Dynamisering van Innovatie

DvI workshop 22 juni 2007

Een belangrijk aspect van het onderzoeksprogramma Dynamisering van Innovatie (DvI)  vormt de communicatie tussen onderzoekers en beleidsmakers. Om dit te stimuleren is op vrijdag 22 juni jl bij het ministerie van Economische Zaken (EZ) een informele workshop gehouden met als doel de voortgang van de vijf gehonoreerde DvI projecten te bespreken en te discussiėren over de beleidsrelevantie van de voorlopige onderzoeksresultaten.

In het kader van het DvI thema ‘Innovatie, markten en hiėrarchie’ werden in het eerste deel van de workshop presentaties gegeven door

Aansluitend werd onder leiding van dr George Gelauff, waarnemend voorzitter van de programmacommissie DvI, gediscussieerd over de vraag wat de uitkomsten van het onderzoek nu voor het beleid betekenen? Dit aan de hand van enkele discussiepunten die vooraf door EZ beleidsmedewerkers waren opgesteld. Omdat het programma pas halverwege is, kunnen nog geen definitieve conclusies worden getrokken. Wel werd duidelijk dat er in het onderzoek een gedifferentieerde benadering nodig is en dat relevante beleidsvragen op sectorniveau dienen te worden toegespitst. Om de relatie tussen innovatie en mededinging beter te kunnen onderzoeken zou het bijvoorbeeld wenselijk zijn om over een database te beschikken waarin informatie over beleidsinterventies op sectorniveau is opgeslagen. Mogelijk kunnen dan meer concrete aanbevelingen worden gedaan voor generiek of juist sectorspecifiek innovatiebeleid, of voor beleid dat gericht is op nieuwe combinaties van deelsectoren. Vanzelfsprekend dienen ook de effecten op de productiviteit onderzocht te worden; dit vormt immers de basis van economische groei en welvaart. Een ander punt van discussie betrof de vraag of het huidige octrooisysteem nog wel voldoet. Sluit het voldoende aan bij de praktijk van bijvoorbeeld open innovaties? Omdat octrooibescherming zeker voor start-ups belangrijk is, zou wellicht gestreefd moeten worden naar differentiatie in het octrooibeleid, bijvoorbeeld meer sectorspecifiek beleid. Dit vergt echter meer onderzoek.

DvI workshop 22 juni 2007  &nbs p;DvI workshop 22 juni 2007
foto's van de workshop
Klik op de afbeelding voor een grotere versie

In het tweede deel van de workshop, waarin het DvI thema ‘Innovatie en kennisuitwisseling’ centraal stond, werden presentaties gegeven door

Discussiepunten die EZ vooraf had opgesteld betroffen ondermeer het belang van cognitief-culturele verschillen tussen samenwerkende personen. Dat wil zeggen het verschil in disciplinaire achtergrond respectievelijk of men werkzaam is binnen het bedrijfsleven dan wel bij een onderzoekinstelling. De vraag is ook welke dimensie belangrijker is voor een goede samenwerking? Een interessante suggestie in dit verband was om te kijken naar de ervaringen bij het Casimir programma, dat gericht is op het bevorderen van mobiliteit van onderzoekers werkzaam in de publieke en private kennisinfrastructuur. Om innovatie te bevorderen lijkt een goede match gericht op diversiteit van personen maar ook op een diversiteit van samenwerkende organisaties van belang. R&D afdelingen bij bedrijven hebben vaak grote behoefte aan complementaire kennis. De vraag is echter hoe partijen elkaar makkelijk kunnen vinden en of daar overheidsbeleid voor nodig is?            

Dr George Gelauff sloot de bijeenkomst af met de opmerking dat het een interessante workshop was met boeiende discussies. Dankzij de inspanningen van alle aanwezigen zijn  ‘onderzoek’ en ‘beleid’ een stapje dichter bij elkaar gekomen.

Hieronder kunt u de volgende informatie downloaden:

Relevant

* Prof Onno Omta trad op als vervanger van prof Hans Schenk, die wegens ziekte verhinderd was.