Hypothese Online

'De topsectoren bieden vooral kansen voor dewetenschap,' zeggen ze eensgezind. Bestuurslidvan NWO Aard- en Levenswetenschappen LubbertDijkhuizen, R&D directeur Emmo Meijer vanFrieslandCampina en Martin Kropff, rector vanWageningen Universiteit en lid van het topteamdat de plannen voor de topsector Agrofood moetgaan invullen: 'Het belang van fundamentelewetenschap wordt door alle partijen onderkend.'

  • tekst Sonja Knols
  • foto's Harry Meijer, Shutterstock

Op avontuur binnen Agrofood

Niet iedereen stond meteen juichend op de banken toen minister Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie begin 2011 zijn topsectorenbeleid lanceerde. Het kabinet maakt in zijn begroting in totaal ongeveer 1,5 miljard euro vrij om te investeren in negen sectoren waarin Nederland economisch wereldwijd een sterke positie inneemt. NWO moet een deel van haar budget gebruiken om onderzoek binnen die topsectoren te financieren. De negen topsectoren zijn Agrofood, Chemie, Creatieve industrie, Energie, High Tech, Life Sciences & Health, Logistiek, Tuinbouw en uitgangsmaterialen, en Water.

 

illustratie bij artikel Agrofood

 

Inmiddels zijn er topteams geformeerd, die per sector plannen maken en zogeheten innovatiecontracten sluiten tussen de samenwerkende publieke en private partijen. Martin Kropff is als vertegenwoordiger van de wetenschap lid van het topteam Agrofood. Hij ziet vooral kansen binnen het nieuwe beleid: 'Dit is voor de wetenschap, en voor NWO, een enorme kans om nog beter dan in het verleden te laten zien dat goede, fundamentele wetenschap ook maatschappelijk relevant kan zijn.' Kropff, die jarenlang bestuurder was van WOTRO, wil meteen een misverstand uit de weg ruimen. 'Die topsectoren zijn echt niet alleen maar goed voor de bètawetenschappen. Bij WOTRO hebben we veel ervaring opgedaan met gecombineerde bèta/gammaprogramma's, waarbinnen op hoog wetenschappelijk niveau multidisciplinair onderzoek werd gedaan. Zo’n model zouden we nu ook in kunnen voeren, want veel van de uitdagingen liggen juist buiten de bètawetenschappen. Denk maar aan vraagstukken rondom consumentengedrag, governance, of de ontwikkeling van voedselprijzen.'

Diepgang in onderzoek

Het NWO-gebied Aard- en Levenswetenschappen is bij drie van de negen topsectoren sterk inhoudelijk betrokken. Bestuursleden, bureaumedewerkers en onderzoekers schuiven aan bij discussies over Agrofood, Tuinbouw en uitgangsmaterialen, en Water. Vicevoorzitter van het ALW-bestuur en hoogleraar Microbiologie aan de Rijksuniversiteit Groningen Lubbert Dijkhuizen vertelt wat de inzet van ALW bij al deze overleggen is: 'Vanuit NWO willen we diepgang in het onderzoek bereiken. Dat kan prima, getuige publiek-private samenwerkingsprojecten in de Verenigde Staten, waar wordt gepubliceerd in high impact-tijdschriften. De voorstellen die binnenkomen gaan we gewoon via peer review beoordelen, wij blijven zoals altijd gaan voor hoge kwaliteit van onderzoek. Samenwerking met het bedrijfsleven voegt wat ons betreft alleen een valorisatiepoot toe.'

Dijkhuizen is niet bang dat de kwaliteit van de wetenschap zal verminderen: 'Kwalitatief goed innovatief onderzoek kun je heel goed samendoen met het bedrijfsleven. Onderzoek met een fundamenteel karakter en een langetermijnperspectief zullen ze zelf niet snel financieren, en daar ligt de rol van NWO.'

Dat belang van fundamenteel onderzoek wordt ook door het bedrijfsleven erkend. Emmo Meijer, R&D directeur van zuivelbedrijf FrieslandCampina en voormalig voorzitter van NWO Chemische wetenschappen: 'Het NWO-spel blijft bestaan, en sluit eigenlijk naadloos aan bij het nieuwe beleid vanuit de topsector. Er zijn binnen de topsector Agrofood al vele succesvolle vormen van publiek-private samenwerking. Denk aan het Topinstituut Food and Nutrition en de Food Nutrition Delta. In het Topinstituut heeft de wetenschap al aangetoond dat samenwerking tussen kennisinstellingen en de industrie niet leidt tot verarming van het onderzoek. Het Topinstituut heeft zelfs bovengemiddeld goed gepresteerd in termen van publicaties, zowel in kwaliteit als in kwantiteit. Beide partijen worden door zo'n samenwerking versterkt.'

