Maatschappij en de Elektronische Snelweg

Invalshoeken

De samenhang tussen ICT en maatschappij is zeer divers. Dit betekent dat, gegeven de randvoorwaarden van tijd en geld, er een prioritering in de te onderzoeken onderwerpen moet komen. Deze prioritering krijgt eerst zijn beslag in de vorm van de bij het programma te hanteren invalshoeken. Deze worden daarna toegespitst op enige perspectieven die bijzondere aandacht verdienen. In het onderzoeksprogramma worden drie hoofd- en drie ondersteunende invalshoeken onderscheiden.

Figuur 1: Hoofd- en ondersteunende invalshoeken van het onderzoeksprogramma

MES invalshoeken

De hoofdinvalshoeken richten zich op de centrale onderzoeksvelden van het programma. Het gaat om private en publieke organisaties, de arbeidsmarkt en de sociaal-culturele invalshoek. De ondersteunende invalshoeken hebben vooral betrekking op de condities, mogelijkheden en belemmeringen om deel te nemen aan de activiteiten rondom de centrale onderzoeksvelden. Het betreft hier respectievelijk onderwijs en scholing, het ruimtelijk aspect en meting en informatie. Zoals figuur 1 laat zien, doorsnijden deze ondersteunende invalshoeken als het ware de drie hoofdinvalshoeken. Ze zijn voor elk van de hoofdinvalshoeken van belang en vormen dan ook een integraal onderdeel daarvan.

Hoofdinvalshoeken:

Bij de drie hoofdinvalshoeken gaat het respectievelijk om de wederzijdse samenhang tussen ICT en de ontwikkeling van publieke en private organisaties, de arbeidsmarkt en sociaal-culturele aspecten.

Organisaties

Het gebruik van ICT in organisaties zal duidelijke effecten hebben voor de wijze waarop deze met kennis en informatie omgaan. Dit heeft weer gevolgen voor de doelmatigheid en productiviteit. Andersom zal ook de aard van de organisatie het ICT-gebruik beïnvloeden. Het gaat echter niet alleen om producten en processen, maar ook om de dynamische efficiëntie waarbij coördinatie en leren van belang zijn. Vanuit deze brede context krijgen drie probleemvelden een centrale plaats en wel die van 'organisatie en kennis', 'netwerken en marktwerking' en 'ÍCT en de macro-economie'. Hoewel het onderscheid niet haarscherp is, heeft de eerste vooral betrekking op de interne vormgeving van private en publieke organisaties. De tweede betreft vooral de externe samenhang tussen organisaties. De derde legt het accent vooral bij de samenhang tussen ICT en de ontwikkeling van de productiviteit.

Arbeidsmarkt

De samenhang tussen ICT en de arbeidsmarkt moeten worden verbonden met de ontwikkeling van de kenniseconomie en de actieve samenleving. In de kenniseconomie ligt niet alleen de nadruk op de generatie en behandeling van informatie en het economisch menselijk kapitaal, ook spelen sociaal en cultureel menselijk kapitaal een rol. In de actieve samenleving worden de traditionele, min of meer mechanistische gedragsvormen van individuen en groepen ingeruild voor grotere mogelijkheden voor combinaties van verschillende activiteiten zoals werken, leren, recreëren en zorgen. Binnen deze algemene gegevenheden spitst de samenhang tussen ICT en de arbeidsmarkt zich toe op drie aandachtsvelden. Het gaat hier respectievelijk om vraagstukken samenhangende met de emplooibaarheid van werknemers, de combinatiemogelijkheden van werk, zorg en leren en tenslotte op de samenhang tussen ICT en de arbeidsverhoudingen en -relaties.

Sociaal-culturele aspecten

De sociaal-culturele samenhangen met ICT omvatten wijzigingen in verschillende maatschappelijke domeinen, zoals die rondom de private levenssfeer, de politiek, de gezondheidszorg en de cultuur. Hierbij speelt ook verschillen in toegankelijkheid een rol. Naast optimisme is er ook zorg, vooral verbonden met risico's van sociaal isolement. Voor wat de private levenssfeer betreft zijn er grote verschillen tussen uiteenlopende soorten huishoudens te verwachten. Dit gegeven zal op haar beurt weer de ICT beïnvloeden. Ook is in dit kader de veranderende scheiding tussen openbaar en privé is van belang. Het domein van de politiek en de democratie kan eveneens grote veranderingen ondergaan. Vraag is hoe deze veranderingsprocessen zich (zullen) voltrekken en of de politiek en de overheid voldoende zijn voorbereid op deze veranderingen. Er zijn tenslotte ook grote veranderingen te verwachten voor de sociaal-culturele constitutie van de samenleving. Waarden- en normenpatronen, het maatschappelijk verkeer en kunst- en cultuurbeleving zullen veranderen. In het bijzonder kan worden gewezen op veranderingen in de wijze waarop mensen zich via de media laten informeren en amuseren. Door ICT verandert het medialandschap zich drastisch. Naast de opkomst van nieuwe communicatievormen, verdwijnt aan de andere kant de schaarste aan elektronische

Ondersteunende invalshoeken:

Er zijn binnen het programma ook drie ondersteunende invalshoeken onderscheiden: onderwijskundige-, ruimtelijke- en informatieaspecten. Deze doorsnijden de hiervoor besproken hoofdinvalshoeken. Aan elke structuur en ontwikkeling van organisaties, de arbeidsmarkt en sociaal-culturele aspecten is een onderwijskundige, een ruimtelijk en een informatie-aspect te bespeuren is.

