Konijn en koe grazen samen
16 september 2003
Konijnen blijken een voorkeur te hebben voor grasland waarop koeien grazen. De konijnen profiteren van door koeien kort gegraasd gras dat van goede kwaliteit is. Promovendus Liesbeth Bakker ontdekte in haar NWO-onderzoek aan de Wageningen Universiteit dat deze samenwerking tussen konijnen en koeien leidt tot een grote verscheidenheid aan plantensoorten.De onderzoeker bestudeerde een aantal proefvlakken in het Junner Koeland, een uiterwaardgrasland aan de Overijsselse Vecht. Hier zet Staatsbosbeheer koeien uit als natuurbeheerders. Verder grazen er zoveel konijnen en veldmuizen dat ze samen meer gras eten dan de koeien.
Konijnen blijken een voorkeur te hebben voor het grasland dat koeien begrazen. Zodra de koeien het grove graaswerk op een stuk grasland hebben gedaan, is het korte gras voor de konijnen makkelijker te eten. Veldmuizen mijden deze stukken juist, omdat ze in het korte gras een veel te makkelijke prooi vormen voor hun vijanden.
Begrazing door zowel koeien als konijnen blijkt tot de hoogste diversiteit van planten te leiden. Vooral laagblijvende kruiden als brunel, knolboterbloem en biggekruid doen het goed in korte vegetatie. Dit komt omdat planten in kort gras genoeg licht krijgen om te overleven. De meeste soorten planten groeien op plekken met veel konijnengraafwerk. Koeien zorgen dus dat voldoende licht bij de bodem komt, terwijl de konijnen zorgen voor goede kiemplekken voor laagblijvende kruiden.
Tenslotte ontdekte promovendus Bakker dat de konijnen een sleutelfactor vormen in het wel of niet uitbreiden van struikgewas en de groei van eikenboompjes daarin. Als er weinig konijnen zijn, kan in een terrein waar koeien grazen struikgewas ontwikkelen. In het struikgewas kunnen eikenboompjes wortelen, die door de bescherming van de struiken veilig zijn voor de koeien. Als er veel konijnen zijn, eten die delen van het struikgewas op, waardoor er geen plek meer is voor de eiken om zich te vestigen.
De vegetatie op het Junner Koeland bestaat uit een mozaïek van grasland, struikgewas en eikenbos. Een landschap met een zodanige afwisseling van grasland, struikgewas en bos herbergt vaak een grote diversiteit aan planten en dieren. Voor goed natuurbeheer is het van belang te weten welke effecten verschillende grazers op het ecosysteem hebben.
Meer informatie bij
- drs. Liesbeth Bakker (WUR, Natuurbeheer & plantenecologie, inmiddels werkzaam bij University of Nebraska, USA)
- tel. 050-5347185 (van 17 t/m 30 september)
- e-mail: liesbeth.bakker@wur.nl
- Promotie 23 september
- promotoren prof. dr. Frank Berendse (WUR)
- tel. 0317 483174
- en prof. dr. Han Olff (RUG)
- tel. 050 3632214.
![]() (Klik op het plaatje voor een grotere versie) |

