Voortgezet Onderwijs Cohort Leerlingen

Programmabeschrijving

In het programma van de Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek (PROO) neemt het cohortonderzoek een speciale plaats in. Het is essentieel voor de evaluerende tak van het onderwijsonderzoek. Eén van de cohortonderzoeken is het Voortgezet Onderwijs Cohort Leerlingen (VOCL), een representatieve steekproef onder zo'n 20.000 leerlingen, op circa 200 scholen. Er is een cohort gestart in 1989 (VOCL'89), in 1993 (VOCL'93) en in 1999 (VOCL'99). Na het verzamelen van een aantal gegevens bij de start in het voortgezet onderwijs, zijn de leerlingen gedurende een aantal jaren in hun gang door het voortgezet en hoger onderwijs gevolgd.
De bedoeling van dit cohortonderzoek is om een beter beeld te krijgen van factoren op leerlingniveau - zoals intelligentie, eerdere scholing en sociaal-economische status - die invloed hebben op schoolprestaties, onderwijsloopbaan en arbeidskeuze. Daarnaast wordt geanalyseerd hoe onderwijskundige factoren op klas- en schoolniveau op de prestaties van leerlingen en van scholen inwerken.
Door de longitudinale wijze van data verzamelen hebben de onderzoeksresultaten een grote betekenis, zowel maatschappelijk (als evaluatie-instrument voor het onderwijsbeleid) als wetenschappelijk (als empirische basis voor de toetsing van bijvoorbeeld de effectiviteitstheorie).

De bestanden van VOCL komen tussen 2008 en 2010 beschikbaar voor andere onderzoekers via DANS (www.dans.knaw.nl).

Het cohort VOCL’99 wordt eind 2009 afgerond. Het cohortonderzoek wordt voorgezet in het Cohortonderzoek Onderwijsloopbanen onder leerlingen van 5 tot 18 jaar, COOL5-18 dat in 2007 van start is gegaan.