Vrije Competitie EW: 3,4 miljoen voor dertien projecten

3 augustus 2009

In de eerste ronde van de Vrije Competitie 2009 beloont NWO Exacte Wetenschappen (NWO-EW) dertien onderzoeksvoorstellen met een subsidie. Vier aanvragen betreffen een wiskundig onderwerp, vijf projecten zijn afkomstig uit de informatica en vier aanvragen zijn opgesteld door astronomen. Het totaal uitgekeerde bedrag is 3,4 miljoen euro.

Bij het inzamelmoment in januari 2009 wachtte de multidisciplinaire beoordelingscommissie de taak om vijfenzestig aanvragen te beoordelen. Het totaal aangevraagde subsidiebedrag bedroeg 17,9 miljoen euro, uiteindelijk wordt 3,4 miljoen euro uitgekeerd. Het grote aantal excellente voorstellen deed het Gebiedsbestuur besluiten iets meer de dan de geplande drie miljoen euro uit te keren. Met dertien toekenningen ligt het honoreringspercentage op 20,5 procent.

Vernieuwend onderzoek met grote urgentie

De Vrije competitie Exacte Wetenschappen is bestemd voor de beste wetenschappelijke projectvoorstellen zonder thematische randvoorwaarden. Het gaat om vernieuwend, risicovol onderzoek met een vraagstelling van hoge kwaliteit en met grote wetenschappelijke of toegepaste urgentie. De Vrije competitie is een belangrijk subsidie-instrument voor de ontwikkeling van de EW-disciplines en voor het faciliteren van multidisciplinair onderzoek.

Jaarlijks drie keer drie miljoen euro beschikbaar

Onderzoekers binnen de disciplines wiskunde, informatica en astronomie kunnen doorlopend aanvragen in de Vrije competitie van NWO-EW. Op drie momenten in het jaar worden de aanvragen die tot dan toe zijn ingediend, beoordeeld door een gebiedsbrede commissie. Voor elk van deze rondes is een bedrag van drie miljoen euro beschikbaar. Het volgende moment waarop NWO-EW de aanvragen verzamelt is op 6 oktober 2009 om 12.00 uur. Voor meer informatie over de Vrije competitie binnen NWO Exacte Wetenschappen zie: de subsidiewijzer.

Toekenningen

De dertien toegekende projecten (alfabetisch op aanvragen) betreffen:

Astronomie

  • Fundamental physics using neutron stars and black holes
    Hoofdaanvrager: Dr. P.G. Jonker (SRON)
    Het project wil de massa’s van neutronensterren en zwarte gaten bepalen zonder een model maar alleen via geometrische argumenten. Daarvoor willen de onderzoekers gebruik gaan maken van spectrograaf die recentelijk is bevestigd op de Very Large Telescope in Chili. De massa’s geven informatie over wat er in het binnenste van de neutronensterren afspeelt. Daarnaast wordt onderzocht hoe licht en hoe zwaar zwarte gaten kunnen worden wanneer sterren exploderen aan het eind van hun leven.
  • Probing the strong gravitational field around neutron stars using iron emissions Lines and quasi-periodic oscillations
    Hoofdaanvrager: Prof. dr. R.M. Méndez (RUG)
    Een röntgendubbelster bestaat uit een gewone ster in combinatie met een neutronenster of een zwart gat. Onderzoekers kijken in dit project naar Röntgendubbelster met een neutronenster, waarbij de de neutronenster materie wegkaapt van zijn begeleider. Deze materie blijft in hoge snelheid om de ster draaien. Dit wordt de accretieschijf genoemd. Door de enorme snelheden bij het ronddraaien zendt de accretieschijf röntgenstraling uit. De onderzoekers gaan op brede schaal diverse methoden vergelijken en bestuderen om de straal van 'etende' ster en de binnenstraal van de accretieschijf te bepalen.
  • Formation and evolution of carbon-enhanced Metal-poor stars
    Hoofdaanvrager: Dr. O.R. Pols (UU)
    De populatie zeer oude sterren met een extreem laag metaalgehalte in de halo van onze melkweg is belangrijk bij het bestuderen van het vroege heelal. Ze blijken zeer rijk aan koolstof en andere zware elementen, maar bevatten zeer weinig ijzer. Dit project kijkt naar het ontstaan en evolutie van deze sterren, met name naar de verandering van de chemische samenstelling aan de oppervlakte. Dit geeft informatie over de verdeling van stermassa’s in het vroege heelal.
  • Mass Loss from Oxygen-rich Asymptotic Giant Branch Stars
    Hoofdaanvrager: Prof.dr. L.B.F.M. Waters (UvA)
    Met behulp van de Herschel-satelliet gaat dit project kijken naar sterren met een massa van 0,8 tot 8 keer zo groot als onze aarde, die aan het einde van hun leven zijn. Ze worden dan rode reuzen genoemd en stoten grote hoeveelheden gas en stof uit. Dit massaverlies is nog slecht begrepen. Koolmonooxide en water zijn geschikt om de fysische structuren van de gasuitstoting en het massaverlies in kaart te brengen. Water is erg belangrijk voor de thermische balans van het gas maar kan vanaf de aarde nauwelijks in kaart worden gebracht. De Herschel-metingen bieden zeer waarschijnlijk betere mogelijkheden.

