'We willen seks, geen AIDS'
16 juni 2009
Hulpverleners begrijpen belang van seks voor Tanzaniaanse kinderen niet
Hulpverlenende instanties die in Tanzania werken aan AIDS-preventie, snappen vaak te weinig van de manier waarop kinderen in Tanzania met seks omgaan. Miranda van Reeuwijk volgde een grote groep kinderen om daar verandering in te brengen. De kinderen zien seks vooral als iets waar ze persoonlijk profijt van kunnen hebben, maar verbergen hun relaties vaak voor ouders én hulpverleners. Zij vinden hun strenge ouders veel enger dan hiv. NWO-onderzoeker Van Reeuwijk promoveert op 22 juni aan de Universiteit van Amsterdam.
De Tanzaniaanse kinderen, grotendeels schoolkinderen van 10 tot 16 jaar, gaven aan dat seks belangrijk was voor hun gevoel van eigenwaarde, voor hun status bij leeftijdgenootjes en omdat ze als 'groot' beschouwd wilden worden. Vooral de meisjes zien seks als een manier om onafhankelijk te worden van hun ouders. Omdat meisjes weinig alternatieven hebben om aan geld te komen, zoeken zij een vriendje dat daarvoor kan zorgen.
Keihard onderhandelen
Zowel de jongens als de meisjes maken elkaar het hof, en beiden onderhandelen ze actief over de kosten en baten van een eventuele seksuele relatie. De jongens proberen de meisjes met geld en cadeautjes te overtuigen van hun liefde en toewijding en proberen er tegelijk achter te komen of het meisje niet alleen op zijn geld uit is. Van Reeuwijk hoorde een flink aantal jongens klagen over meisjes die wel hun zuurverdiende geld aannamen, maar uiteindelijk niets met de jongen wilde doen.
De meisjes houden intussen in de gaten of een jongen hen niet alleen in bed probeert te praten, maar ook of hij geschikt is voor een langere relatie. Geld speelt in deze onderhandelingen voor beide partijen een fundamentele rol. Omdat voor elke seksuele ontmoeting opnieuw onderhandeld moet worden, kunnen tijdelijke relaties elkaar echter snel opvolgen, of tegelijk bestaan naast een langdurige relatie.
Reputatiemanagement
Deze onderhandelingen vinden echter niet in het openbaar plaats. Van Reeuwijk ontdekte dat de belangrijkste redenen om geen seks te hebben de angst is om door ouders betrapt te worden en het risico om van school te worden gestuurd. Naast de strenge ouders en docenten, die vaak vertellen dat seks slecht is, krijgen de kinderen bovendien ook nog te maken met de hulpverleners, die vaak zeggen dat seks gevaarlijk is. Deze berichten sluiten echter niet aan bij hun eigen beleving en bij de berichten die ze van hun leeftijdsgenoten ontvangen.
Juist doordat de kinderen zoveel tegenstrijdige geluiden horen, proberen zij aan alle verwachtingen te voldoen; afhankelijk van de situatie en verwachtingen creëren zij het gepaste imago. Bovendien verbergen zij hun seksuele relaties. Daarom is er minder ruimte voor jongens en meisjes om te ‘daten’ en elkaar beter te leren kennen. Uit de verhalen van de kinderen bleek dat zij meer belang hechten aan negatieve feedback van ouders en leeftijdsgenoten dan aan het risico om besmet te raken met een ziekte als hiv. Docenten en NGO's richten zich echter vrijwel alleen op dit laatste aspect.
Veel preventieprogramma's en gezondheidsinterventies in Tanzania boeken maar beperkte successen. Volgens Van Reeuwijk komt dit doordat zij zich alleen richten op de mogelijke gevaren van seks, niet op de manier waarop de kinderen met seks en relaties omgaan. Daarnaast zijn docenten vaak onvoldoende getraind om de kinderen seksuele voorlichting te kunnen geven; zij willen of durven bepaalde dingen bijvoorbeeld niet te bespreken. Van Reeuwijk pleit voor een benadering die kinderen betrekt bij interventies. Bovendien moet men zich daarbij niet alleen richten op adolescenten, maar ook op jongere kinderen.
Miranda van Reeuwijk volgde tussen 2004 en 2008 de groepen kinderen in Tanzania. Dit werd mede mogelijk gemaakt door de subsidie die zij van WOTRO Science for Global Development ontving. WOTRO Science for Global Development is een gebied van NWO dat zich in het bijzonder richt op het financieren van wetenschappelijk onderzoek naar ontwikkelingsvraagstukken, in het bijzonder duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding. Het proefschrift van Van Reeuwijk wordt in het najaar van 2009 in boekvorm uitgegeven door uitgeverij AMB.
..............................
Meer informatie:
- Miranda van Reeuwijk (UvA, nu Rutgers-Nisso Groep)
- t.: +31 (0) 30 232 98 70, m.vanreeuwijk@rng.nl
- promotiedatum: 22 juni
- promotor: prof. dr. J.D.M. van der Geest
