de verwachtingen voor de toekomst;
  • het beschikbaar krijgen van adequate gegevens en indicatoren, mede door het op gang brengen van aanvullende dataverzameling;
  • kennisoverdracht van onderzoeksresultaten.

onderzoek
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen kortlopend en langlopend onderzoek. De eerste omvat een analyse van actuele thema's, die voor het beleid of voor de verdere ontwikkeling van het programma van belang zijn. Vorig jaar werden echter maar twee projecten gehonoreerd. Het betrof hier een onderzoek naar allochtone jongeren als digitale burgers en de mogelijke vragendatabank voor ICT gebruik in organisaties. Dat er niet meer projecten werden gehonoreerd kwam mede door het gering aantal ingediende verzoeken tot ondersteuning. Hopelijk levert de nieuwe ronde meer subsidieaanvragen op. De indieningtermijn sluit in januari 2001. Op deze site van NWO-MES en bij het secretariaat is daarvoor de nodige informatie te vinden.

In het langlopende onderzoek staan meer fundamentele wetenschappelijke vraagstukken centraal. Maar ook hier is de maatschappelijke invalshoek van belang. Bij producten in deze categorie moet primair gedacht worden aan dissertaties, internationale wetenschappelijke publicaties en congresbijdragen. Recent is de eerste beoordelingsronde van voorstellen voor langlopend onderzoek afgerond. Er zijn acht projecten gehonoreerd. Het gaat om verbetering van de economische productiviteitsmeting, de wisselwerking tussen ICT en gebruikers, de invloed van ICT op de positie van de professionals in de gezondheidszorg, de mogelijkheden en risico's van ICT op het leerproces in het voortgezet onderwijs, de gevolgen van ICT voor het functioneren van de binnensteden, de invloed van ICT op communicatie- en samenwerking binnen organisaties en ten slotte 'gender' op internet.

gegevens
Toegankelijkheid van ICT-onderzoek en databestanden is zeer belangrijk. Beschikbaarheid van meerjarige databestanden is van essentieel belang. en de relevante informatie en data moeten zo spoedig mogelijk voor de onderzoekers ter beschikking komen. Daarvoor moet de zogeheten ICT-monitor snel worden opgebouwd.

kennisoverdracht en -uitwisseling
Kennisuitwisseling is de reden waarvoor de strategische debatten zijn georganiseerd: 'een strategisch debat in informele sfeer'. De ontmoeting tussen beleidsmakers en onderzoekers is van groot belang. Wetenschappelijke en maatschappelijke kennis moeten met elkaar worden geconfronteerd. Dit moet, zoals vermeldt, ook input leveren voor de publieksconferentie 'Werken in digitaal Nederland', op 17 januari, georganiseerd door het Rathenau instituut. Deze conferentie moet weer beleidsimplicaties en vragen voor de wetenschap opleveren.

Strategische vragen

In acht parallelle kleinschalige bijeenkomsten werden de strategische vragen aan de orde gesteld. Het programma van die bijeenkomsten is bijgevoegd. In de ochtend van het strategisch debat werden de departementale visies gegeven besproken. Daarbij waren vier vragen van belang:
  1. Wat is de hoofdrichting van het ICT beleid van het betreffende departement. Wat zijn de achtergronden, welke doelstellingen zijn geformuleerd en welke speerpunten kunnen worden onderscheiden?
  2. Welke kennislacunes zijn er?
  3. Welk onderzoek achten departementen nodig?
  4. Welke mogelijke wensen hebben de departementen ten aanzien van het kennisnetwerk, dat in het kader van NWO-MES moet worden opgebouwd?

In de middag werden visies vanuit de wetenschap weergegeven. Daarbij waren ook vier vragen van belang:

  1. Welke hoofdlijnen zijn er in de ontwikkelingen op het betreffende themaveld te onderkennen?
  2. Welke knelpunten ontstaan er met de huidige situatie; wat blijft zo, wat is nieuw en wat zal er vooral concreet veranderen?
  3. Welke theoretische en empirische kennislacunes zijn er en welk onderzoek is ter zake gewenst?
  4. Welke wensen zijn er ten aanzien van het kennisnetwerk?

Vier aandachtsgebieden komen met name aan de orde. Zij vormen overigens een selectie van de onderwerpen, die in het breder gericht NWO-MES programma zijn opgenomen.

ICT en de arbeidsmarkt.
Bij dit thema gaat het om fundamentele vraagstukken met betrekking tot de regelgeving op de arbeidsmarkt. Momenteel is het beleid gericht op het verhogen van de arbeidsmarktparticipatie. Daarnaast speelt de verhouding tussen arbeid, leren, zorg en vrije tijd. De vraag is hoe ICT deze vraagstukken beïnvloedt en hoe bedrijfsleven, sociale partners en overheid hiermee rekening houden bij het maken afspraken.

ICT en kennis en vaardigheden.
Door ICT veranderen organisaties en daarmee ook de kwalificaties die aan werknemers worden gesteld. Er worden steeds meer kennisvaardigheden vereist. Naast kennis als 'economisch kapitaal', wordt ook het sociaal en cultureel kenniskapitaal van groter belang. Kennis, en daarmee de productie- en concurrentiekracht, wordt opgedaan via deelname aan kennisprocessen. Belangrijke vragen zijn: hoe moeten we gaan leren en hoe werken de ICT-mogelijkheden en de veranderende eisen van organisaties op elkaar in?

