Hypothese Online

Henk Brinkhuis is sinds kort directeur van het NIOZ Koninklijk NederlandsInstituut voor Zeeonderzoek. Zijn reislust zet hij voorlopig even in dekoelkast, maar hij heeft er zin in. 'Je hebt voortdurend je creativiteit nodig,net alsof je multidimensionaal aan het schaken bent.'

  • tekst Nienke Beintema
  • foto's Harry Meijer

Deel 20 uit de serie 'Close-up' waarin we de mens achter de wetenschap belichten.

De zee op de kaart

Henk Brinkhuis (directeur NIOZ) De zeeën kunnen hem niet ruig genoeg zijn. Als er huizenhoge golven over het dek slaan en het schip vervaarlijk heen en weer gaat, zit hij kalm benedendeks door zijn microscoop te turen. Of hij staat juist aan dek, genietend van de wind en de zoute spray. Henk Brinkhuis, wereldreiziger en wetenschapper, heeft zeebenen.

En toch zit hij nu voornamelijk binnen. Te regelen, te coördineren en te besturen. Zijn nieuwe werkkamer ligt nu al vol met papier. Sinds 1 oktober 2011 is Brinkhuis algemeen directeur van het NIOZ op Texel. Daarnaast blijft hij één dag in de week hoogleraar Biomarine Sciences aan de Universiteit Utrecht.

Brinkhuis heeft zijn sporen verdiend als wetenschapper. Hij onderzoekt hoe het klimaat er miljoenen jaren geleden uitzag. Dat doet hij aan de hand van fossiele resten van eencellige algen, diep in het sediment van de zeebodem. Bijna alle wereldzeeën heeft Brinkhuis bevaren: van de Noordelijke IJszee tot Antarctica en van de Indische Oceaan tot bij Tasmanië. Met zijn team ontdekte hij onder andere dat er 53 miljoen jaar geleden palmen moeten hebben gestaan in wat nu het Noordpoolgebied is. Zijn publicaties, ruim 130 tot op heden, verschenen onder meer in toptijdschriften als Nature en Science.

Fans van de VPRO-serie 'Beagle – In het kielzog van Darwin' zullen Brinkhuis herkennen. In april 2010 voer hij een eind mee met de clipper Stad Amsterdam. In de aflevering over klimaatverandering maakte hij zijn opwachting naast de charismatische schrijver-avonturier Redmond O'Hanlon. Die noemde Brinkhuis na afloop van de serie zijn 'favoriete wetenschapper aan boord'.

Het is nogal een contrast: diepzeeboringen doen, zeilen en filosoferen met Redmond O'Hanlon, en leiding geven aan een groot instituut als het NIOZ. Ligt u dat wel?

'Jazeker. Ook mijn werk als hoogleraar in Utrecht is voornamelijk organisatorisch van aard. Die reizen waren de laatste jaren de krenten in de pap. Ik doe zelf helaas nauwelijks meer hands-on onderzoek. Maar dat is prima: ik houd ervan om dingen te regelen en te coördineren.'

Hoe verschilt uw hoogleraarsbaan met uw werk als NIOZ-directeur?

'De omvang is totaal anders. Aan de universiteit werk ik veel dichter bij de werkvloer van de wetenschappers – al houd ik me daar natuurlijk ook veel met beleid bezig. Maar hier bij het NIOZ kan ik echt een deuk in een pakje boter slaan. Ik praat bijvoorbeeld mee over het nieuwe topsectorenbeleid van de overheid. Dat stuit in de wetenschappelijke wereld op wat weerstand, to put it mildly. Nu mag ik meepraten over hoe we dat in goede banen kunnen leiden, hoe we voldoende oog houden voor fundamentele wetenschap.'

'Verder werkt het NIOZ echt als een groot bedrijf. Het ene moment vergader ik met de gemeente en de provincie over de uitbreiding van de haven, het volgende moment overleg ik met de KNAW over de fusie met CEME, het Centrum voor Estuariene en Mariene Ecologie in Yerseke. Dat is een KNAW-instituut, terwijl het NIOZ onder NWO valt. Hoe bereid je zo'n fusie voor? Hoe stroomlijn je de processen? En twee uur later zit ik om de tafel met Nederlandse offshorebedrijven om te kijken waar we kunnen samenwerken.'

