Tekst: Ymkje de Boer
Foto's: Remco van Blokland
Denk anders over energie
17 februari 2009
Impressies van de conferentie Kenniskracht – 30 januari 2009, Beurs van Berlage, Amsterdam
'Denk anders over energie', adviseerde Ad van Wijk, bestuursvoorzitter van Econcern. Daarmee zette hij de toon voor de conferentie Kenniskracht. Deze dag stond in het teken van de afsluiting van het NWO/SenterNovem Stimuleringsprogramma Energieonderzoek, mede in relatie tot EOS (de Energie Onderzoek Subsidie, uitgevoerd door SenterNovem). De deelnemers praatten bij, namen kennis van recent onderzoek en legden bouwstenen voor nieuw onderzoek, een hernieuwde samenwerking tussen bèta- en gammawetenschappers en hernieuwd contact tussen beleidmakers en wetenschappers. En last but not least: Mark Frequin, directeur-generaal Energie en Telecom van het Ministerie van Economische Zaken, kreeg het eerste exemplaar van Nieuw Licht aangeboden. Rode draad in de discussies: de tijd is rijp voor strenge wet- en regelgeving op het gebied van de energie-efficiency, zodat de burger alleen nog maar de keus heeft uit 'milieuvriendelijk, milieuvriendelijk en milieuvriendelijk'. En: er moet meer gamma-onderzoek gedaan worden naar de rol van gevestigde belangen en macht in de energietransitie.
Jan Paul van Soest, dagvoorzitter en voorzitter van de programmacommissie van het energieonderzoekprogramma, opende de dag. 'Interdisciplinair energieonderzoek dat zich richt op transitie – tien jaar geleden stond het nog in de kinderschoenen. Maar nu is het actueler dan ooit,' stelde hij. 'Een ander opvallend verschil met de tijd waarin we zijn opgestart met het energieonderzoekprogramma, is dat er intussen een herwaardering van kennis in de samenleving lijkt te hebben plaatsgevonden. Dit geldt voor de beleidswereld en zeker ook voor het bedrijfsleven.' Hij introduceerde vervolgens topman Ad van Wijk. 'Wij hebben hem gelukkig vroeg geboekt! Zijn bedrijf is hard op weg om net zo’n nationale trots te worden als vroeger Hoogovens en KLM waren.'
Weg met de vrijblijvende energielabels
Ad van Wijk hield vervolgens een gloedvol verhaal over de missie van zijn bedrijf – 'een duurzame huishouding voor iedereen' – en de weg waarlangs die te bereiken is. En passant voedde hij het publiek met allerlei slimme tips en aanbevelingen, die zich over het algemeen kenmerkten door hun verbluffende eenvoud. 'Maak een deurbel op zonne-energie, zodat je voorkomt dat er de hele dag een transformator staat te werken voor die paar seconden dat dit ding wordt gebruikt op een dag.' En ook: 'Regel als overheid gewoon dat energieverspillende waterbedden niet meer mogen. Weg met de vrijblijvende energielabels.' Ook onthulde Van Wijk dat veel energieproblemen feitelijk geen energieproblemen, maar opslagproblemen zijn. Als je je dat realiseert, kom je tot andere oplossingen, stelde hij. Hij hield vervolgens een warm, pleidooi voor anders(om) denken over energie. 'Bedenk eerst wat je eigenlijk wilt doen – reizen, verwarmen, afkoelen – en bedenk dan pas welke duurzame manieren van energieopwekking je daarbij kunt inzetten. Zo kom je tot heel andere – vaak goedkopere en slimmere – duurzame oplossingen dan als je vanuit het bestaande denkt.' Van Wijk gaf als voorbeeld dat op Curaçao warme hotelkamers gekoeld kunnen gaan worden met koud water uit de oceaan via een simpel 'hevelprincipe'. 'Om zoiets te implementeren hebben we alleen wel nieuwe constructies nodig in de samenwerking tussen energiebedrijven en overheid. Dat is innovatie. We moeten hierin creatief en vasthoudend zijn.'