ICT en veranderende markten en organisaties
ICT heeft een faciliterende scheppende rol voor een nieuwe manier van produceren, voor prijsvorming en voor de relaties tussen economische actoren. ICT heeft dan ook gevolgen voor de marktwerking en marktordening. Ook de arbeidsorganisatie en het management van arbeid veranderen onder invloed van ICT. Belangrijke vragen zijn: welke maatschappelijke doelen kunnen hier worden nagestreefd en hoe werkt ICT hierin door?

ICT, stad en regio
De mede via ICT gestuurde kenniseconomie speelt zich af binnen grotere ruimtelijke kaders. Woon- en werklocaties verschuiven over grotere afstanden. De centrale steden en gebieden herbergen niet meer alle banen, ook suburbane en gebieden verder weg van het economische hart van Nederland gaan een belangrijkere rol spelen. De traditionele dualiteit tussen centrale stad en suburbs en die tussen het kern- en perifeer gebied maakt plaats voor een gedeconcentreerde en grootschalige ruimtelijke structuur. In de netwerkstad verandert de relatie tussen centrale stad en suburbs en tussen de suburbs onderling. De vraag is nu of ICT deze ruimtelijke ontwikkelingen versterkt of afzwakt.

De debatten

Zo'n 75 personen namen aan de strategische debatten deel. In een bijlage zijn de namen van de deelnemers weergegeven. Er zijn, zoals vermeldt, in totaal acht sessies gehouden. Deze worden hierna achtereenvolgens behandeld.

A) Sociale Zaken

Inleiding door drs. D. Hagoort; ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; voorzitter departementale werkgroep ICT en SZW.

Er is geen beleidsterrein bij SZW dat niet door ICT beïnvloed wordt. Bovendien veronderstelt ICT een hogere snelheid van opereren. Daarom lopen binnen SZW verschillende initiatieven:
  • Medio 2001 moet de beleidsnota 'ICT en SZW' verschijnen, waarin concrete beleidsvoorstellen moeten worden gedaan.
  • Binnen het programma 'De toekomst nu' worden scenario's ontwikkeld waarbij niet alleen naar ICT wordt gekeken, maar ook naar trends als individualisering en internationalisering.
  • In verband met de nieuwe uitvoeringsstructuur wordt de regie gevoerd over een nieuwe informatiehuishouding met betrekking tot de gegevensuitwisseling tussen uitvoeringsinstanties en om de uitvoeringskwaliteit te waarborgen.
  • De voorlichting aan en communicatie met burgers en bedrijven wordt van distributief omgevormd naar responsief.

Binnen 'ICT en SZW' bestaat met name aandacht voor de volgende kernpunten:

  • Hoe komen we aan voldoende geschoold personeel voor de ICT-sector om Nederland als kennisland optimaal te ontwikkelen? Wat zijn de consequenties voor de onderkant van de arbeidsmarkt?
  • De informatiesamenleving vraagt om nieuwe vaardigheden. Ook is er de noodzaak van een leven lang leren. Op welke wijze kan ICT benut worden voor nieuwe vormen van leren?
  • Arbeid wordt minder tijd- en plaatsgebonden. Dit heeft complicaties voor de regel- en wetgeving. Ook verandert de verhouding tussen werkgever en werknemer: een toenemende variatie in arbeidsverhoudingen. Dit heeft eveneens gevolgen voor de sociale zekerheidsregelgeving.
  • De verhoudingen tussen privé en werk, tussen arbeid, leren en zorg veranderen.
  • Wat betekent de informatiesamenleving voor sociale ongelijkheden? De digitale ongelijkheid loopt langs bestaande grenzen, maar hoe permanent is de achterstand? Welke voorzieningen moeten worden getroffen om achterstandsgroepen te laten aanhaken?
  • Het draagvlak voor collectieve solidariteit brokkelt af. Het leven wordt steeds vaker meer gezien als een aaneenschakeling van individuele keuzen, dan als door het lot bepaald.
  • Er moet worden nagedacht over de invoering van een chipcard in de sociale zekerheid. Ook moet bekeken worden hoe de overheid kan bijdragen aan een transparantere scholing- en re-integratiemarkt.
Discussie
Het is niet zinvol vanuit een technologisch deterministisch perspectief naar de ICT te kijken. Het is niet de techniek die dicteert. Het is daarom in principe mogelijk door middel van beleid de ontwikkelingen in de gewenste richting te sturen, de uitkomsten liggen immers niet vast. Wel komen andere sociaaltechnologische vormen van determinisme naar voren die de stuurbaarheid beperken:
  • Starheid binnen organisaties;
  • Dominantie van grote marktpartijen;
  • Reeds bestaande investeringen in oude (technologische) systemen.

