Daad-Schuld

Bijdrage aan een strafrechtelijke handelingsleer met bijzondere aandacht voor de normativering van het delictsbestanddeel opzet

Ferry de Jong
Universiteit Utrecht
Promotiedatum: 25 september 2009
Promotoren: prof. mr. C. Kelk en prof. dr. A.W.M. Mooij
Copromotor: dr. C.M. Elser
ISBN: 978-90-8974184-4

Opzet, schuld en intentionaliteit in het strafrecht

Daad-SchuldBinnen het strafrecht geldt ‘opzet’ als één van de belangrijkste criteria voor de beoordeling door de rechter van misdrijven. Dit criterium houdt in dat op de een of andere wijze moet worden aangetoond, dat de verdachte ‘willens en wetens’ een bepaald delict heeft gepleegd. Met andere woorden: kan de verdachte aansprakelijk worden gesteld voor het begaan van het misdrijf waarvoor hij of zij wordt aangeklaagd? Daartoe kan de rechter uitgaan van twee gangbare opvattingen over de vaststelling van opzet: een subjectieve/psychische benadering en een objectieve/normatieve benadering.

Beide opvattingen moeten worden verworpen, stelt Ferry de Jong in zijn proefschrift. Zo is het probleem bij de subjectieve benadering - waarin wordt geprobeerd de psychische gesteldheid van de dader bloot te leggen - dat zij te weinig tastbaar is en dat ze te weinig oog heeft voor verschillende interpretatiemogelijkheden. Om die reden zal de rechter veelal op safe willen spelen en terugvallen op de objectieve opvatting. Als uitgangspunt geldt daarbij: opzet kan bewezen worden als de rechter de gedraging van de verdachte er opzettelijk vindt ‘uitzien’. Nadeel bij deze methode is dat dan het perspectief en het normatieve referentiekader van de rechter gaan domineren, terwijl het er uiteindelijk toch om gaat, vast te stellen of de verdachte wel of niet opzettelijk heeft gehandeld.

De Jong pleit ervoor om bij het vaststellen van ‘opzet’ te kijken naar de hele context waarbinnen het misdrijf heeft plaats gevonden, met inbegrip van de bijzondere omstandigheden waaronder de verdachte het misdrijf heeft begaan, de rol van alle betrokken personen, enzovoort. Goede motivering is bij strafzaken erg belangrijk, meent De Jong, omdat ze een maatschappelijk belang dient. De Jong: ‘Binnen de huidige situatie wordt het oordeel van de rechter over het al dan niet opzettelijk handelen van de verdachte niet altijd voldoende uitgelegd. Met het gevaar dat het strafrecht wereldvreemd dreigt te worden en de burger weinig begrip kan opbrengen voor het oordeel van de rechter.’

Bron: Universiteit Utrecht