Belemmeringen wegwerken
Daarna was het woord aan Marko Hekkert, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, en Geert van Grootveld, adjunct-directeur van de Interdepartementale Programmadirectie Energietransitie bij het Ministerie van Economische Zaken. EZ maakte rechtstreeks gebruik van onderzoek dat binnen het energieonderzoekprogramma van NWO en SenterNovem is ontwikkeld. Dit gebeurde in het kader van de Innovatieagenda Energie die Minister Maria van der Hoeven in de zomer van 2008 presenteerde. Marko Hekkert lichtte met zijn groep onderzoekers de transitiepaden uit het grote Energietransitie-project door volgens de systematiek van de technologische innovatiesystemen. Centraal hierin staan zeven functies van het innovatiesysteem die allemaal vervuld moeten zijn, wil een technologische vernieuwing echt poot aan de grond krijgen. Bovendien zijn er 'motoren van verandering' waaraan een slinger gegeven kan worden. Van Grootveld: 'We hebben fors gebruik gemaakt van de inzichten van de wetenschappers en onder andere gekeken naar de negatieve neveneffecten van overheidsbeleid. Iets waar we ook meer oog voor hebben gekregen is dat we visieontwikkeling rond energietransitie vooral samen met andere actoren moeten doen.' Marko Hekkert: 'Er is sprake van een kanteling in de visie bij EZ. Elke nieuwe technologie stelt weer andere eisen aan de omgeving, aan wet- en regelgeving, aan visievorming, aan financiering, aan de rol van ondernemers. Het gaat dus steeds om heel specifiek beleid en het is zeker niet zo dat je als overheid alles in je eentje in de lucht hoeft te houden.' Van Grootveld: 'We weten nu van 30 transitiepaden tegen welke belemmeringen je bij implementatie oploopt, dus we moeten nu pakketjes van maatregelen en instrumenten ontwikkelen om te kijken hoe dat oplosbaar is.'
Gevestigde belangen en de factor macht
De zaal discussieerde ook mee, waarbij een terugkerende onderwerp gedurende de hele dag de vraag was hoe je nu met partijen met gevestigde belangen moet omgaan in transitietrajecten. Moet je ze erbij betrekken of niet? Daarover verschilden de meningen. Marko Hekkert: 'Ik zou Econcern wel inschakelen en Shell liever niet.' Geert van Grootveld: 'Je hebt de koplopers en de gevestigde belangen allebei nodig.'
Een ander terugkerend thema was het denken vanuit functies, zoals Ad van Wijk aangaf. Verschillende deelnemers en sprekers gaven aan dat hiervan nog te weinig sprake is in het transitiebeleid en –onderzoek. Weer een ander punt dat in de zaal leefde, was dat Nederland goed is in kennisontwikkeling en demonstratieprojecten, maar slecht in samenwerking om tot daadwerkelijke implementatie van nieuwe energieopties te komen.
Vervolgens ging de groep in vier parallelsessies uiteen. Er was een sessie over de samenwerking tussen wetenschappers en beleidsmakers, waar Peter Aubert (secretaris Algemene Energieraad) en Pieter Hooimeijer (hoogleraar Universiteit Utrecht en lid van de Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek) presentaties hielden. Er was ook een tweegesprek tussen de auteur van het boek Nieuw Licht, Diederik van der Hoeven, en transitiewetenschapper en programmacommissielid René Kemp, die een levendige discussie met het publiek aangingen. Daar kwam ondermeer het punt aan de orde dat de factor 'macht' nog teveel heeft ontbroken in het energieonderzoek tot nu toe. Ook werd de vraag gesteld hoe het zit met de stuurbaarheid van transities. Er waren ook twee sessies waarin recent onderzoek uit het NWO/SenterNovem Stimuleringsprogramma Energieonderzoek werd toegelicht. Eén ervan ging onder leiding van hoogleraar Wil Thissen over het omgaan met onzekerheden in de energietransitie; de ander, onder leiding van Marko Hekkert, richtte zich op transitiestrategieën voor duurzame brandstoffen.