Lukt het om dat allemaal te combineren, ook met uw werk in Utrecht?

'Het simpele antwoord is: ja. Maar het kan alleen dankzij de inspanningen van de mensen met wie ik mag werken. Op papier staat er 1,1 fte voor wat ik doe, maar in de praktijk werk ik twenty four seven. Maar ik zit nu natuurlijk ook nog in een enorm steile leercurve. Ik noem het intense entertainment. Hoewel super intens, is het voor mij ontspannend genoeg om ervan te genieten. Je hebt voortdurend je creativiteit nodig, net alsof je multidimensionaal aan het schaken bent.'

Henk Brinkhuis (directeur NIOZ)Hoe bent u eigenlijk in de paleobiologie terechtgekomen?

'Haha, dat is een lang verhaal. Toeval heeft een grote rol gespeeld. Ik kom uit een filmfamilie; de top van de filmwereld kwam bij ons thuis over de vloer. Ik was bijna naar de filmacademie gegaan. Mijn vader had dat fantastisch gevonden, maar ik ging juist door een rebelse fase heen. Ik dacht: ik kan al filmen. Ik wil iets nieuws, ik wil weg. Wetenschap leek me saai. Maar toen bladerde ik een boekje door over geologie. Ik las dat het een combinatie was van wetenschapsvelden, en dat geologen veel op reis gingen. Proberen maar!'

En, beviel dat?

'Ik vond het veldwerk vreselijk leuk. Er ging een wereld voor me open. Het was verslavend: achter iedere volgende heuveltop lagen weer andere mooie structuren. En toen ik een cursus paleobotanie (houdt zich bezig met fossiele planten en bomen, red.) deed aan de Universiteit Utrecht, was ik verkocht. Maar nog steeds wist ik niet of ik verder wilde in de wetenschap. Het coin flipmoment kwam toen ik de kans kreeg om een paar maanden naar Spanje te gaan om monsters te verzamelen. Binnen drie seconden heb ik ja gezegd. Uiteindelijk mondde dat uit in een promotiebaan. The rest is history.'

Wat fascineert u zo in die paleobiologie?

'Het multidisciplinaire. Je bent met evolutie bezig, met leven. Maar ook met chemie en met de aarde en het klimaat, en hoe die er miljoenen jaren geleden uitzagen. En er zit ook een valorisatieaspect aan. Niet alleen vanwege de olie- en gasvoorraden die zijn ontstaan uit dat fossiele leven. Maar die diepe lagen bevatten ook een schat aan klimaatgegevens. Daar kunnen we enorm veel van leren.'

Is dat belangrijk voor u, valorisatie?

'Ja. Gelukkig komen wetenschappers steeds meer uit hun ivoren toren, en gaan ze steeds meer maatschappijrelevant en industriegericht werken. Voorheen werd de industrie gezien als het paard van Troje. Maar nu, met de terugtredende overheid, zullen we eraan moeten wennen dat het geld niet meer zomaar uit het plafond komt vallen. We zullen moeten laten zien wat je met wetenschap kunt doen. Die hele discussie over fundamenteel versus toegepast... Ik zeg altijd: je hebt maar twee soorten wetenschap. Goede en slechte.'

Had u eerder al veel met het NIOZ te maken?

'Ik was hier al kind aan huis! We hebben altijd een heel goede samenwerking gehad. Sterker nog, veel van onze Utrechtse successen zijn tot stand gekomen dankzij de enorme inzet van de groepen van het NIOZ. Met name de organisch chemici. Wij haalden bijvoorbeeld fossiele algen uit vijftig miljoen jaar oude oceaanmodder, en de NIOZ-chemici extraheerden daar vervolgens de organische stoffen uit. Onze gezamenlijke doorbraak kwam toen we konden aantonen dat bepaalde oerbacteriën de opbouw van hun celwanden veranderen naarmate het kouder of juist warmer wordt. Zo kun je uit boorkernen stukje bij beetje de klimaatontwikkeling reconstrueren. Daar hebben we in 2006 de cover van Nature mee gehaald.'

