NWO-thema Duurzame aarde

Onderzoekers en beleidsmakers moeten 'strategische vriendschap' aangaan

29 september 2009

Maak onderzoekers vanaf het begin medeverantwoordelijk voor de communicatie met beleidsmakers rond hun eigen onderzoek en hou de contacten informeel, kort en interactief – ‘upstream engagement communicatie’. Dat is de kernboodschap van TUD-studente Marjoleine Georgette van der Meij. Zij deed haar communicatiewetenschappelijke stage bij het NWO-programma ZKO (Zee- en kustonderzoek).

Marjoleine Georgette van der MeijHoe zorg je ervoor dat beleidsmakers op de hoogte raken van ontwikkelde wetenschappelijke kennis en dat onderzoekers de juiste dingen onderzoeken? Van der Meij onderzocht wat onderzoekers hieraan kunnen doen. Ze deed dit binnen de onderzoeksgemeenschap rond het Zee- en kustonderzoek. Ze vertelt over haar bevindingen. ‘Traditioneel organiseert NWO of een instituut de communicatie met externe belangengroepen. Communicatie is iets wat bovenop onderzoek geplakt wordt, maar je hebt eigenlijk een bottom-up benadering nodig om het succesvol te laten zijn. Als je als onderzoeker dus echt graag wilt dat beleidsmakers je onderzoek gaan gebruiken, moet je actief met je instituut en NWO meedenken over de communicatie tussen onderzoekers en beleidsmakers, en niet bij voorbaat roepen dat beleidsmakers niet willen en het toch niet zullen snappen. Dat blokkeert het vinden van innovatieve ideeën en oplossingen voor deze communicatie’. 

  

Voetangels en klemmen

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, weet Van der Meij ook wel. ‘Een onderzoeker wordt niet direct op inzet voor communicatie-initiatieven beloond. Ook zijn er bij ZKO geen afspraken gemaakt over communicatie  met de ‘beleidsmakers’ die in het programma investeren. Maar,  ook niet alle onderzoekers zijn gewend of willig om over communicatie na te denken. En dan is er ook nog het punt dat de meeste onderzoekers het liefst over de details van hun project praten, terwijl beleidsmakers liever op een hoger schaalniveau van gedachten wisselen.’
Kortom, zegt Van der Meij, er is een verandering nodig in het onderzoekssysteem om inzet voor communicatie te belonen, maar ook de nodige onderlinge afstemming en interne communicatie, om communicatie met externe partijen zoals beleidsmakers succesvol in te richten. Dit heeft tijd nodig.

Communicatie eerder in het onderzoeksproces

Van der Meij gebruikte voor haar onderzoek de theorie van de ‘upstream engagement-communicatie’. Ze legt uit dat 'upstream' wijst op de verschuiving van wetenschapscommunicatie naar voren in het onderzoeksproces, met als doel de belanghebbenden zoals beleidsmakers het onderzoek mede te laten 'ervaren'. ‘Je communiceert met belangengroepen zoals beleidsmakers vóór het begin van een programma of project, tijdens de voortgang van het onderzoek op diverse momenten, tot en met (na) het einde als de resultaten binnen zijn en interpretatieslagen zijn gemaakt. Doordat je idealiter als onderzoeker ook iets doet met de wensen en verlangens die belangengroepen uiten gedurende dit traject, maak je ze mede-eigenaar van het onderzoek. Je betrekt ze letterlijk in je onderzoek.’

Relaties in plaats van conflicten

Van der Meij heeft een voorbeeld. ‘In het geval van de Waddenzee weten we allemaal dat er heel veel verandering gaande is, mede door veranderende klimaatverschijnselen. Maar, niemand weet wat er precies gaande is en hoe daar op de juiste wijze op te anticiperen - zelfs onderzoekers niet. Maar zij hebben er natuurlijk wel een mening over, net zoals alle mensen uit de visserij, gasboring, windmolenparkbouwers en beleidsmakers. En op korte termijn moeten er vaak toch beslissingen worden genomen over hele praktische zaken. Het Upstream Engagement-gedachtegoed staat voor communicatie tussen verschillende partijen op continue basis, voor het gezamenlijk vroeg identificeren van mogelijke problemen aan de hand van het wetenschappelijk onderzoek wat er gaande is en wat er in de dagelijkse praktijk speelt op de Waddenzee. Vervolgens draait de communicatie om het vinden van zo goed mogelijk onderbouwde oplossingen voor deze problemen, waar zoveel mogelijk partijen blij mee zijn.’ Upstream Engagement gaat ook om het opbouwen van relaties die eventuele conflicten kunnen voorkomen. ‘Nu worden er vaak lukrake beleidsbesluiten genomen of schrijven onderzoekers boze brieven aan de krant, en ontstaan er hete vuren. Daarmee drijf je uit elkaar.’

Promotie alleen is onvoldoende

‘Promotie (Science Marketing) is een eenmalig moment waarbij mensen entertainment en laagdrempelige inhoud willen,’ stelt Van der Meij. ‘Upstream Engagement gaat de strijd met de nuance juist aan, door met belanghebbenden zoveel mogelijk verschillende meningen over potentiële implicaties van onderzoek af te tasten. Bovendien draait Upstream Engagement om communicatie waarin alle partijen iets investeren en iets hebben aan de uitkomsten. Bij promotie heb je dat niet. Upstream Engagement draait om samen denken, verschillende disciplinaire kennis uitwisselen, er samen uitkomen wat je wilt van elkaar en kunt beloven aan elkaar. Een strategische vriendschap.’
Het is natuurlijk lastig om de onderzoekscultuur te veranderen, waarbinnen investeren in communicatie door collegae vaak wordt gecorreleerd aan lagere wetenschappelijke prestaties. Maar Van der Meij heeft wel een aantal concrete aanbevelingen aan het ZKO-management gedaan. Hieronder vallen onder meer het praten over en het maken van afspraken over communicatie tussen NWO en de onderzoekers. ‘Ik verwacht verder dat binnen enkele jaren het beoordelingssysteem van thematisch onderzoek niet alleen meer gebaseerd zal zijn op aantal publicaties. Dat gaat helpen betreft waardering krijgen voor communicatie.’

Het Management report van de stage is te vinden op de ZKO-website