Programmaraad voor het onderwijsonderzoek

Ondersteuning van ontwikkeling bij kleuters door prentenboeken en verhalen

Projectnummer: 411-04-070

Titel project: Ondersteuning van ontwikkeling bij kleuters door prentenboeken en verhalen

Hoofdaanvrager: Prof. dr. C.M. de Glopper

Onderzoekers:

Tijdvak: 2004-2009

Publiekssamenvatting:

Prentenboeken en verhalen (pb&v) spelen een belangrijke rol in kleuterklassen. Zij worden gericht ingezet voor de taal/leesontwikkeling van jonge kinderen en over hun stimulerende waarde daarvoor is inmiddels veel bekend. Voor de wiskundige, de literaire en de sociaal-emotionele ontwikkeling van kleuters worden pb&v meestal niet doelbewust ingezet, terwijl daartoe wel aanleiding is. Pb&v zijn immers zeer rijk aan inhouden die relevant zijn voor deze ontwikkelingsdomeinen. Over de wijze waarop en de mate waarin pb&v de ontwikkeling in deze domeinen kunnen stimuleren is echter uit onderzoek zo goed als niets bekend. De centrale vraag van het aandachtsgebied luidt daarom als volgt: Welke bijdrage levert het gebruik van pb&v aan de ontwikkeling van kleuters op wiskundig, literair en sociaal-emotioneel terrein? Deze vraag is uitgewerkt in een aantal deelvragen:
(i) Welke inhouds- en proceskenmerken van prentenboeken en verhalen kunnen in principe bijdragen aan de ontwikkeling van kleuters op wiskundig, literair en sociaal-emotioneel terrein?
(ii) Welke sleutels zijn nodig om deze potentieel werkzame kenmerken in de praktijk te realiseren?
(iii) In welke mate draagt het gebruik van prentenboeken en verhalen bij aan de ontwikkeling van kleuters op wiskundig, literair en sociaal-emotioneel terrein?
(iv) Welke tekst- en genrekenmerken van prentenboeken en verhalen zijn leerzaam voor de ontwikkeling van kleuters?
(v) Welke interactionele praktijken die het voorlezen van prentenboeken en verhalen kenmerken, zijn leerzaam voor de ontwikkeling van kleuters? Hierbij wordt door gespreks- of interactieanalyse meer inzicht verkregen in de werkzame principes van interactionele praktijken in kleuterklassen.

De structuur van het aandachtsgebied valt als volgt toe te lichten. In deelprojecten 2, 3 en 4 verrichten de aio’s domeinspecifieke studies naar bijdrage aan wiskunde, literaire competentie en sociaal-emotionele ontwikkeling. Deze projecten zijn gewijd aan de onderzoeksvragen (i) t/m (iii) hierboven.
Deelproject 1, dat door 2 postdocs wordt uitgevoerd, is domeinoverstijgend en integratief. Dit project is gewijd aan de vragen (iv) en (v). In deelproject 1 onderzoekt postdoc 1 door tekstanalyse de leerzaamheid van pb&v. Postdoc 2 onderzoekt de leerzaamheid van de interactie die door het gebruik van pb&v wordt opgeroepen. Deelproject 1 ondersteunt deelproject 2, 3 en 4 en heeft een integratieve functie voor het aandachtsgebied als geheel. In het kader hiervan voert postdoc 1 een survey uit naar de gangbare praktijk van het gebruik van pb&v.