De Juniorquiz van 2008
De 10 vragen
Vraag 1: Wanneer is een ei het zwaarst?
| A. | als een ei net bevrucht is |
| B. | als het kuikentje in het ei volgroeid is |
| C. | beide eieren wegen evenveel |
Vraag 2: Wat lukt je minder goed met slappe billen?
| A. | wielrennen |
| B. | bergbeklimmen |
| C. | lang op een stoel zitten |
Vraag 3: Een zwaar blok ijzer hangt aan een dun touwtje. Aan de onderkant van het blok ijzer hangt ook zo’n touwtje. Aan het onderste touwtje wordt met een flinke ruk getrokken. Welk touwtje breekt?
| A. | het bovenste touwtje |
| B. | het onderste touwtje |
| C. | beide touwtjes |
Vraag 4: Wat veroorzaakt het knakkende geluid als je plotseling hard aan een vinger trekt?
| A. | verschuivend kraakbeen |
| B. | uitrekken van spieren of pezen |
| C. | vrijkomend gas in het vingergewricht |
Vraag 5: Waarom is het moeilijk om op een evenwichtsbalk te lopen en tegelijkertijd sommetjes te maken?
| A. | het is niet moeilijk, als je je maar goed concentreert |
| B. | omdat twee hersengebieden niet tegelijk actief kunnen zijn |
| C. | omdat het moeilijk is je aandacht over twee ingewikkelde taken te verdelen |
Vraag 6: Je aait een kat en je krijgt een kleine elektrische schok. Wanneer gebeurt dat het vaakst?
| A. | op zwoele zomerse dagen |
| B. | op natte herfstdagen |
| C. | op droge winterse dagen |
Vraag 7: Je lichaam is altijd warm en draagt dus automatisch bij aan de verwarming van de kamer waarin je zit. Wanneer geef je de meeste warmte af aan de kamer?
| A. | als je een dikke trui draagt, want dan wordt je lichaam het warmst |
| B. | als je een dun T-shirt draagt, want dan komt de lucht het dichtst bij je lichaam |
| C. | het maakt niet uit, want je lichaam blijft altijd 37°C |
Vraag 8: Waarin schuilt de kracht van een topsporter?
| A. | hij heeft er meer spieren bij gekregen |
| B. | hij heeft meer spiervezels gekregen |
| C. | hij heeft meer zenuwen gekregen die de spieren aansturen |
Vraag 9: Hoe voorkomt een vogel dat zijn pootjes bij felle kou bevriezen?
| A. | door het bloed sneller te laten stromen |
| B. | zijn pootjes bevatten te weinig vocht om te kunnen bevriezen |
| C. | veel heen en weer wippen |
Vraag 10: Hoe verdun je gesmolten melkchocolade voor in de chocoladefontein?
| A. | met water |
| B. | met melk |
| C. | met zonnebloemolie |