Proefschrift niet op de plank

Daarnaast gelooft Meijer er heilig in dat interesse vanuit een bedrijf voor een wetenschapper vooral stimulerend werkt: 'De tweehonderd aio's binnen het Topinstituut vinden het alleen maar leuk dat hun proefschrift kan worden bewerkt tot iets wat daadwerkelijk wordt gebruikt.' Ook Kropff heeft het in zijn eigen onderzoeksleven altijd prettig gevonden dat zijn werk niet op een stoffige plank belandde: 'Dat je werk ook nuttig kan zijn, is een grote stimulans.'

Alle drie begrijpen ze de bezorgdheid vanuit de wetenschap dat dit beleid de onafhankelijkheid van het onderzoek zal ondermijnen. Maar ze zien de toekomst niet zo somber in. Meijer: 'Je moet je goed afvragen wat vraagsturing vanuit het bedrijfsleven precies is. Fundamenteel onderzoek laat zich helemaal niet direct sturen. Vaak zegt een bedrijf: "Wij denken in de richting van…" en dan ontstaat in dialoog een co-creatie van het onderzoek.'

Dijkhuizen geeft met een voorbeeld vanuit zijn eigen onderzoekspraktijk aan hoe fundamenteel onderzoek toch kan leiden tot een toepassing: 'Ik deed onderzoek aan de cholesterolafbraakroute in bacteriën. Ik wilde op fundamenteel niveau weten welke enzymen daarbij betrokken zijn. Toen las ik een artikel over een onderzoek waarbij een mutant gemaakt was van de bacterie Bacillus tuberculosis, die tbc veroorzaakt. Door enkele genen stil te leggen, bleek de hele bacterie niet ziekteverwekkend meer te zijn.' Die genen bleken te coderen voor eiwitten uit de cholesterolafbraakroute, en Dijkhuizen telde één en één bij elkaar op: 'Blijkbaar is die afbraak van cholesterol heel belangrijk voor bacteriën die zich in de longen bevinden. Die voeden zich namelijk met cholesterol uit de longcellen, bijvoorbeeld bij mensen, runderen en paarden. Mutante bacteriën kunnen zich niet meer voeden en gaan dus dood. Een potentieel nieuw vaccin was geboren. Zo zie je hoe fundamenteel onderzoek kan leiden tot een maatschappelijke toepassing. Dat is iets wat bedrijven meestal zelf ook inzien.'

illustratie bij artikel Agrofoodillustratie bij artikel Agrofoodillustratie bij artikel Agrofood

Tegelijk aan zelfde project werken

Dijkhuizen laat zich voorstaan op zijn fundamentele onderzoek, en heeft zelf toch al jaren ervaring met het samenwerken met bedrijven. Binnen het Carbohydrate Competence Center (CCC), waar hij directeur van is, werken 19 bedrijven samen met 6 kennisinstellingen. De microbioloog is erg enthousiast over het model dat wordt gehanteerd: 'Zowel binnen de kennisinstellingen als binnen de betrokken bedrijven wordt tegelijkertijd aan hetzelfde project gewerkt. Voorwaarde is wel dat je vaak de voortgang bediscussieert. Dan worden mogelijke toepassingen van innovatieve kennis snel herkend en kun je elkaar vooruithelpen.'

Ook Kropff ziet veel in de voortzetting van bestaande modellen van publiek-private samenwerking. 'Het STW-model, waarin bedrijven en onderzoekers elkaar treffen in gebruikerscommissies, is natuurlijk een bekend voorbeeld. Maar ook kijken we vanuit het topteam naar de ervaringen met de Technologische Topinstituten, waarin bedrijven actief meefinancieren.' Hij wil daar wel meteen een zorg aan toevoegen. 'Die TTI's werden grotendeels gefinancierd vanuit de aardgasbaten. Nu die kraan dicht is, moeten we er op een andere manier voor zorgen dat we ze in de benen houden. Ik hoop dat de overheid na afloop van de crisis inziet dat hierin geïnvesteerd moet worden.'

Meijer is voorzitter van een zogeheten regiegroep die binnen de topsector Agrofood gaat kijken hoe innovatie via publiek-private samenwerking vorm moet krijgen. 'We zijn nu een analyse aan het maken van het hele veld. We inventariseren alle bestaande initiatieven, en kijken of ze passen binnen de prioriteiten uit het topsectorplan. Zo zien we meteen waar de witte plekken zitten. We hebben al gezien dat extra aandacht nodig is voor het innovatieve midden- en kleinbedrijf (mkb). Hoe kun je valorisatie daar faciliteren? De grote bedrijven in de sector zijn prima aangehaakt bij de kennisinstellingen, maar het mkb zou veel meer moeten kunnen doen.'

