Ingenieursland Nederland kan nog heel wat leren van andere delta's
29 september 2009
Afgelopen zomer vond voor de vijfde keer de conferentie People & The Sea plaats, deze keer in de Waalse kerk te Amsterdam. Ton Dietz, hoogleraar in Amsterdam en Utrecht en voorzitter van de programmacommissie van NWO-VAM (het gammaprogramma voor klimaat), opende de dag en gaf na afloop zijn impressies. ‘Buitenlandse experts vinden dat we goed zijn in het voorkómen van rampen, maar daarmee hebben we wel een schijnveiligheid gecreëerd. Wat doen we wanneer het echt mis gaat?’
Ton Dietz vertelt dat op de conferentie People & The Sea de wereldtop van het sociaalwetenschappelijk onderzoek op klimaatgebied is samengekomen. ‘Inmiddels komen er trouwens ook technische en ecologische wetenschappers, maar dan wel met een sociaalwetenschappelijke interesse,’ aldus Dietz. ‘We zijn niet alleen met wetenschappers onder elkaar – er zijn ook organisaties die zich met de praktijk van klimaatverandering bezig houden.’ De conferentie vindt om de twee jaar plaats. De speciale Policy Day is er dit jaar voor de tweede keer. ‘Dit soort dagen zijn van groot belang voor de uitwisseling van kennis, vragen en informatie tussen beleidsmakers en wetenschappers.’
Van mitigatie naar adaptatie
Dietz observeerde op 8 juli dat bevestigd is dat in de klimaatveranderingsdiscussie een verschuiving heeft plaatsgevonden van mitigatie naar adaptatie. ‘Een paar jaar geleden – bijvoorbeeld toen we het VAM-programma moesten opzetten – was dat nog helemaal niet zo vanzelfsprekend. Maar nu zie je dat adaptatie centraal komt te staan. Dit is mede te danken aan de Commissie Veerman, die zich met de deltaproblematiek heeft beziggehouden. De leerlessen van die commissie werden ook gepresenteerd en bediscussieerd tijdens de dag. Aardig was dat het daarbij niet alleen om de inhoudelijke eindresultaten ging, maar ook over de door de commissie gevolgde aanpak. Men heeft geprobeerd zowel wetenschappelijk als maatschappelijk draagvlak te krijgen voor het nadenken over adaptatie. Omdat deze dag in het teken stond van internationaal vergelijken, werd wel opgemerkt dat Nederland weliswaar goed bezig is met het voorkómen van rampen, maar niet goed lijkt te zijn ingespeeld op het inspelen op rampen als die zich daadwerkelijk voorden. En dat een keer overstromingen zullen volgen, staat eigenlijk wel vast – wat doe je dan?’
Milieuvluchtelingenbeleid
De discussie spitste zich toen toe op twee punten. Dietz: ‘Het eerste punt betrof de betrokkenheid van de verzekeringsmaatschappijen. Uit een Engelse bijdrage op de dag bleek dat bijvoorbeeld de Engelse verzekeringsindustrie nu wel aan het veranderen is en mee gaat doen. Een tweede punt was het milieuvluchtelingenbeleid dat je als overheden moet maken. De milieu-experts zijn heel pessimistisch. Ze denken dat er in 2050 wel 250 miljoen mensen op de vlucht zullen zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. Hoe gaan we daar in Nederland mee om? Moeten mensen hier gaan verhuizen naar hoger gelegen gebieden, bijvoorbeeld? Moet en kun je dat in Europees verband oplossen? Hoe is de juridische status van vluchtelingen die geen UNHCR-ticket hebben? Dit brengt allerlei nieuwe sociaalwetenschappelijke vragen met zich mee.’
Betonnen oplossingen bieden schijnzekerheid
Een andere conclusie ging over protectie en preventie. ‘Nederland is een ingenieursland. We zijn hier gewend om onze oplossingen letterlijk in beton te gieten. Dat betekent ook dat onze oplossingen niet erg flexibel zijn. En het heeft als bijkomend psychologisch effect dat iedereen denkt dat het wel goed zit met de dijken en dat de overheid er wel voor zorgt dat we droge voeten zullen houden. Maar in feite leidt onze polderdijkenstructuur en –cultuur tot gevaarlijke risico’s, vindt men in het buitenland. Hoe meer je in veiligheid investeert, hoe groter de gevolgen. Waar houdt dat op? Verzekeraars maken nu een pas op de plaats; ze zijn niet meer zo happig op het verzekeren van laaggelegen huizen.’
De grote vraag die in Nederland volgens buitenlandse experts ontweken wordt, is hoe we om zullen gaan met ons waardevolle bezit. ‘Moet je dat niet in de komende honderd jaar gaan verplaatsen naar veiliger plekken? Maar ja, dat heeft allerlei economische en psychologische effecten… Als je daaraan begint, dan is er straks geen draagvlak meer voor grote economische investeringen in veiligheid. Enfin, de dilemma’s zijn duidelijk.’
Leren van ontwikkelingslanden
‘Interessant is trouwens dat de technici vinden dat Nederland op twee punten een grote voorsprong heeft: het watermanagement zelf en de manier waarop we dat institutioneel aanpakken. Rijkswaterstaat vertelde dat er nu samen met vijf andere deltagebieden (Jakarta, Mekong, Bangladesh, Nijl en Mozambique) in de wereld een samenwerkingsplatform is ontstaan om kennis uit te wisselen en van elkaar te leren. Wat wij vooral van de andere delta’s kunnen leren, is hoe mensen omgaan met reële waterrisico’s in een minder beschermde omgeving en hoe men de solidariteit organiseert als de staat dat niet doet.’
Een laatste punt dat Dietz is opgevallen, is dat steeds meer delen van de sociaalwetenschappen zich met de klimaatproblematiek bezig gaan houden. ‘Eerst waren vooral de economen actief, later de juristen. Pas nu – mede door het VAM-programma – zijn ook de geografen, sociologen, psychologen en ruimtelijke wetenschappen betrokken. VAM loopt binnenkort af. Hoe gaan we verder? Die vraag staat gelukkig bij NWO al op de agenda.’
