TRIAS

Presentaties over TRIAS tijdens Soil and Water 2007, enkele impressies

Tijdens Soil and Water 2007, dat plaats vond in Woudschoten (Zeist) presenteerden, in een sessie geleid door Professor Peter de Ruiter, Timo Heimovaara en Wilfred Röling resultaten uit het Programma TRIAS.

 

Zoals de foto's illustreren zijn in het kader van het TRIAS-programma vele aspecten van bodemsystemen, en hun onderlinge samenhang, onderzocht.

De presentaties gaven ook weer hoe, enerzijds, het aantal locoties met verontreinigingen dat in Nederland bekend is zeer groot geworden is. Anderzijds staat daar tegenover dat, daar waar gesaneerd moet worden, mede dankzij programma's als TRIAS, de kosten van de sanering sterk gedaald, en de effectiviteit gestegen is. Bovendien kan beter, en met meer zekerheid, in veel meer gevallen geconcludeerd worden dat directe sanering helemaal niet noodzakelijk is. De maximale verspreiding van een verontreiniging, voordat natuurlijke afbraakprocessen de overhand krijgen, kan in een groot aantal gevallen zeer goed modelmatig worden voorspeld. Aan de hand van die gedegen voorspelling kan kostbare sanering beperkt blijven tot locaties waar de verontreiniging écht hinder en/of een onaanvaardbaar geacht risico opleveren. Dat betekent weer dat, met de beperkte middelen die ingezet kunnen worden voor de kwaliteit van onze bodem, een optimale verbetering kan worden bewerkstelligd.

Soil and Water 2007 foto 1

 Zoals Timo Heimovaara met de titel van zijn presentatie al aangaf, TRIAS is op meerdere terreinen baanbrekend, grensverleggend en wetenschappelijk én qua toepassing succesvol. Hoewel TRIAS tot stand kwam nog vóórdat valorisatie een nadrukkelijke doelstelling bij het bedrijven van wetenschappelijk onderzoek werd, leidde de betrokkenheid van 'de praktijk' bij de voorbereiding, uitvoering, begeleiding en sturing van het programma, eigenlijk vanzelf en vanzelfsprekend tot aanstekelijke contacten tussen wetenschap en bodem- en beleidspraktijk.

Soil and Water 2007, foto 2

 Elektro-osmose is een proces waarbij kleilagen als een semi-permeabel membraan functioneren. Indien aan weerszijden de waterige oplossing verschilt qua samenstelling en/of concentratie, kan dit een (extra) motor achter  transportprocessen worden. Indien het juist de bedoeling is om stoffen (afval) binnen kleilagen af te scheiden, kán het noodzakelijk zijn om het potentiële effect van elektro-osmose na te gaan, zo heeft TRIAS-onderzoek uitgewezen.

Soil and Water 2007, foto 3

De rivieren meer ruimte geven leidt er niet altijd snel en vanzelf toe dat de oorspronkelijke natuurtypen weer terug gevormd worden. Onderzoek binnen TRIAS heeft diverse oorzaken, en remedies, aan het licht gebracht. 

 

Soil and Water 2007, foto 5

Bodem is een complex systeem dat vraagt, schreeuwt om een multidisiplinaire, interdisciplinaire of transdisciplinaire aanpak. Binnen een aantal TRIAS-projecten werd door een twee- of drietal onderzoekers met veelal andere achtergrond samen gewerkt aan het oplossen van vraagstukken uit de bodempraktijk.

Soil and Water 2007, foto 6

 Vanuit de bodempraktijk kwamen ook heel concrete, praktische vragen aan bod, zoals "valt er met eenvoudige middelen duurzaam wat te doen aan het hoge arsenicum-gehalte in het putwater in met name Bangladesh en waarom wel/niet?

Soil and Water 2007, foto 8

  Het grote aantal verontreinigde locaties in Nederland, en de hoge kosten en lange procedures die met het schoonmaken van één enkele locatie gemoeid waren, maakten bodemverontreiniging tot een haast onoplosbaar, niet te managen, probleem. Nieuwe inzichten, deels gestoeld op TRIAS-kennis, maken het mogelijk om gerichter díe locaties aan te wijzen die écht gesaneerd moeten worden, terwijl andere locaties, zonder onaanvaardbare risico's met geringe maatregelen overgelaten kunnen worden aan natuurlijke afbraak. Bovendien kunnen de te saneren locaties eel kostenefficienter aangepakt worden. Deze ontwikkelingen samen hebben ertoe geleid dat overheden weer volop grip hebben weten te krijgen op deze problematiek.

Soil and Water 2007, foto 10

 Aan de hand van een praktijkvoorbeeld, een locatie waar in het kader van verschillende TRIAS-projecten door uiteenlopende researchers onderzoek is gedaan worden de belangrijkste processen die spelen toegelicht.

Soil and Water 2007, foto 11

 Fantastisch natuurlijk, dat 'de natuur' verontreinigende stoffen afbreekt, maar welke levende wezens moeten ter plekke aanwezig zijn, en onder welke condities, om op natuurlijke afbraak te kunnen/mogen vertrouwen?

Soil and Water 2007, foto 12

 Nee, geen DNA-profiel uit Crime Scene Investigations dit keer. Dit is een profilering van de "good guys". Welke kenmerkende aanwezigheid houdt verband met volledige en/of snelle natuurlijke afbraak van taaie verontreinigende stoffen.

Soil and water 2007, foto 13

 Veelal is er niet één organisme dat een klus klaart, maar is/lijkt er sprake van een samenspel van verschillende bodembewoners, elk met een eigen rol, niche en voorkeur qua condities.

Soil and Water 2007, foto 14

 Eén van de belangrijkere condities is de aanwezigheid van ijzer-ionen in de bodem. Zij kunnen als elektronenacceptor dienst doen bij de reacties waarbij verontreinigende organische stoffen, zonder dat er (moleculair) zuurstof in de buurt is, worden afgebroken, spontaan of met behulp van bodembewoners.

Soil and Water 2007, foto 15

Wetenschap blijft verrassen. Dat geldt zeker voor een systeem waar we realtief niet zo veel van weten, zoals de bodem. Op deze dia staat een groot aantal bodemorganismen afgebeeld waarvan op voorhand verwacht werd dat ze op een bepaalde locatie in ruime mate aanwezig zouden zijn. Intensief bemonsteren leverde amper typische bodembewonende, wat grotere dieren op. Hoe steekt dan het ecosysteem ter plekke in elkaar, heeft het goeddeels ontbreken van mesofauna gevolgen voor het natuurlijke afbraakvermogen van grond... Dat zijn maar enkele vragen die binnen een ERGO-project aan de orde komen, wanneer er een onverwachte ontdekking wordt gedaan.