Op=op
24 november 2008
Onderzoeker lost probleem adposities in zinsconstructie op
Het meisje fietst op straat. Het meisje fietst de straat op. Dezelfde woorden, maar met een hele andere betekenis. Zinnetjes als deze houden taalkundigen al decennia lang bezig. NWO-onderzoeker Maaike Beliën ontdekte waarom we nou precies de straat op fietsen en het kanaal over varen. Beliën promoveert op 4 december aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
De straat werd opgefietst
We hebben op school allemaal zinnen leren ontleden, maar er is weinig kans dat iemand 'het meisje fietst de straat op' of 'de boot vaart het kanaal over' correct kan ontleden. Vormt 'op' een zinsdeel met 'de straat', net zoals 'op de straat' een zinsdeel vormt in 'het meisje fietste op de straat'? Of hoort 'op' bij het werkwoord ('opfietsen') en is 'de straat' een lijdend voorwerp? Zelfs taalkundigen hebben moeite met zinnen zoals deze.
Tot op heden werden zinnen zoals de bovenstaande vooral onderzocht door te kijken naar zinsbouw. Sommige taalkundigen stellen bijvoorbeeld dat 'de straat' geen lijdend voorwerp kan zijn omdat 'het meisje fietste de straat op' niet passief gemaakt kan worden: 'de straat werd opgefietst' is volgens hen geen grammaticale zin. Anderen zijn het daar wel mee eens, maar willen toch niet uitsluiten dat 'de straat' een lijdend voorwerp is. Weer anderen vinden 'de straat werd opgefietst' wel degelijk mogelijk en concluderen dat 'de straat' een lijdend voorwerp is en 'op' bij het werkwoord hoort.
Partikelconstructies
Maaike Beliën biedt in haar proefschrift een nieuw perspectief door de betekenis te analyseren van problematische zinnetjes als 'het meisje fietste de straat op' of 'de boot vaart het kanaal over'. 'Op' heeft in 'de straat op' en 'op de straat' dezelfde betekenis, maar door de plaats van 'op' verandert de betekenis van de zin. De onderzoeker stelt vast dat een zinsconstructie als 'de straat op' altijd een beweging naar een resultaat aangeeft (in dit geval is 'op' het resultaat). Op basis van deze analyse concludeert Beliën dat adposities, zoals 'op', in constructies als 'het meisje fietst de straat op' partikels zijn. Ze zijn onderdeel van een scheidbaar samengesteld werkwoord 'opfietsen' met een speciaal soort direct object 'de straat'. Zij noemt deze constructies dan ook partikelconstructies.
Hoewel het analyseren van 'op' en 'over' abstract lijkt, is de mogelijke toepassing erg praktisch. Constructies als deze zijn namelijk typisch Nederlands. Zó Nederlands dat we zelf niet eens weten hoe en waarom we 'de straat op' zeggen in plaats van 'op de straat'. We kunnen het dus ook niet uitleggen aan mensen die graag Nederlands willen leren spreken. Dankzij Beliën is zo het Nederlands weer een stukje begrijpelijker geworden.
Het onderzoek van Beliën werd mede gefinancierd door NWO. Zij deed de bulk van haar onderzoek aan de VU, een deel bij het Amsterdam Center for Language and Communication van de Universiteit van Amsterdam, en rondt het nu af aan de Technische Universiteit Delft.
..............................
Meer informatie bij:
- drs. Maaike Beliën (Vrije Universiteit Amsterdam, inmiddels Technische Universiteit Delft)
- m.l.belien@tudelft.nl
- t.: +31(0)15 278 98 53 of +31(0)71 561 96 13
- promotie: 4 december
- promotor: prof. dr. Th. A.J.M. Janssen, copromotor: dr. F.C. van der Leek
