Energieonderzoek

Factor 'macht' nog grote onbekende in energietransitie

15 mei 2007

Maatschappij- en gedragswetenschappers doen er goed aan zich te verdiepen in de vraag hoe macht een rol speelt in transitieprocessen. Hoe kan het nu nog ‘kleine’ transitiedenken binnen de overheid zich bijvoorbeeld uitbreiden naar grotere delen van de overheid? Hoe kunnen nieuwe spelers in de markt een grotere vinger in de pap krijgen in dialogen rond transitie? Deze opgaven voor wetenschappers én beleidsmakers rolden uit de conferentie Kennis in Zicht-II op 25 april bij NWO.

Op donderdag 18 januari raasde er een ongekende storm over Nederland. Hierdoor werd de conferentie Kennis in Zicht, van het NWO/SenterNovem Stimuleringsprogramma Energieonderzoek, bij Shell in Amsterdam halverwege letterlijk afgeblazen. Bij NWO in Den Haag scheen op 25 april een buitengewoon vroege zomerzon. Tijdens deze alsnog georganiseerde tweede helft stond de toekomst van interdisciplinair energieonderzoek centraal, na een korte terugblik op het nut van wat tot nu toe is ontwikkeld aan kennis. De zaal was gevuld met beleidsmakers en wetenschappers met economische en andere sociaalwetenschappelijke interesses en achtergronden, naast een enkele ‘techneut’ en bètawetenschapper.

Relevant onderzoek prikkelt
Na de opening door Jan Paul van Soest, kwam Matthijs Hisschemöller (politicoloog aan de Vrije Universiteit en lid van de programmacommissie van het stimuleringsprogramma) als eerste aan het woord. Hij had zich verdiept in achttien recente studies die onder auspiciën van het NWO/SenterNovem Stimuleringsprogramma Energieonderzoek. ‘Nuttig wetenschappelijk onderzoek kenmerkt zich onder meer doordat het helder is verwoord en prikkelt,’aldus Hisschemöller. ‘Het moet aanknopingspunten bieden voor systeemverandering, van durf getuigen en liefst ook disciplineoverstijgend zijn.’ Volgens Hisschemöller voldoet een deel van de studies aan deze criteria, waarna hij enkele krenten uit de pap presenteerde, zoals het onderzoek van de Utrechtse promovenda Susanne Agterbosch. ‘Deze analyse van het door de Nederlandse overheid gevoerde windenergiebeleid bevat aardige aanbevelingen voor de toekomst. Zo stelt Agterbosch dat het overheidsbeleid een duidelijker onderscheid moet maken tussen verschillende typen ondernemerscategorieën op de windenergiemarkt en verschillende beleidsniveaus. Ook moet het rijk zich duidelijk committeren, een heldere visie formuleren en zorgen voor een stabiel investeringsklimaat voor de verschillende doelgroepen van windenergiebeleid,’ vertelde Hisschemöller, die naast Agterbosch ook de promotieonderzoeken van Martin Junginger, Simona Negro en Kay Damen noemde.

Witte vlekken rond macht
Hisschemöller ontwaarde ook een aantal duidelijke witte vlekken in het palet van onderzoeksprojecten uit het stimuleringsprogramma. ‘Wat tot nu toe ontbreekt, zijn bijvoorbeeld projecten die dieper ingaan op besluitvormingsprocessen en de verdeling van de macht binnen het Nederlandse energiebeleid.’ Andere witte vlekken zijn volgens hem de zogenoemde ‘sociaal-politieke constructie van feiten’ en de rol van de overheid en de politiek in transities. ‘Ik ben het oneens met Rotmans dat de overheid zelf de grootste barrière is voor transitie. Maar wel heb ik zorgen over het primaat van de politiek,’ aldus Hisschemoller. Tot slot sprak hij de hoop uit dat er meer competitie komt in de kennisontwikkeling op het gebied van energietransitie. ‘ECN en SenterNovem zijn dominant. Bovendien hebben de sociaalwetenschappen geen eigen positie in het geheel, terwijl er juist daar zoveel prangende vragen liggen.’