De stuurbaarheid wordt verder beperkt door bijvoorbeeld de krapte op de arbeidsmarkt. Deze factoren beïnvloeden elkaar en de ontwikkelingen in een proces van 'mutual shaping'. Er moeten keuzes worden gemaakt over de richting van de arbeidsmarkt. Momenteel ligt het accent op maximale participatie, maar dat zou wel eens negatief kunnen uitwerken en ertoe kunnen leiden dat kwalitatief slechte banen op laag niveau acceptabel worden. Om dit te voorkomen zou juist meer moeten worden ingezet op een kwalitatief hoogwaardige kenniseconomie. Dit kan onder meer door technologische innovaties op een hoog niveau te stimuleren. Dit leidt tot goede banen, maar ook tot een arbeidsextensieve kenniseconomie. Voor het beleid zijn er verder mogelijkheden in het transparanter maken van de informatiestromen van de overheid naar de burger toe. Ook is er ruimte voor en behoefte aan een coördinerende rol met betrekking tot de talloze initiatieven die momenteel worden genomen om sociale ongelijkheid te voorkomen. Deze initiatieven moeten bovendien verbreed worden en een vervolg krijgen, zodat het voor alle betrokken partijen interessant is er aan deel te nemen.

B) De arbeidsmarkt

Inleiding door prof. dr. J. de Koning; SEOR; Erasmus Universiteit Rotterdam

ICT kan een positief effect hebben op de arbeidsproductiviteit. Het verhoogt de efficiency van het arbeidsproces en maakt werknemers productiever. Ook leidt het tot een verschuiving van werkzaamheden naar productievere arbeiders. Daardoor kan een digitale kloof ontstaan tussen meer en minder productieven. Verder leidt ICT tot een andere opleidingsstructuur. Het is lastig bij deze ontwikkelingen een duidelijke oorzaak-gevolg relatie te onderkennen: eerder gaat het om complementaire ontwikkelingen. Op dit moment zijn de productiviteitseffecten nog gering. Ze zijn bovendien moeilijk te constateren. Zo vergemakkelijkt ICT bijvoorbeeld de kennisdeling en dit is lastig meetbaar.

ICT leidt tot een daling van de vraag naar lager opgeleiden. De verschuiving van laag naar hoog opgeleide arbeid in de afgelopen decennia is deels te wijten aan de substitutie van laag geschoolde arbeid door kapitaal, deels aan een verschuiving van activiteiten naar lage lonen landen. ICT kan deze ontwikkeling versterken. ICT leidt echter niet automatisch tot het verdwijnen van laaggeschoold werk. Wel vraagt de technologische ontwikkeling om andere vaardigheden. Veel ICT-effecten spelen overigens niet op het individueel, maar op bedrijf- of sectorniveau.

Behalve op de vraag naar, kan ICT ook van invloed zijn op het aanbod van arbeid. Door het productiviteitseffect zullen mensen nieuwe afwegingen gaan maken tussen werken/inkomen en vrije tijd. Door ontwikkelingen als telewerken wordt het bovendien voor mensen makkelijker om toe te treden tot de arbeidsmarkt. Het gebruik van ICT bij consumptieve activiteiten leidt er verder toe dat mensen zich meer vaardigheden eigen maken. Gekoppeld aan het scholingsproces kan dit tot een verdere verhoging van de efficiency leiden.

ICT kan voorts een rol spelen bij de coördinatie tussen vraag en aanbod. Het creëert de mogelijkheid de arbeidsvoorwaarden te regelen via individuele arrangementen. Ook kan het de kwaliteit en efficiency van de arbeidsbemiddeling verhogen, hetgeen vooral van invloed is op de publieke sector. Ook beleidsprocessen kunnen door decentralisatie en deconcentratie kwalitatief beter en efficiënter worden

Op dit moment is echter nog veel onbekend over de daadwerkelijke effecten van ICT. Onderzoeksterreinen waar nog veel vragen liggen zijn:

  • De betekenis van ICT-ontwikkelingen voor lager opgeleide functies
  • De rol van ICT bij het proces van internationalisering
  • De invloed van ICT op scholingsprocessen.

C) Ruimtelijke Ordening

Inleiding drs. A. Nijhof; Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu
  1. ICT in het Ruimtelijk Ordeningsbeleid
    • In de 5de Nota Ruimtelijke Ordening wordt ICT wel aangestipt, maar is geen fundament van de nota.
    • Inrichtingsvragen:
      • - concentratie / deconcentratie
        Het is nog niet bekend of ICT een concentrerende werking of juist een deconcentrerende werking heeft op de verstedelijking.
      • kwaliteit op locaties
      • beleidsconcepten
        In welke mate beïnvloeden de ICT ontwikkelingen de beleidsconcepten. Kan men bepaalde zaken nog wel voor elkaar krijgen, of is er nog zoveel onbekend dat men niet meer robuust kan plannen maar flexibel te werk moet gaan omdat dat de ruimtelijke kwaliteit open laat.
  2. Kennislacunes
    • Definities
      Er is veel behoefte aan een goede afbakening van het begrip ICT. Gaat het om de ICT als zelfstandige sector of om de veranderingen in processen die door ICT ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt (enabling technologies)?
    • Schaalniveaus in tijd/ruimte
      Processen in de ruimtelijke inrichting beslaan vaak jaren tot eeuwen, terwijl processen in de ICT meer op het niveau van (nano)-seconden zit.
    • Causale / Functionele samenhang
      Er worden ontwikkelingen aan de ICT toegedicht die wellicht ook zonder ICT hadden plaats gevonden.
    • Constructivisme / 'social learning'; Er moet meer gewerkt worden met experimenten zoals kenniswijken. Daarnaast zou men meer de ICT ontwikkelaars zelf moeten vragen wat zij denken van de ruimtelijke effecten van hun handelen.
    • Cyclus: Actor - Activiteit - Organisatie - Ruimte
      Een hele andere benadering is wellicht nodig. Daarbij wordt per ruimtelijk niveau bekeken wat de invloed van ICT op dat niveau is:
     