Informatica

  • Replaying History on Process Models for Conformance Checking and Performance Analysis 
    Hoofdaanvrager: Prof. dr. ir. W.M.P. van der Aalst (TU/e)
    Vandaag de dag registreren informatiesystemen grote hoeveelheden data. Dit maakt het mogelijk om event logs uit systemen te onttrekken. Een event log laat zien welke activiteiten er hebben plaatsgevonden, in welk volgorde, en eventueel ook nog extra gegevens als het tijdstip, de uitvoerder, de kosten, etc. Op basis van event logs is het mogelijk te bekijken in welke mate de werkelijkheid afwijkt van het procesmodel (zgn. Conformance checking). Het REPLAY-project onderzoekt de relatie tussen de event logs en modellen. Door het naspelen van de logs in de procesmodellen wordt zowel conformance checking als prestatieanalyse mogelijk. De resultaten worden getoetst in drie toepassingsgebieden: ziekenhuisinformatiesystemen, gemeentelijke informatiesystemen en high-tech systems verbonden met internet (bv. röntgenapparatuur).
  • Complex Patterns in Streams 
    Hoofdaanvrager: Dr. T. Calders (TU/e)
    Traditionele datamining methoden zijn niet langer geschikt om datastreams, zoals records van internetverkeer en gegevens afkomstig van sensoren, te analyseren. De oude methodes gaan uit van een statische database terwijl de data in streams continu en in hoge snelheid binnenkomen. Dit onderzoek gaat over technieken om datastreams te analyseren op het moment dat ze worden gegenereerd, bijvoorbeeld bij aan het graven naar complexe patronen. De technieken die worden ontwikkeld worden getest op echte data, zoals data van sociale netwerken, het internet en het sensorsysteem op de Hollandse brug.
  • Mean-Field Approximation Techniques for Markov Models (MATMaM)
    Hoofdaanvrager: Prof. dr. B.R.H.M. Haverkort (UT)
    Grote communicerende systemen, zoals sensornetwerken, zijn moeilijk te evalueren omdat het model uit teveel punten bestaat en de toestandruimte te groot is voor de bestaande analysesystemen. De onderzoekers van dit project maken gebruik van een techniek uit de fysica: de mean-field-analyse. Dit moet leiden tot een volledige analyse-raamwerk voor alle typen modellen. Gekoppeld daaraan ontwikkelen de onderzoekers een softwaretool om de analysemethodes te implementeren en te ondersteunen bij het compact en precies beschrijven van de modellen.
  • Lazy Productivity
    Hoofdaanvrager: Prof. dr. J.W. Klop (VU)
    In dit onderzoeksvoorstel breiden de onderzoekers de huidige methoden uit om de productiviteit, en daarmee correctheid, te garanderen van programma’s die met oneindige objecten werken. Oneindige objecten zoals oneindige lijsten (ook wel stromen genoemd) van natuurlijke getallen of andere data zijn dagelijkse kost in functionele programmeertalen.
  • Realising Optimal Sharing
    Hoofdaanvrager: Dr. V. van Oostrom (UU)
    Functionele talen maken het mogelijk kort en duidelijk te programmeren. Om dergelijke programnma's ook efficiënt te verwerken is echter een uitgebreide analyse van het programma door de compiler (vertaler) nodig. Een eigenschap van 'lazy' functionele talen, zoals Haskell, is dat een expressie alleen uitgerekend wordt wanneer dat echt nodig is, hetgeen tot aanzienlijke snelheidswinst kan leiden. Helaas kan het ook gebeuren dat, onbedoeld, een expressie meerdere malen uitgerekend wordt waarbij snelheidsverlies optreedt. Vanuit de theorie is een model bekend waar dit probleem niet optreedt. De onderzoekers verfijnen dit model en gaan na hoe ze het model effectief kunnen combineren met de bestaande analyse en implementatietechnieken in de Utrecht Haskell Compiler.

Wiskunde

  • Modular Forms and Cohomology of Moduli Spaces 
    Hoofdaanvrager: Prof. dr. G.B.M. van der Geer(UvA)
    Modulaire vormen komen overal in de wiskunde voor: in de algebraïsche meetkunde, in de getaltheorie en recentelijk ook in de stringtheorie. Het zijn functies met een ongelooflijke hoeveelheid symmetrie. De uitbreiding van het onderzoek van modulaire vormen met één variabelen naar meer variabelen door de aanvragers van dit project, is theoretisch en algoritmisch een grote uitdaging.
  • VARPOL
    Hoofdaanvrager: Prof. dr. W.Th. F. den Hollander (UL)
    Het doel van dit project is een variationele methode, die recent door de onderzoekers is ontwikkeld, toe te passen op een systeem van co-polymeren in de buurt van grensvlakken. Het gaat om een model voor de bestudering en bepaling van de energie van een co-polymeer bij een olie en water grensvlak en in een micro-emulsie. In dit laatste geval is het grensvlak van olie en water grillerig van aard.
  • Adaptive wavelet methods for operator equations : tensor product approximations
    Hoofdaanvrager: Prof. dr. R.P. Stevenson (UvA)
    De wiskundige formulering van problemen uit wetenschap en techniek leidt vaak tot een vergelijking voor de gezochte functie in termen van zijn afgeleiden. De oplossing kan slechts met numerieke methoden worden bepaald. De onderzoekers kijken naar een adaptieve methode die zo nauwkeurig mogelijk en met zo min mogelijk rekentijd met een oplossing komt.
  • Statistics for very high dimensional semi parametric models
    Hoofdaanvrager: Prof. dr. A.W. van der Vaart (VU)
    In de statistiek is het gebruikelijk om aan de hand van de beschikbare data het best passende, kleine, oftewel parametrisch, model te kiezen gekozen. Realistischer is echter minder a-priori te veronderstellen en de data meer te laten spreken, met behulp van zogenaamde semiparametrische modellen. In dit project wordt gekeken wat er gebeurt in grote semiparametrische modellen. Hiervoor is meer begrip van de nauwkeurigheid en de ontwikkeling van nieuwe methoden om schattingen te maken nodig.