Beleidsdilemma’s
Spreker Peter Aubert (beleidsmaker bij Ministerie van Economische Zaken) werd door Van Soest aangekondigd als ‘de vader van de energietransitie’. Aubert antwoordde snedig dat het hier dan wel een lastig kind betrof. Hij gaf aan wat voor beleidsmakers op dit moment prangende vragen zijn die door interdisciplinair onderzoek zouden kunnen worden beantwoord. Opvallende overeenkomst met Hisschemöller was de factor macht als nog altijd grote onbekende in transitieprocessen. Aubert: ‘Wie is bijvoorbeeld in staat om processen tegen te houden en wie kunnen we juist mobiliseren om samen te werken? En hoe krijgen we het transitiebeleid – in feite een soort niche – wat groter dan het nu is?’ Aubert legde de aanwezige sociaalwetenschappers ook enkele beleidsdilemma’s voor. ‘Uit onderzoek blijkt dat informatie verschaffen aan burgers niet altijd zin heeft. Moeten we het dan toch maar blijven doen, alleen om onze handelwijze te legitimeren? En wat is de juiste balans tussen verplichten, keuzevrijheid geven en afwijkend gedrag accepteren?’ Met de zaal ontstond vervolgens een discussie over de vraag of het klassieke economische denken binnen de overheid niet te dominant is. De tot nu toe ingezette beleidsinstrumenten lijken daarop te duiden. Ook werd de suggestie gedaan om eens in het buitenland te kijken naar interessante nieuwe invalshoeken en aanwezige kennis. Soms kan een blik van buiten stagnerende processen weer op gang helpen, zoals Hisschemöller ervaarde toen een Amerikaanse energiespecialist in een dialoog over het gasnet wees op de mogelijkheid om gas niet alleen in het net te stoppen maar er ook weer uit te halen.

Koopmannen en dominees
Na de pauze nam Marko Hekkert de voorzittershamer van Jan Paul van Soest over om deze vervolgens aan te kondigen als volgende spreker. Van Soest beschreef zijn visie op de toekomst van interdisciplinair energieonderzoek met daarin een grotere rol voor de gammawetenschappen via bijvoorbeeld EOS (Energie Onderzoek Subsidie) van SenterNovem of de nieuw te ontwikkelen programma’s uit het NWO-thema Duurzame Aarde . Hij wees onder andere op vraagstukken rond de Nederlandse cultuur in relatie tot energietransitie. ‘We zijn een volk van koopmannen en dominees. We hebben een missie, maar mijden tegelijkertijd risico’s. Wat heeft deze grondhouding voor consequenties voor het willen doorvoeren van een transitie? Hoe kun je die houding veranderen? Of moet je die gewoon accepteren en dan maar desnoods de benodigde innovaties elders kopen?’ Van Soest gaf aan dat het goed zou zijn als gamma-onderzoekers zich meer met energievraagstukken zouden bezighouden, en energieonderzoekers meer met gammakennis zouden doen.