    Ruimte Pand Buurt Stad Nationaal Internationaal
    Intensiveren          
    Combineren          
    Transformeren          

    • Sociaal-Ruimtelijke uitsluiting
      De ontwikkelingen in de ICT kunnen zorgen voor een democratisering van de planvorming. Daarnaast kan het ook gebeuren dat bepaalde zwakke groepen in de samenleving juist worden uitgesloten van het planvormingsproces omdat ze geen gebruik maken van de ICT.
    • Plan- en besluitvorming met ICT
      De ICT kan een belangrijke rol gaan spelen in het planvormingsproces en bij de besluitvorming.
  3. Welk onderzoek?
    • inzichtgevende studies
      Er is nog weinig bekend over de wijze waarop de ICT ingrijpt in de ruimte. Enerzijds ontbreekt het nog aan hard cijfer materiaal. Anderzijds spreken bestaande onderzoeken elkaar tegen.
    • ex-ante evaluaties
    • impact ICT-projecten
      Het is van belang de ruimtelijke consequenties van ICT-projecten (de kenniswijk in Eindhoven, Almere kennisstad, Gigapoort) te bestuderen.
  4. Kennisnetwerk
    • Interdepartementaal
      Om de gevolgen van de ontwikkelingen van ICT op de Ruimtelijke Ordening inzichtelijk te krijgen is samenwerking met andere departementen noodzakelijk.
    • universiteiten, onderzoeksbureaus en disciplinaire verbreding (cultuurstudies en sociologie)
    • apart ICT onderzoek mogelijk/wenselijk?
      Het is de vraag of het überhaupt mogelijk is om vanuit één sector de ontwikkelingen in de ICT te onderzoeken.
    • rol NWO-MES in hele onderzoeksinspanning
      Het NWO-MES programma is wellicht niet voldoende om de ICT ontwikkelingen en de effecten daarvan in kaart te brengen.

D) Stad en Regio

Inleiding Dr. L. van der Laan; Algemene Economie; Erasmus Universiteit Rotterdam
  • Hoofdvragen: hoe wordt ICT ingepast in de informatie- en kenniseconomie en hoe beïnvloeden ICT, organisaties en ruimte elkaar wederzijds.
  • Het inzicht in de samenhang tussen ICT en ruimte is vooral gelegen in het ICT-gebruik.
  • Door ontwikkelingen in de ICT zal men de agglomeratietheorie moeten aanpassen, ruimtelijke patronen zullen anders worden in de informatie- en kenniseconomie. Deze ontwikkelingen zijn echter niet zo sterk dat er sprake is van de 'death of distance'. Er is eerder sprake van 'reform of distance'. Bedrijven worden niet massaal 'footloose'. Beschikbaarheid van arbeid wordt een belangrijke vestigingsfactor. Kenniswerkers worden erg belangrijk en die wonen o.a. graag in suburbane gebieden. Ruimtelijke kwaliteit wordt, door grotere keuzevrijheid en doordat grotere afstanden overbrugbaar worden, daarbij van groter belang. Daarnaast zijn er vliegwieleffecten bij de ontwikkeling in gedecentraliseerde lokale netwerken.
  • Voor wat het beleid betreft is een uniforme aanpak uit den boze. Beleidskeuzes dienen afhankelijk te zijn van regionale publieke en private organisaties (lerende regio's). Het bovenregionaal beleid moet een inspirerende en facilterende rol krijgen.
  • Men moet oppassen voor de val van de infrastructuur (het 'technology push'denken) en niet weer dezelfde fout maken als in de jaren zestig/zeventig met de Eemshaven door allerlei ICT-bedrijventerreinen aan te leggen.
  • De maatschappelijke ontwikkelingen, waaronder die van de ICT, vragen om een andere benadering dan de 'plaatjes-planologie'. De dynamiek moet voorop staan.
  • Bezinning op de gehanteerde gebiedsindelingen is geboden. Er moeten geen territoriale grenzen als oogkleppen worden getrokken. Inspelen op meerkernige stadsgewesten en stedelijke zones.
  • Op meerdere van bovenstaande elementen bestaan nog kennislacunes. Dit betreft onder meer de nieuwe clustervorming, het daadwerkelijke gebruik van ICT binnen organisaties en ICT- en kennisindicatoren.
Discussie
  • Er is veel onbekend over de daadwerkelijke invloed van de ontwikkelingen op ICT gebied op de ruimte. In sommige scenario's zouden bedrijven 'footloose' worden, de Randstad uitwaaieren naar de Veluwe en de Flevopolder, kantoren zouden verdwijnen. Het ontbreekt echter aan feitelijke kennis over de invloed van ICT. Onderzoekers vallen daardoor snel terug op traditionele paradigma's. Er waren hele hoge verwachtingen van telewerken, maar blijkbaar zijn we er sociaal nog niet aan toe.
  • Het is onbekend of sommige ruimtelijke trends specifiek door ICT-ontwikkelingen veroorzaakt zijn of dat deze ontwikkelingen al waren ingezet en zich ook autonoom hadden ontwikkeld. De kwaliteit van locaties speelt hierbij een centrale rol.
  • Het is heel moeilijk om de effecten van de ontwikkelingen in de ICT op de ruimte alleen vanuit een eigen discipline te analyseren . ICT moet dan ook door alle disciplines heen bezien worden. Zo kan men niet uitspraken doen over netwerken zonder de ontwikkelingen in het transport in ogenschouw te nemen.
  • Door ICT moeten we niet de fysieke gebouwde omgeving vergeten. Deze laat zich niet snel aanpassen. De ruimteclaims en de wijze waarop ruimte wordt toebedeeld aan die claims blijven vooralsnog hetzelfde.
  • De ICT ontwikkelingen gaan te snel om in retrospectief goed te onderbouwen. Indien men data verzamelt over een periode van drie jaar om bepaalde trends te analyseren, is die data in het vierde jaar vaak achterhaald door de huidige snelheid van de ontwikkelingen.
  • Een van de belangrijkste vragen is of we aan de vooravond van een ICT revolutie staan, of dat we halverwege zijn en de grootste wijzigingen zich al voltrokken hebben. Hiermee hangt samen de vraag of er door de ontwikkelingen in de ICT een productiviteitsexplosie in de dienstensector gaat plaatsvinden, zoals dat eerder met de automatisering in de industrie is gebeurd.
  • De ontwikkelingen in de ICT kunnen niet zonder het internationale perspectief worden beschouwd. Ontwikkelingen elders kunnen een grote impact hebben in Nederland.
  • Er moet meer multidisciplinair onderzoek komen en het is tevens van belang om monitors op te zetten die de effecten van de ontwikkelingen in de ICT meten. Met name is er behoefte aan kennis over ICT en de wijze waarop gedrag daardoor wordt beïnvloed.
  • Men moet leren van pilots (proefvelden) die worden uitgevoerd.