Samenwerking kost tijd
Na de lunchpauze pakte Jan Paul van Soest in de Berlagezaal plenair de draad weer op. Hij interviewde twee oud-AIO's uit het energieonderzoekprogramma, namelijk Saikat Mazumder die nu voor Shell werkt, en Simona Negro, die nu universitair docent aan de Universiteit Utrecht is. Zij vertelden over hun ervaringen met interdisciplinaire samenwerking in hun programma's, over hun onderzoeksresultaten en over wat ze nu doen. Negro, chemicus met een warme belangstelling voor maatschappelijke processen, heeft zich ontpopt tot innovatiewetenschapper. Ze deed een curieuze observatie: 'Voor mijn AIO-schap ben ik vanuit Duitsland speciaal naar Nederland gekomen, omdat ik dacht dat daar al het milieubeleid zo goed is geregeld. Ik ontdekte tijdens mijn onderzoek dat ik beter in Duitsland had kunnen blijven!' Mazumder is petrochemisch ingenieur en werkt bij Shell nog altijd aan CO2-opslag en methaanwinning in de bodem, het onderwerp waarop hij destijds promoveerde. 'Ik heb gemerkt dat de technische infrastructuur nooit zozeer het probleem is bij nieuwe energieopties. Zelfs het geld is het probleem niet. De implementatie van de kennis is het punt. Het helpt wel als je in interdisciplinaire consortia werkt.' Negro benadrukte dat ook ondernemers en overheid beter samen moeten werken. 'Ondernemers moeten bovendien duidelijk aangeven wat ze nodig hebben voor innovatie.' Vanuit de zaal werd gevraagd of de samenwerking in de programma’s wel daadwerkelijk interdisciplinair was. Negro antwoordde dat de toegevoegde waarde daarvan door het tijdverschil in de verschillende AIO-trajecten wel wat verdween. Mazumder antwoordde dat hij als Delftse bètawetenschapper heeft samengewerkt met Leidse psychologen die onderzoek gingen doen naar de houding van het Nederlandse publiek jegens CO2-opslag in de bodem. 'Het kostte ons allemaal een jaar om een vragenlijst met 20 vragen voor gewone mensen samen te stellen. Zo ingewikkeld is dat dus!' Beide oud-AIO’s gaven programmeurs van nieuwe programma's het advies om de interdisciplinaire samenwerking binnen programma's zo vroeg mogelijk op te starten.
Een koffer vol kennis
Na het interview met de oud-AIO's rolde Marije Wassenaar-Verschuur, secretaris van het programma, een reiskoffertje het podium op. Dit zat helemaal vol met alle proefschriften en andere belangrijke publicaties van het energieonderzoekprogramma. Het koffertje werd symbolisch aangeboden aan Frans Berkhout, hoogleraar aan de VU en commissievoorzitter van een nieuw NWO/SenterNovem-programma voor energieonderzoek, en aan Gebrand Komen, voorzitter van de Stuurgroep Duurzame Aarde bij NWO. Beiden gaven het belang van verder onderzoek aan en schetsten het kader waarbinnen NWO dit aanstuurt, dat van het grote thema Duurzame Aarde. Jan Paul van Soest merkte op dat het programma niet erg groot is en dat er eigenlik geld bij zou moeten: 'Ik hoop dat er na de eerste ronde nog meer rondes zullen volgen. De maatschappelijke redenen daarvoor zijn er genoeg!'
Aansluitend gingen de deelnemers uiteen in vijf parallelsessies. Er was een hooglerarendebat met Han Brezet, Cees Midden, Wil Thissen, Hans de Wit en Gerbrand Komen over waar het in de nabije toekomst met het energietransitieonderzoek naar toe moet. Financieringsmogelijkheden voor energieonderzoek van NWO en SenterNovem werden toegelicht in een andere zaal door Frank Witte en Frans Berkhout. Ook waren er weer drie sessies waarin onderzoeksresultaten uit het NWO/SenterNovem Stimuleringsprogramma Energieonderzoek centraal stonden. Zo werd er door een groep onderzoekers onder leiding van Martin Junginger een 'preview' gegeven van het boek The Power of Learning, waarbij bleek dat leercurves voor energietechnologieën een nog (grotendeels) onbenut potentieel hebben om innovatie- en energietransitiebeleid te ondersteunen. Ook werden de resultaten van twee nog lopende programma’s gepresenteerd. De ene sessie ging over transitiepaden, geleid door Geert Verbong; de andere over zonne-energie in consumentenproducten, geleid door Wilfried van Sark.