Geld voor gammawetenschappen en combinaties van technieken
Een aantal prominenten uit de wereld van wetenschap en beleid reageerden op het verhaal van Jan Paul van Soest. Kas Hemmes (Technische Universiteit Delft en lid van de Verkenningscommissie Duurzame Energieconversie van de KNAW) vertelde dat de KNAW binnenkort met eigen rapport komt over toekomstig energieonderzoek, waarin conform de opdracht aan deze commissie het accent zal liggen op technologieontwikkeling. ‘Iedereen ziet nu gelukkig wel het belang van gammakennis bij energievraagstukken. Wat mij betreft is het allerbelangrijkste voor de nabije toekomst, dat er ruimte komt en blijft voor eigenwijze onderzoekers die zelf met een eigen AIO aan de slag kunnen. En daarbij moet vooral ook onderzoek gesteund worden dat verschillende technieken en manieren van denken combineert. Want dat is tot nu toe te weinig gedaan.’
Frans Berkhout (Vrije Universiteit en betrokken bij het nieuwe NWO-thema Duurzame Aarde) vertelde dat interdisciplinair energieonderzoek als het aan NWO ligt een goede toekomst tegemoet gaat. Ook hem was overigens opgevallen dat de wereld van energietransitie in Nederland zich concentreert rond een beperkt aantal onderzoeksgroepen, geldschieters en grote marktspelers. Dit in tegenstelling tot situaties in het buitenland die hij ook van nabij kent. ‘Het is hier een beetje een closed shop.’ Een ander opmerkelijk verschil met bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk vindt Berkhout dat Nederland conservatief is over interdisciplinair onderzoek. ‘In de UK maakt het helemaal niet uit wat voor disciplinaire achtergrond je hebt; het gaat om de thema’s die je onderzoekt. Maar hier vragen mensen toch als eerste wat je oorspronkelijke vakgebied was, als je met ze praat over je onderzoek. We zullen er toch naar toe moeten om kennis uit verschillende hoeken te combineren.’

Maatschappelijke verbreding
Frank Dietz (adjunct-directeur van de interdepartementale beleidsdirectie die over de energietransitie gaat) ging vooral in op de ‘vraagkant’. Hij waarschuwde dat hij niet even zomaar namens de hele overheid de belangrijke vragen van dit moment op tafel kon leggen. ‘De overheid is een veelkoppig monster en zelf ook continu in debat. Het is vooral belangrijk dat we de voorliggende uitdagingen delen als beleidsmakers, wetenschappers en andere stakeholders.’ Hij benadrukte het belang van de uitbreiding van de ‘transitiearena’ met nieuwe en kleinere partijen en bovendien: maatschappelijke verbreding. ‘Ik pleit voor een stevige onderzoeksinspanning op het terrein van de gedragseconomie met focus op milieu- en energievraagstukken. We moeten veel meer gaan begrijpen van bijvoorbeeld de hindernissen: die allerlei stakeholders ervaren om mee te doen met transitie. En we moeten meer gaan begrijpen van de burger-consument.’

Beschikbare capaciteit inzetten
Hekkert sloot de discussie af met de vraag of er voldoende onderzoekscapaciteit is in Nederland. Volgens Van Soest schept een goede vraag dat aanbod van zelf en hangt het dus voor een groot deel van de juiste onderzoeksprogrammering af. Hisschemöller meende ook dat de capaciteit er wel is, maar dat het een kwestie van de juiste sturing is. ‘Zorg ervoor dat begeleiders van interdisciplinaire programma’s voldoende tijd en geld krijgen. En wees ervan bewust dat goede interdisciplinaire projecten een langzame en doorwrochte start nodig hebben.’ Berkhout voegde toe dat programma’s als EOS tot nu toe niet aantrekkelijk waren voor gammaonderzoekers. Ook daarvan kan worden geleerd. Van Soest deed daarop de suggestie om in programma’s te eisen dat gammaonderzoek deel uit maakt van het geheel en dat men met redenen moet omkleden waarom een programma eventueel desnoods zonder zou kunnen. Dietz merkte op dat het goed zou zijn als beleidsmakers en wetenschappers af en toe van plek zouden wisselen om meet begrip voor elkaars wereld te krijgen. ‘De nieuwe minister van onderwijs kan een mooi voorbeeld zijn van hoe het kan!’ Hemmes tenslotte suggereerde dat er meer aandacht moet komen voor valorisatie van gammakennis. ‘De tijd is er rijp voor.’
Hekkert bedankte alle organisatoren van Kennis in Zicht-I en II en aansluitend borrelde het gezelschap nog even na.

Alle gehouden Powerpointpresentaties vindt u hier.

Voor meer informatie over het NWO/SenterNovem Stimuleringsprogramma Energieonderzoek kunt u contact opnemen met de secretaris, Marije Verschuur, m.verschuur@nwo.nl.