Eind december moeten de meeste innovatiecontracten getekend zijn. Daarna wordt duidelijk hoe het topsectorenbeleid in de praktijk zal gaan werken. Verhagen heeft vanaf het begin gezegd dat de topteams geen eigen budget te verdelen zullen hebben, maar wel invloed zullen uitoefenen op de manier waarop het geld wordt besteed door de ministeries, het bedrijfsleven, NWO, KNAW en de toegepaste kennisinstituten.

Drie onderwerpen

Voor de sector Agrofood zijn er drie onderwerpen geïdentificeerd, die zowel een economisch als een maatschappelijk belang dienen: 'Meer met minder: innovaties in duurzame voedselsystemen voor de productie van meer hoogwaardig voedsel met minder gebruik van grondstoffen; Hogere toegevoegde waarde: ontwikkeling van nieuwe producten met meer toegevoegde waarde gericht op gezondheid, duurzaamheid, smaak en gemak; en Internationaal leiderschap: systeemoplossingen op maat voor het internationale voedselvraagstuk voortbouwend op onze sterke exportpositie.'

Deze onderwerpen overlappen grotendeels met de aandachtsgebieden die in het onlangs nieuw opgestarte NWO-thema Agro, Food en Tuinbouw zijn gedefinieerd. Dijkhuizen: 'Dat thema is gestart om alvast een begin te maken met onderzoek binnen de topsector, met enkele miljoenen per jaar. Voor de invulling ervan hebben we veertig wetenschappers om tafel gezet. Daar kwamen drie onderwerpen uit, die niet geheel toevallig aansluiten bij die van het topteam. Ook vanuit de wetenschap is er sterke steun voor juist deze onderwerpen, die wetenschappelijk inhoudelijk, en ook op fundamenteel niveau, grote uitdagingen met zich meebrengen. Denk bijvoorbeeld aan de rol van darmflora bij het opnemen van stoffen uit voeding, of de rol van voedingsstoffen zoals foliumzuur bij de ontwikkeling van de hersenen in het foetale stadium.' Dijkhuizen, Kropff en Meijer zien de huidige discussies als een groot avontuur. Dijkhuizen besluit: 'Als we dit vanuit NWO goed aanpakken, dan biedt het topsectorenbeleid hele mooie kansen om hele mooie wetenschap te doen.'

illustratie bij artikel Agrofood


PUBLICEREN OF PATENTEREN ■ Een veelgehoorde klacht bij samenwerkingen tussen wetenschap en bedrijfsleven is dat patenten publicaties in de weg zouden staan. Dijkhuizen, die zelf 25 patenten en meer dan 250 publicaties op zijn naam heeft staan, heeft nog wel een tip: 'Als de afspraken goed zijn, hoeven publiceren en patenteren elkaar niet te bijten. Je moet je publicaties hooguit een paar maanden uitstellen, maar als je dat slim doet, hoeft ook dat geen probleem te zijn. Als je je artikel in een vroegtijdig stadium voorlegt, als de ideeën al duidelijk zijn maar er nog aan de presentatie geschaafd moet worden, kunnen de bedrijven al bedenken of er iets tussen zit wat ze willen patenteren. Ondertussen heb jij de tijd om je publicatie tip top in orde te maken. Dan is zo'n uitstel helemaal niet pijnlijk. Ik heb er bij die 25 patentaanvragen nooit problemen mee gehad.'


NWO EN DE TOPSECTOREN ■ NWO zit bij alle topsectoren aan tafel en is ook sterk betrokken bij de topsectordoorsnijdende thema's als Biobased Economy, ICT, Nanotechnologie en Sociale Infrastructuur. NWO wil zoveel mogelijk wetenschappers mee laten praten over de inhoud en onderzoeksvragen van de verschillende agenda's. Op basis van de resultaten zal NWO besluiten nemen over concrete investeringen. Er is al een start gemaakt met programma's binnen de (deels) bij de topsectoren aansluitende thema's Leven in gezondheid; Water en klimaat; Duurzame energie; en Verbinden van duurzame steden. Ook zijn er drie nieuwe thema's opgestart met een eenmalig startbudget voor onderzoeksprogramma's rondom de topsectoren: Agro, Food en Tuinbouw; High tech systemen en materialen; en Creatieve industrie. Meer informatie: www.nwo.nl/strategie