Politicologen en bestuurskundigen gevraagd
De plenaire afsluiting van de dag ging aan de hand van de observaties van vier mensen die 'vermomd als zichzelf', zoals Van Soest het uitdrukte, de hele dag hadden rondgelopen en hun oor te luisteren hadden gelegd. Sigrid Bollwerk is lector Smart Energy aan de Hogeschool van Rotterdam, consultant en lid van het Regieorgaan Energietransitie. 'Heel positief is dat in vergelijking met enkele jaren geleden er veel meer aandacht is voor de niet-technische aspecten van energie. Dat is een goede zaak, want er zijn al heel veel goede technische oplossingen die echter vaak niet van de grond komen omdat er andere zaken spelen. Ik pleit ervoor om dit aspect in de toekomst structureel nog meer aandacht te geven in het energieonderzoek,' bracht ze naar voren. Wel viel het haar op dat het energieonderzoek tot nu toe allemaal vooral op Nederland gericht is. 'Er is nog te weinig aandacht voor ontwikkelingen in het buitenland. Vanuit het Regieorgaan Energietransitie zijn we onder andere geïnteresseerd in een vergelijking van energiebeleid dat in het buitenland succesvol is met het Nederlandse beleid, en dan met name wat ervoor nodig is om dat beleid naar de Nederlandse situatie te vertalen.' Jan Dirven, oud-LNV'er en nu zelfstandig adviseur op het gebied van transities, vond het leuk om weer terug in 'transitieland' te zijn. Hij was destijds betrokken bij het Nationaal Milieuplan 4 waarin de noodzaak van transities voor het eerst werd genoemd. 'We kunnen constateren dat de transitie op het terrein van energie de enige is die een echte stap heeft gemaakt. Maar wat ik in alle discussies nog mis is hoe we de daadwerkelijke verbindingen kunnen leggen, hoe we de gestolde verhoudingen en de bestuurlijke instituties kunnen doorbreken. Ik mis kortom de politicologische en bestuurskundige inbreng. Transitienetwerken moeten naar mijn mening 'horizontaal' worden vormgegeven. Daar komen allerlei dilemma's bij kijken die we moeten onderzoeken. Een ander punt is dat ik me afvraag: hoe komen transities nu echt tot stand? Gaat dat op basis van vrijwilligheid of hebben we crisis nodig?'
Meer geld als het nodig is
De derde observator was Renée Bruel, die elf jaar geleden de allereerste programmasecretaris van het NWO/SenterNovem Stimuleringsprogramma Energieonderzoek was en de voorbereidingsfase meemaakte. Ze werkte eerst bij NWO en daarna bij SenterNovem en het Ministerie van VROM. Bruel constateerde dat NWO en SenterNovem van 'disciplinair' georiënteerde organisaties nu veel meer de verbinding tussen disciplines leggen en ook een betere samenwerking tussen beleid en wetenschap hebben weten te bewerkstelligen. 'Waar ik blij mee ben, is dat er meer begrip is gekomen tussen bèta- en gammawetenschappers en dat men nu het systeem als geheel bestudeert.' Sible Schöne van het Klimaatbureau was de vierde observator, die onder meer wees op het wispelturige overheidsbeleid. 'Elke drie jaar komt er iets nieuws, maar er wordt zelden iets afgeschaft. Kan de wetenschap daar eens kritisch naar kijken? En waarom werkt bepaald beleid elders wel en in Nederland niet? Wat is er institutioneel mis met Nederland?' Ook de zaal reageerde op de observaties en voegde er zelf een aantal aan toe.
Van Soest sloot de discussie af en riep Mark Frequin, de directeur-generaal van Energie en Telecom van het Ministerie van Economische Zaken, naar voren. Deze ontving uit handen Van Soest het boek Nieuw Licht. 'Ik doe heel graag mee met het vervolg,' sprak hij, waarmee hij doelde op het nieuwe (bèta-) gammaprogramma van NWO en SenterNovem samen. 'Misschien is er inderdaad nu te weinig geld, maar als het nodig is, dan kan er meer komen,’ antwoordde hij Van Soest, die nogmaals memoreerde dat het nieuwe programma wel erg klein van omvang is. Frequin hield een gloedvol betoog over verandering en transitie en het nut van samenwerking tussen beleid en wetenschap – geheel in de geest van de dag. De zaal stelde nog enkele vragen, Harry van der Laan beveelde een gratis downloadbaar boek van professor David J.C. MacKay aan op http://www.withouthotair.com/ en vervolgens was het borreltijd. Er werd nog lang nagepraat; bij de uitgang kregen de deelnemers allemaal een exemplaar van Nieuw Licht mee.