Onderwijs

Bij de samenhang tussen onderwijs en ICT gaat het niet alleen om de 'traditionele' schoolsituatie, maar ook om de opleiding binnen organisaties. Dit kan vanuit vier thema?s worden onderzocht. Het gaat ten eerste om de instrumentatie: de educatieve functies van ICT-omgevingen en hulp- en leermiddelen. Het tweede thema gaat in op de rol van ICT bij de ondersteuning van 'lerende organisaties' en het informatie- en kennismanagement. Een derde thema betreft de brede ICT-competenties. Wat voor vaardigheden moeten worden aangeleerd? Het gaat hier om zaken hoe data worden gegenereerd, bewerkt, bewaard en verspreid. Ook dient het omzettingsproces van informatie naar kennis te worden onderzocht. Hoe gaan gebruikers om met de overvloed aan informatie, waarover zij mede dankzij de ICT kunnen beschikken? Met de inzet van ICT-hulpmiddelen, -leermiddelen en -leeromgevingen komt ook het vierde thema betreffende de verloopvormen van op ICT gebaseerde leerprocessen aan de orde. Met name door het leven lang leren, employability en nieuwe strategieën van Human Resource Management, zal leren en opleiden, mede met hulp van de ICT, steeds aan belang winnen en grenzen tussen instituties doorbreken.

Ruimtelijke ontwikkelingen

Het grotere volume en nieuwe patronen van ICT manifesteren zich in een veranderend ruimtelijk gedrag en locatievoorkeuren. Een dergelijke dynamiek kan leiden tot ruimtelijke en milieuknelpunten, tot nieuwe of verscherpte ongelijkheden tussen regio's of binnen steden, maar ook tot nieuwe kansen voor sociaal-economische ontwikkeling van gebieden en buurten. Een eerste hoofdvraag is die naar de ruimtelijke condities van het gebruik van ICT. Een tweede hoofdvraag betreft de ruimtelijke locatie en interactie. ICT lijkt immers de grondslagen van de ruimtelijke organisatie van de samenleving fundamenteel te gaan beïnvloeden. Een derde hoofdvraag betreft de ruimtelijke doorwerking van het gebruik van ICT in organisaties en huishoudens.

Meting en informatie

De bestaande wijzen van gegevensverzameling en -bewerking zijn niet geheel meer optimaal toegesneden op de structuur en ontwikkelingen in de kennissamenleving en de rol van ICT daarbij. Dit betreft zowel de data met betrekking tot bedrijven, instellingen als huishoudens. Traditionele indelingswijzen in sectoren en huishoudens volstaan minder om de samenhang tussen maatschappij en de elektronische snelweg te traceren. Een soortgelijk probleem treedt op ten aanzien van het meten van de arbeidsproductiviteit van kenniswerkers en de rol van ICT daarbij. Bij het toenemend belang van de sociale context voor de productie verandert bijvoorbeeld het product van kenniswerkers. Deze is moeilijker te meten. Daar hun productie vooral afhankelijk is van hun participatie in kennisprocessen wordt hun productiviteit afhankelijk van deels subjectieve inschattingen. Uit deze voorbeelden wordt duidelijk dat de overgang naar de kennissamenleving, waarin ICT mede als fundament fungeert, samengaat met problemen rond de juiste inschatting van activiteiten. Dit vraagt om nieuwe manieren om te meten. Onderzoek naar de samenhang tussen ICT en de samenleving begint dan ook met het daadwerkelijk meten. Eerst is de directe bepaling van de omvang en aard van ICT-activiteiten van belang. Wat is de geschiktheid van de huidige methoden voor het meten van datastromen en bestaat er behoefte aan nieuwe methoden? Wat is de beste onderzoeksmethode naar het gebruik van bijvoorbeeld het Internet? Daarnaast is het noodzakelijk om de verbanden van ICT met diverse maatschappelijke verschijnselen te kunnen bepalen. Ook dit vergt een nadere aanscherping van de te gebruiken concepten en methodes. De ontwikkeling van nieuwe empirische indicatoren is fundamenteel voor vele onderdelen van het stimuleringsprogramma. Bij deze ontwikkeling kan worden aangesloten bij al aanwezige aanzetten hiertoe, zoals bij bijvoorbeeld het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Centraal Planbureau.