U ziet uzelf meer als geoloog dan als bioloog. Toch gaat u nu de biologische poot van het NIOZ behoorlijk uitbreiden, door de fusie met CEME. Loopt u daar warm voor?

'Ik zie die fusie als een enorme verrijking. Ook weer vanwege die multidisciplinariteit. CEME is expert als het gaat om het estuarium van de Schelde en de Delta. Dat gebied heeft een totaal andere dynamiek dan de Waddenzee. In het onderzoek in Yerseke draait het vooral om ruimtelijke spreiding van organismen, terwijl het Texelse onderzoek zich meer richt op de interne werking van het mariene ecosysteem. Die combinatie geeft een heel krachtig eindproduct.'

Is het lastig om KNAW en NWO samen te brengen?

'Het is praktisch gezien vrij ingewikkeld; het fusieproces is al een jaar of drie aan de gang. Verder hebben beide organisaties natuurlijk hun eigen tradities, maar in de praktijk valt het verschil erg mee. Ik vind de overeenkomsten groter. De manier van werken en de wetenschappelijke kwaliteit zijn bijvoorbeeld heel vergelijkbaar. En dat is waar het om gaat. Bij beide instituten werken excellente wetenschappers die gewend zijn hun eigen broek op te houden.'

Welke projecten liggen er nog meer op de plank?

'We zijn nu druk bezig met het opzetten van het "Netherlands Deep Sea Science and Technology Centre", een centrum dat de Nederlandse kennis en expertise op het gebied van diepzeeboringen gaat bundelen, hier bij het NIOZ. En dan is er natuurlijk de NIOZ Kennishaven. De oude NIOZ-haven is aan vervanging toe. Dus maken we er meteen een proeftuin van voor allerlei groene initiatieven. Het kweken van zeewier bijvoorbeeld, dat na vergassing biobrandstof oplevert. Experimenten met schelpdierkweek. Maar ook ballastwaterzuivering, en modellen voor het gebruiken van getijde-energie. Met subsidies van de provincie en van Texel hebben we nu zo'n 5,4 miljoen euro bij elkaar, vooral dankzij inspanningen van collega-directeur Herman Ridderinkhof.'

Welke ambities heeft u voor het NIOZ als geheel?

'Ik wil het NIOZ en het werk dat we doen nationaal en internationaal een household name maken. Het is nog veel te onbekend. En dat terwijl zeventig procent van onze planeet uit zee bestaat, en de oceanen een enorm belangrijke rol spelen in de kringlopen van voedsel en klimaat. Net zoals mensen bij KNMI meteen denken aan die weerjongens, zo wil ik dat ze NIOZ associëren met zeeonderzoek. Dat is een grote ambitie, ja. Maar het moet kunnen.'

Henk Brinkhuis (directeur NIOZ)Voelt u zich al een beetje Texelaar?

'Ja, ik zit hier nu twee maanden met zeer veel plezier. En ik ben bezig een huis te zoeken op het eiland. Maar mijn vrouw en ik hebben ook een huis in Almelo, en dat blijft zo. Wij zijn het gewend om langdurig "onvrijwillig gescheiden" te zijn. We doen een wedstrijd wie het meeste reist. De komende tijd wordt het voor mij de gouden vijfhoek: Texel, Almelo, Utrecht, Yerseke, Den Haag. Kinderen? Nee, we konden onze katten al niet eens in leven houden.'


HENK BRINKHUIS ■ Henk Brinkhuis (1959) studeerde geologie in Utrecht en Delft. In 1992 promoveerde hij in Utrecht op een onderzoek naar eencellige algen in fossiele aardlagen. Naast zijn postdocwerk in Utrecht runde Brinkhuis een tijdlang een eigen bedrijf dat spelers uit de gas- en olie-industrie adviseerde. In 1997 werd hij universitair hoofddocent bij de Utrechtse vakgroep paleo-ecologie, waar hij sinds 2007 hoogleraar is. Sinds 2010 runt hij de groep Biomarine Sciences aan de Universiteit Utrecht. Sinds 1 oktober is hij algemeen directeur van het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek. Volg Henk Brinkhuis op Twitter: @BrinkhuisIV