Absolute en relatieve beoordeling

Een eventuele voorselectie buiten beschouwing gelaten, zijn het de referenten die zich het eerst mogen uitspreken over ingediende aanvragen (Zie ook: Hoe worden referenten geselecteerd?).
Afhankelijk van de steunvorm brengen per aanvraag minimaal twee tot vier referenten een advies uit aan de hand van de beoordelingscriteria. De ontvangen adviezen worden geanonimiseerd en voor repliek voorgelegd aan de aanvrager. De beoordeling door referenten heet absoluut, omdat zij zich slechts over één aanvraag uitspreken en geen concurrerende aanvragen onder ogen krijgen. Dit in tegenstelling tot de beoordelingscommissie die de aanvragen onderling weegt en dus een relatief oordeel velt (Zie ook: Hoe worden beoordelingscommissies samengesteld?).

De beoordelingsschaal van de referenten (in onderstaande tabel vereenvoudigd weergegeven) bestaat uit de volgende categorieën:

A+ 

Highest quality and significance.
Funding is highly recommended.

A

High quality and significance.
Funding is recommended.

B

Good quality and significance.
Funding is recommended if ample resources are available.

UF 

Unsuccessful in this form.
Funding in its present form is not recommended.

U

Unsuccessful.
Funding is not recommended.

In een plenaire bijeenkomst stelt de beoordelingscommissie eerst op basis van de referentenrapporten de absolute kwalificatie van de individuele aanvraag definitief vast. Vervolgens weegt zij de voorstellen onderling om tot een prioritering te komen.

Absolute beoordeling

Aan de hand van de aanvraag, de referentenrapporten en het weerwoord bepaalt de commissie eerst de kwaliteit van de referentenrapporten en de juistheid van de eindkwalificaties die de referenten aan de aanvraag hebben toegekend. Dit doet zij o.a. door 1. vast te stellen of de argumentatie solide is, 2. referentenoordelen die onvoldoende objectief zijn te neutraliseren, en/of 3. weinig onderbouwde referentenoordelen in perspectief te plaatsen. Wanneer de commissie een discrepantie constateert tussen inhoud en eindoordeel, dan is zij bevoegd de referentenkwalificaties bij te stellen. Hierbij speelt de kwaliteit van het weerwoord een belangrijke rol.

Relatieve beoordeling

Vervolgens bepaalt de commissie de relatieve kwalificatie van elke individuele aanvraag door alle voorstellen met elkaar op de beoordelingscriteria te vergelijken, zo mogelijk met behulp van de scores die de commissieleden voorafgaand aan de bespreking aan de aanvragen hebben toegekend. Hieruit resulteert een voorlopige relatieve kwalificatie per aanvraag, met de volgende mogelijke predicaten: excellent, excellent/very good, very good, very good/good, good, good/fair, fair, fair/poor, poor. Wanneer een interview deel uitmaakt van de procedure bepaalt de commissie op basis van de voorlopige kwalificaties welke kandidaten voor een gesprek worden uitgenodigd.

Interview

In het interview beantwoordt de kandidaat vragen van de commissie naar aanleiding van het voorstel, de adviezen en het weerwoord. Na deze interviews stelt de commissie de relatieve beoordeling van de aanvragen eventueel bij en wordt de prioriteringsvolgorde vastgesteld. Deze prioriteringsvolgorde vormt de basis van het advies dat de commissie aan het gebiedsbestuur uitbrengt voor verdere besluitvorming (Zie ook: Waartoe dient een weerwoord of een interview?).

Besluit

Het gebiedsbestuur toetst de prioriteringsvolgorde marginaal en kan eventueel wijzigingen aanbrengen op grond van beleidsmatige overwegingen (bij themaprogramma’s van meerdere NWO-gebieden geldt dit voor de programmacommissie of stuurgroep). Bij sommige steunvormen, bijvoorbeeld in de Vernieuwingsimpuls, neemt niet het gebiedsbestuur maar het Algemeen Bestuur van NWO vervolgens de finale beslissing.

Terug naar de vragenlijst

laatst gewijzigd op 7 maart 2011