E) Verkeer en Waterstaat

Inleiding drs. T. Weijers; Directoraat-Generaal Telecommunicatie en Post; Ministerie van Verkeer & Waterstaat.

Het ministerie van V&W is een breed departement als het gaat om ICT. Het is dan ook niet mogelijk om één hoofdrichting van het ICT-beleid aan te geven. Speerpunten zijn echter de ICT sector zelf, de toepassing van ICT en de maatschappelijke effecten. Het houdt de ontwikkelingen in de ICT-sector goed in de gaten en streeft ernaar om de marktwerking in deze sector zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen. Naast deze sector zelf hebben ook overige gebieden van het ministerie (o.a. vervoer, water, luchtvaart) in toenemende mate te maken met de gevolgen van ICT ontwikkelingen. Tenslotte wil het ministerie van V&W zich nadrukkelijker gaan oriënteren op de wisselwerking tussen ICT ontwikkeling en maatschappelijke ontwikkelingen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de effecten die optreden binnen de sector verkeer en vervoer. Bij dit alles s peelt het ministerie van V&W verschillende rollen, zoals het ontwikkelen van wet- en regelgeving, het faciliteren en creëren van randvoorwaarden, het stimuleren van ontwikkelingen en toezichthouder t.b.v. het algemeen belang De aard van de rol van de overheid staat hierbij wel voortdurend ter discussie.

V&W verricht veel onderzoek naar de gevolgen van ICT en beschikt inmiddels over een grote hoeveelheid basisgegevens. Daarnaast wordt ook strategisch onderzoek gedaan en scenariostudies verricht. Dat neemt niet weg dat er ook nog een grote kennisbehoefte is bij V&W. Deze heeft ten eerste betrekking op de werking van de ICT-markt, waarbij met name belangstelling is voor het gedrag van de gebruiker. Het gaat hier om zaken als de digitale tweedeling, veiligheid en consumentenvertrouwen. Een tweede thema betreffen de economisch-ruimtelijke effecten van ICT. De economische effecten van ICT zijn veel beter onderzocht dan de ruimtelijke effecten.

Bij dit alles is er behoefte aan empirische Nederlandse data en aan indicatoren met betrekking tot de huidige ICT-ontwikkelingen. Veel ICT-onderzoek is nogal kwalitatief van aard en in scenario's praat men elkaar veel na.

Discussie

Het ministerie van V&W zou wellicht meer energie moeten stoppen in het ontwikkelingen van een visie. Dit niet zozeer ten aanzien van de ontwikkeling van ICT, als wel de rol die de overheid daarin en de gewenste maatschappelijke resultaten. Daarvoor is echter informatie en kennis nodig die door de wetenschap moet worden aangeleverd. De wetenschap wil op zijn beurt als uitgangspunt nemen de visie van het ministerie van V&W om zo te komen tot een wisselwerking tussen kennis en richting. Meer specifiek wordt ingegaan op vijf onderwerpen:

  • Het belang van standaarden.
    Open standaarden zijn cruciaal voor de verdere ontwikkeling van ICT. Internet is ontstaan uit een aantal open standaarden met betrekking tot datatransport. Deze en andere standaarden mogen niet gemonopoliseerd worden. Ook moet de overheid zich inspannen om gemonopoliseerde standaarden open te krijgen. In het verlengde hiervan moeten overheden erop toezien dat geen partij een te grote dominantie kan verwerven op de ICT markt of het Internet. Ook het intellectueel eigendom, gebaseerd op de 'oude economie' moet worden aangepast of gediversifieerd naar de nieuwe economie.
  • E-commerce en marktwerking
    Bij e-commerce moet onderscheid worden gemaakt tussen informatiegoederen (hoge aanloopkosten, minimale reprokosten; tijd en locatie niet van belang; tendens tot ontwikkeling van toetredingsmonopolie) en goedereninformatie (t.b.v. transparantie van de markt; nieuwe intermediairs spelen daarin een onduidelijke rol welke nog nauwelijks is onderzocht). Er moet een internetvariant komen van het bankwezen en deze zou een rol kunnen spelen als controleur en voor de stabiliteit van het systeem.
  • Mobiliteit
    Wat is het effect van ICT op mobiliteit? Zal deze erdoor afnemen of juist toenemen? Om deze vragen te kunnen beantwoorden is nader onderzoek nodig. Hetzelfde geldt voor de gevolgen van ICT op de ruimtelijke ordening.
  • Digitale tweedeling
    Dit probleem speelt niet alleen voor consumenten, maar voor de producentenmarkt.
  • Wat is de rol van de overheid?
    • kennisvermeerderaar?
      stimulering via het onderwijs
      actieve rol in kennisnetwerken
    • stimulator?
      ruimte voor initiatieven nemen
      totstandkoming van open standaarden bevorderen
    • facilitator?
      scheppen van randvoorwaarden
    • chauffeur?
      koers bepalen en richting geven aan de ontwikkelingen. De overheid moet op zijn minst een missie vaststellen.

F) markten en organisaties

Inleiding Dr. J. Meijaard; Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (EIM); Zoetermeer

ICT dynamiek en groei
De wereld is snel aan het veranderen en vroegere logische oplossingen zijn niet meer per se logisch. Efficiënte procedures zijn niet meer per se efficiënt en de complexiteit van de samenleving neemt drastisch toe. Politici en wetenschappers praten in dit kader vaak over de Nieuwe Economie (NE). Maar helaas ontbreekt meestal het basisbegrip van de onderliggende kernmechanismen en ontbreken betrouwbare data die echt iets zeggen over wat er aan de hand is. Doel van de inleiding is te achterhalen wat de kernmechanismen zijn in de Nieuwe Economie en een antwoord te geven op de vraag hoe eventuele veranderingen gemeten kunnen worden.

ICT-innovaties hebben (in potentie) een doorslaggevend effect op de communicatie en informatieverwerking binnen het economisch systeem. Informatie is een belangrijke input in het bedrijfsproces. Het werkt in op de organisatie van het bedrijf en de structuur van de bedrijfsketen. Daarnaast is het van groot belang in het innovatie- en leerproces en daarmee op de economische groei. De ICT is een 'General Purpose Technology' en kan daardoor een groeispurt creëren door reeksen toegepaste innovaties mogelijk te maken in alle sectoren van de economie. ICT is als GPT van ongekende importantie. Misschien zijn we daarom voorlopig nog niet toe aan een echte 'proof of the pudding'.

We zitten midden in een dynamisch proces met een steeds verschuivend evenwicht. In dit transitieproces is tijdelijk 'winnend' bedrijfsgedrag absoluut niet representatief voor uiteindelijke optima. Korte en lange termijn effecten zijn fundamenteel verschillend en zowel het proces van innovatie als de groei zijn in transitie.

Er komen talloze nieuwe alternatieve oplossingen om te communiceren en om informatie te verwerken. Maar voor bedrijven blijft de centrale vraag: hoe en wanneer te veranderen. Zolang er surplus genoeg is in de economie is er ruimte voor nieuwe initiatieven en economische groei.

Effecten van ICT

  • ICT is een input voor een bedrijf (vergelijkbaar met bijvoorbeeld arbeid en kapitaal)
  • ICT verandert de organisatie
  • ICT is van invloed op de marktwerking, de dynamiek en de afbakening
  • ICT is van invloed op ondernemen, innoveren en leren.
  • ICT heeft impact op communicatie en daarmee indirect op de economie
  • ICT heeft een grote invloed op bedrijfsprestaties en economische groei.
Cruciale onderwerpen voor de Nieuwe Economie
  • Ondernemerschap en innovatie
  • Onzekerheid, turbulentie en verandering
  • Reactievermogen en flexibiliteit
  • Vertaling en inbedding van ICT
  • Kapitaal, prikkels en reële opties
  • Bedrijfsmodellen, herstructurering en reorganisatie
Kruisbestuiving tussen de oude en nieuwe economie?
  • Nieuwe Economie blijkt toch gewoon economie
  • Het is moeilijk om de potentie van de NE in te schatten
  • Alles is van invloed op alles. Wat verandert er door ICT?
  • Innovatie is niet hetzelfde als leerproces is niet hetzelfde als economische groei
  • Snelheid en kwaliteit...hoe gaan ze samen?
  • Belangrijke vraag is: welke ontwikkelingen zijn waarschijnlijker dan andere en hoe wat voor beleid moet je hierop ontwikkelingen?
  • Is overheidsbeleid überhaupt nog wel mogelijk in relatie tot de ICT ontwikkelingen?
Uitdagingen voor de overheid en de wetenschap
  • Helder maken van de echte veranderingen in de nieuwe economie. Wat verschilt er zo van de oude economie?
  • Het meetbaar maken van die veranderingen.
  • Weerleggen van de hype door gefundeerd onderzoek naar de echte veranderingen in de maatschappij.

