Werkwoord in (ver)werking
5 januari 2007
Het werkwoord vormt de kern van een zin. Terwijl veel onderzoek is gedaan naar de rol die het werkwoord speelt bij het overdragen van informatie, is minder bekend hoe en wanneer de luisteraar of lezer die informatie precies gebruikt. NWO-onderzoeker Dieuwke de Goede verdiepte zich daarin en onderzocht hoe de werking van het werkwoord tot uiting komt tijdens het luisteren naar zinnen. De Goede promoveert op 25 januari aan de Rijksuniversiteit Groningen.Het werkwoord drukt een handeling of gebeurtenis uit die de zin beschrijft en verstrekt informatie over personen of objecten die bij die gebeurtenis zijn betrokken. Om de verwerking van een werkwoord in een zin te meten, liet De Goede ruim vierhonderd proefpersonen in acht verschillende experimenten luisteren naar zo'n 120 gesproken zinnen per experiment. Tijdens het luisteren kregen zij op een computerscherm woorden te zien waarvan ze moesten aangeven of dat bestaande Nederlandse woorden waren. De helft van deze woorden waren in betekenis gerelateerd aan de werkwoorden uit de zinnen waar de proefpersonen op dat moment naar luisterden. Op verschillende punten in de zin bleken de proefpersonen werkwoorden sneller als bestaand te herkennen als die in betekenis gerelateerd waren met de werkwoorden uit de gesproken zinnen. Hieruit werd geconcludeerd dat op deze punten in de zin de betekenis van het werkwoord actief was.
Uit de verschillende experimenten komt een duidelijk patroon naar voren: in samengestelde Nederlandse zinnen, bestaande uit een hoofdzin gevolgd door een bijzin, duurt de activatie van het werkwoord tot het einde van de hoofdzin. Met andere woorden, de betekenis van het werkwoord blijft de luisteraar tot aan het einde van de hoofdzin bij om daarna in de bijzin te verdwijnen. Dit effect is onafhankelijk van het aantal woorden dat bij het werkwoord hoort om de betekenis ervan te begrijpen. Bij de zin 'De man geeft de vrouw een boek' zijn dat bijvoorbeeld 'man', 'vrouw' en 'boek'.
Het gevonden patroon van werkwoordactivatie verschilt aanzienlijk van het patroon dat voor zelfstandige naamwoorden werd gevonden. Zo is direct na een zelfstandig naamwoord de betekenis actief, maar is dat effect ruim voor het einde van de hoofdzin nauwelijks meer waarneembaar. Dat heeft volgens De Goede onder meer te maken met het feit dat werkwoorden vrijwel altijd meerdere betekenissen hebben, terwijl dit bij zelfstandige naamwoorden niet het geval is. De precieze betekenis van het werkwoord is afhankelijk van de context.
De onderzoeksresultaten onderstrepen het belang van het werkwoord voor zinsbegrip. Uit eerder psycholinguïstisch onderzoek bleek bijvoorbeeld al dat vervanging van een werkwoord door een ander werkwoord meer invloed heeft op de begrijpelijkheid en grammaticaliteit van een zin dan wanneer een zelfstandig naamwoord wordt vervangen. Ook tonen oogbewegingsdata aan dat werkwoorden meer aandacht krijgen dan andere woorden in een zin. Het onderzoek van De Goede kan bovendien van belang zijn voor onderzoek naar kinderen met taalstoornissen en afasiepatiënten, mensen die als gevolg van hersenletsel problemen hebben met taal. Deze groepen blijken vaak meer problemen te hebben met werkwoorden dan met zelfstandige naamwoorden.
Het onderzoek van De Goede is onderdeel van het NWO-programma The role of the verb in Dutch during on-line spoken sentence processing and spoken sentence production.
..............................
Meer informatie bij:
- Drs. Dieuwke de Goede
- t: +31 (0)570 631164
- d.de.goede@rug.nl
- Promotie 25 januari
- Promotoren prof. dr. Y.R.M. Bastiaanse
- Prof. dr. L.P. Shapiro
- Prof. dr. D.A. Swinney †