Observaties uit de wandelgangen
Verschillende sprekers hebben ons na de conferentie nog hun observaties en conclusies doorgegeven; een deel hiervan staat al in de bovenstaande impressie. Zo benadrukten verschillende mensen dat de rol van macht en gevestigde belangen meer aandacht moet krijgen in transitieonderzoek. Ook is meer onderzoek nodig naar besluitvormingsprocessen in overheid en bedrijfsleven om er achter te komen waarom de ene innovatie wel, de andere niet door de interne 'screening' komt. De uitkomsten van dit onderzoek moet innovatoren een handreiking verschaffen over hoe, wanneer en aan wie zij hun vinding moeten presenteren.
Een andere observatie was dat wetenschap en beleid elkaars rollen moeten kennen en niet moeten proberen elkaars rollen over te nemen. Beleid is een ander vak dan onderzoek; als onderzoeker ben je met een klein onderdeel bezig, beleid moet afwegingen over vele beleidsterreinen en politieke mogelijkheden maken, daarmee krijgt, vanuit onderzoekerstandpunt gezien, niet altijd de beste oplossing de voorkeur.
Iemand merkte ook op dat het energieonderzoek voor een deel nog gefragmenteerd is volgens de indeling van de 'klassieke' (energieopwekkings)technieken. We hebben behoefte aan integrale concepten, en daar zou ook het energieonderzoek zich in de toekomst meer op moeten richten.
Ook over bèta-gamma-samenwerking zijn observaties gedaan. Het daadwerkelijk samen doen van onderzoek (zoals publicaties maken), is nog niet zoveel voorgekomen. Daarvoor moet je goed op de hoogte zijn van elkaars werk en methoden. Maar de AIO’s in het energieonderzoekprogramma hebben wel veel gehad aan elkaars input en de interactie met andere disciplines was heel leerzaam. Dat is misschien niet zozeer terug te zien in producten, maar wel in de mensen die uit het programma komen.
Bèta en gamma kunnen nog dichter bij elkaar
Verder is voor de bèta-gamma-samenwerking timing heel belangrijk. Als een van de AIO's eerder begint dan de andere is de kans dat je een moment vindt dat je allebei in je stof zit en toch allebei nog genoeg tijd hebt om dingen samen te gaan doen, nogal klein. Integreren lukt mogelijk ook pas na afloop van de promotieprojecten. Toch blijft het erg belangrijk dat de AIO’s wel samen optrekken.
Een andere observatie was dat alfa- en gammawetenschappers (nog steeds) meer overtuigingskracht en bewijsvoering nodig hebben om hun kennis bij hun bètacollega’s over het voetlicht te krijgen dan omgekeerd. Een werkelijk gedeelde interdisciplinaire aanpak van duurzaamheidsvraagstukken is pas mogelijk als ieder wil accepteren dat geen enkele discipline alléén de wijsheid in pacht heeft.
Ook is opgemerkt dat bèta's en gamma's elkaar wellicht nog onvoldoende kennen en dat er meer mogelijkheden voor onderlinge kennismaking zouden moeten komen.
Tot slot bracht iemand nog de volgende observatie in. Het lijkt erop dat de oudere generatie onderzoekers moeite heeft om het idee van een vooraf gemaakt plan los te laten. Ze willen graag een eindsituatie en daar naar toe werken. Transitieonderzoek toont echter dat die eindsituatie nogal padafhankelijk is en ook nogal onzeker (voorspellen is lastig). De jongere mensen lijken daar minder moeite mee te hebben.
Zie voor de gehouden Powerpointpresentaties www.nwo.nl/kenniskracht
Het boek Nieuw Licht kan gratis worden besteld, zolang de voorraad strekt op www.nwo.nl/nieuwlicht