G) Economische Zaken & Onderwijs

Inleiding drs. J.W. Stumpel; Directie Algemeen Technologiebeleid; Ministerie van Economische Zaken

Het Ministerie van Economische Zaken draagt zorg voor een gezonde Nederlandse economie met een dynamische marktsector. Menselijk kapitaal is in dit kader van cruciaal belang. Hieruit komt de interesse van het ministerie in arbeid en scholing voort. Hoewel reeds vele activiteiten worden uitgevoerd, zou een en ander nog beter gestroomlijnd kunnen worden. Onderzoek is nodig om tot een meer structureel beleid te komen. Vooral de relatie tussen ´Economie, ICT en onderwijs´ van belang. EZ is vooral geïnteresseerd in de volgende onderzoeksthema's:

1) Wat is organische complementariteit en hoe werkt het?

In sommige gevallen wordt substitutie aangezien voor complementariteit. De vraag rijst dan ook wat complementariteit is en of complementariteit tot efficiëntie verhoging leidt. Met name de organisatorische complementariteit is van belang. ICT moet worden aangepast aan de eisen van de onderneming. En wat is de rol van hoger opgeleiden daarbij? Daarover is echter nog weinig bekend.

2) Is overscholing een kwaal of een zegen?

Er zijn vele argumenten te geven waarom overscholing in Nederland geen probleem is (meetmethodes overschatten overscholing, met de huidige krapte op de arbeidsmarkt is er geen tijd om over te scholen, hoger opgeleiden zouden productiever functioneren in dezelfde functie, overscholing is slechts een momentopname terwijl het dynamische perspectief buiten beschouwing wordt gelaten, de markt zal zich aanpassen op overscholing). Verder is het belangrijk om je af te vragen of er in een tijd waar kennis snel veroudert, overscholing eigenlijk nog wel bestaat.

3) Wat zijn de te verwachten ontwikkelingen met betrekking tot hoogproductieve en laagproductieve arbeidskrachten? Is er sprake van een ´digital divide´?

Al wordt de ´digital divide´ vaak te karikaturaal weergegeven, met enige nuanceringen is het fenomeen zeker van belang. ICT gebruik hangt namelijk samen met sociaal-economische achtergrond. Nuancering dient aangebracht te worden daar de toepassingen van ICT verschillen en daarmee ook de betekenis van ICT-vaardigheden voor verschillende groepen.

4) Wat is de te verwachten evolutie van de arbeidsrelaties?

De vraag is wat de invloed is van ICT op de arbeidsrelaties. Worden werknemers mede onder invloed van ICT zelf meer een soort ondernemer? Wat heeft dit voor gevolgen voor de baanwisselingen en beloningsvormen?

Discussie

De relatie tussen ICT, economie en onderwijs dient in een brede context gezien te worden voordat er een goede interpretatie aan gegeven kan worden. De volgende brede onderzoeksvragen dienen dan ook beantwoord te worden.

Wat moet er geleerd worden?
Mede onder invloed van ICT is de maatschappij aan veranderingen onderhevig. Welke kennis en vaardigheden zijn er nodig om in deze maatschappij te functioneren?

Hoe moet er geleerd worden?
Vervolgens komt de vraag aan de orde hoe de kennisvaardigheden te leren. Helaas is er in Nederland nog weinig bekend over hoe kennis opgebouwd en vermeerderd wordt. In wat voor vorm dient onderwijs gegeven te worden (lerend werken, werkend leren?) ICT vormt één van de gereedschappen die gebruikt kan worden in het onderwijs. De invloed van ICT op de leerprestaties is dan zeer afhankelijk van de situatie waarin ICT gebruikt wordt en op wat voor manier ICT gebruikt wordt. De vraag is hoe ICT de leerprestaties, gegeven de onderwijsdoelen, kan verb eteren. Het huidige onderwijs is nog vrij traditioneel en gericht op het overbrengen van kennis voor de complete loopbaan aan het begin van de carrière. Hierbij wordt ICT vooral op een ´platte´ manier gebruikt. ICT biedt echter meer mogelijkheden dan waar op het moment gebruik van wordt gemaakt.

Welke directe en indirecte effecten zijn er?
De vraag is welke kosten en baten nieuwe onderwijsvormen en daarbij de inzet van ICT, met zich meebrengt. De indirecte effecten van de veranderingen in de samenleving en onderwijs hebben hun invloed op de eerder genoemde fenomenen zoals overscholing, arbeidsrelaties, laagproductieve en hoogproductieve arbeid.

H) Kennis en vaardigheden

Inleiding Dr. P.C. van den Dool; Inspecteur Onderwijs; Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; ETCetera

Centraal stonden de vraagstukken met betrekking tot kennissamenleving en ICT. De bijdrage richtte zich vooral op de internationale positie van Nederland, de onderzoeksbehoefte van de ministeries en organisatorische aspecten van het NWO-MES programma.

Internationale positie van Nederland

Op basis van de ´ICT toets 2000´ kan geconcludeerd worden dat Nederland achterloopt met andere Westerse landen wat betreft de ontwikkelingen van ICT. Cijfers van Eurostat en de OECD laten echter een meer positief beeld zien. Geconcludeerd kan worden dat het ontbreekt aan algemeen geaccepteerde indicatoren waarop de kennisintensiviteit in ruime zin en ICT ontwikkelingen in nauwe zin gemeten kunnen worden. Vooral op het gebruik van ICT scoort Nederland middelmatig. Dit terwijl de infrastructuur juist vrij goed is. Is hier sprake van een scheve verhouding of is het juist dat na het aanbieden van de infrastructuur het gebruik volgt? Een samenhangend ICT beleid lijkt één van de succesfactoren in een aantal landen te zijn. In Nederland ontbreekt het hieraan. In de VS wordt geëxperimenteerd met ICT in het onderwijs door middel van grootschalige, meerjarige experimenten. In Nederland zou het uitvoeren van systematisch experimenten met nieuwe vormen van ICT binnen het onderwijs ook goed zijn. Daaraan moet ook het monitoren en onderzoek naar effecten tijdens en na de experimenten worden verbonden.

Onderzoeksvragen ministeries
Duidelijk kwam naar voren dat vaak dezelfde vragen binnen de ministeries van EZ, SZW en OCW leven:
  • Een veranderende samenleving vraagt om nieuwe vormen van kennis, leren en didactiek. Hoe gaan/zouden deze er in de toekomst uitzien?
  • Innovatie gaat niet vanzelf. Hoe zijn de veranderingen te plannen en evalueren?

Aan deze overeenkomsten in vraagstelling tussen de departementen zou het NWO inhoudelijke en procedurele consequenties voor onderzoek moeten verbinden.

De positie van het NWO-onderzoek

Van departementale zijde werd de hoop uitgesproken dat NWO in staat is om interdisciplinair onderzoek te doen. Enige twijfel bestaat hierover, daar ook binnen NWO verschillende onderzoeksvelden in verschillende organisatorische eenheden zijn ondergebracht. Binnen PROO wordt er onderzoek gedaan op drie niveaus (fundamenteel strategisch, innovatief ontwerpend en review of research). Onderzoek op deze drie niveaus wordt door de departementen dan ook toegewezen aan het NWO. Dit terwijl NWO zijn prioriteiten vooral richt op het fundamenteel strategisch gebied. Het gevaar van een gat in het onderzoeksveld dreigt.

Plenaire afronding

De bevindingen van de diverse sessies werden in de plenaire slotsessie een voor een gepresenteerd. In de daarop volgende discussie werden enige algemene zaken geconstateerd:

  • Het blijkt dat de kennis over de daadwerkelijke invloed van ICT ondanks de grote aandacht voor ICT nog onbekend is. Het is dan ook van belang een goed systeem op te zetten waarin onderzoeksresultaten en -data, alsmede data van de overheid, ter beschikking worden gesteld voor onderzoekers. Het is van belang om relevante indicatoren onder te brengen in een ICT-monitor waarvoor overigens in het NWO-MES programma een budget is opgenomen.
  • Een verwant probleem is ook dat gegevens niet volgens een standaard wordt verzameld. Hierdoor is evaluatie en toetsing erg moeilijk. Er zou een kortlopend onderzoek moeten komen om een evaluatie kader op te zetten.
  • Een ander belangrijke constatering is dat ICT en samenleving elkaar wederzijds beïnvloeden. Beleid en onderzoek dienen hier dan ook sterk rekening mee te houden. Uitgaan van eenrichtingsverkeer in de zien dat de ICT de ontwikkelingen determineert wordt verworpen.
  • Tevens wordt het belang benadrukt van multi-disciplinariteit in het onderzoek van ICT. Het volstaat niet om bijvoorbeeld alleen een economische, een sociologische perspectief te hanteren.
  • Doordat sommige problemen samenhangend met de ICT bij meerdere ministeries tegelijk spelen, wordt ook gepleit voor meer departementale samenwerking. In de praktijk blijkt dit echter een lastig punt te zijn.
  • Men vind ook, vanuit meerdere departementen, dat de ruimtelijke aspecten van ICT nog onderbelicht zijn. Geopperd wordt dat er in dit kader eigenlijk een soort woningbehoefte-onderzoek (WBO) voor bedrijven zou moeten komen.
  • Vaak hinkt men ten aanzien van ICT op twee benen. Sommigen hebben het bij ICT vooral over de productiezijde, terwijl anderen vooral oog hebben voor de gebruikerszijde. Vaak worden deze twee ingangen niet eens geëxpliciteerd of wordt maar een deel van de problematiek belicht. Zo wordt vaak onderzoek gedaan naar de toekomstige vraag van ICT-geschoolden, maar wordt de aanbodzijde vaak over het hoofd gezien.
  • Een andere vraag betreft de stuurbaarheid van de ontwikkelingen. Moeten die wel door de overheid gestuurd worden? En zo ja, hoe en welke ruimte is daar, gelet op de marktontwikkelingen, eigenlijk voor? Dit spitst zich onder meer toe op problemen aangaande de digitale ´tweedeling´ en het faciliteren van de ICT-ontwikkelingen.