International Polar Year 2007 - 2008

Historical exploitation of polar areas

International IPY activity
(Full Title)
ID No Geogr. focus Lead Country NL institutes involved EoI ID No
Large Scale Historical Industrial Exploitation of Polar Areas (LASHIPA) 10 Arctic Netherlands RuG-AC 636

 

Het Nederlands onderzoek

 

LASHIPA
IPY Activity: 10 (Nederland lead country)
coordinator: Prof. dr. L. (Louwrens) Hacquebord
Rijksuniversiteit Groningen - Arctisch Centrum (RuG-AC)
startsubsidie voor Nederlandse coordinatie
poster
more information: www.lashipa.nl

 

LASHIPA-NL: The exploitation of the natural resources in Polar Regions, 1600-2000 (coordinating project)
coordinator: Prof. dr. L. (Louwrens) Hacquebord
Rijksuniversiteit Groningen - Arctisch Centrum
IPY Activity: 10
abstract
populair e samenvatting: zie onder

Volg ook het weblog "In het spoor van de walvisjagers" op de VPRO Noorderlicht Pooljaar website waarin het onderzoeksteam verslag doet van de expedities naar Spitsbergen.

  • Green Harbour, Spitsbergen, and the international history of exploitation of the polar areas
    projectleider: Prof. dr. L. (Louwrens) Hacquebord
    Uitvoerder: dhr. dr. Dag Avango (postdoc)
    Rijksuniversiteit Groningen - Arctisch Centrum
    abstract
    populaire samenvatting: zie onder
     
  • The coal exploitation of the Dutch Spitsbergen Coal Company (NESPICO) in Green Harbour, Spitsbergen, in its national and international context
    projectleider: Prof. dr. L. (Louwrens) Hacquebord
    mede-projectleider: Dr. J.W. (Jan Willem) Veluwenkamp
    Uitvoerder: Hidde de Haas
    Rijksuniversiteit Groningen - Arctisch Centrum
    abstract
    populair e samenvatting: zie onder

 

Populair wetenschappelijke samenvattingen

 

LASHIPA-NL: The exploitation of the natural resources in Polar Regions, 1600-2000

(coordinating project)

De exploitatie van natuurlijke hulpbronnen in de poolgebieden is illustratief voor de wijze waarop de mens omgaat met de natuurlijke hulpbronnen in de wereld. De geografische ontdekkingen hebben het binnendringen van commerciële ondernemingen in de poolgebieden mogelijk gemaakt. Dit leidde niet alleen tot de exploratie en exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen maar ook tot wetenschappelijk onderzoek. In beide gevallen werden stations en nederzettingen gebouwd. Al meer dan 400 jaar leveren robbenjacht, walvisvaart, pelsjacht en mijnbouw in de perifeer gelegen gebieden grondstoffen voor de internationale markt in de bewoonde wereld. Tegenwoordig zijn daar de visserij en toeristenindustrie nog bijgekomen. De activiteiten zijn in beide poolgebieden steeds uitgevoerd door ondernemingen en mensen van buiten en hebben vrijwel altijd geleid tot uitputting van de natuurlijke hulpbron. De economische ontwikkelingen in beide poolgebieden zijn in grote lijnen parallel verlopen. In beide gebieden begon de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen met de jacht op robben, pelsdieren en walvissen om huiden, traan, balein en ivoor voor de internationale markt te produceren. Na de industriële revolutie ontstond grote vraag naar fossiele brandstoffen en mineralen en ten slotte zijn we in een periode met nieuwe economische activiteiten als visvangst en toerisme terecht gekomen. In al die perioden is wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd waardoor de kennis van het gebied en de interactie met andere gebieden op aarde is vergroot.

In de Arctis heeft het economische gebruik van het gebied grote gevolgen gehad voor het milieu, de politieke status van gebieden als Spitsbergen, Groenland en Noord Canada en het leven in de lokale gemeenschappen. Het industriële erfgoed vormt thans een belangrijk deel van de cultuurhistorische waarde van een regio. In Antarctica hebben de robbenjacht en walvisvaart ook grote consequenties gehad voor het milieu, maar de mijnbouw is er nooit van de grond gekomen. Het toerisme en de visserij echter spelen wel een rol van betekenis. Aanvankelijk speelden de nederzettingen voor de robbenjacht, pelsjacht en de walvisvangst in beide poolgebieden ook een belangrijke geopolitieke rol. Die rol werd in het zuidpoolgebied spoedig overgenomen door de onderzoeksstations. In het noordpoolgebied is de soevereiniteit al in een vroeg stadium vastgelegd waardoor de rol van de nederzettingen en stations is uitgespeeld.

Dit onderzoek wil de geschiedenis van de exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen en het wetenschappelijk onderzoek in het poolgebied bestuderen met behulp van het culturele erfgoed en de schriftelijke bronnen. Tot nu toe is die geschiedenis steeds bestudeerd vanuit een regionaal en nationaal perspectief waarbij bijna uitsluitend gebruik werd gemaakt van schriftelijke bronnen in de archieven in het centrum. Het uitgangspunt van dit project zijn de nederzettingen en de stations (jacht, walvisvangst, mijnbouw en wetenschappelijk onderzoek) in de periferie. Zij zullen vanuit een bipolair, internationaal en comparatief perspectief worden bestudeerd. De centrale vraag in het onderzoek is:

Waarom en onder welke economische omstandigheden werkten de commerciële ondernemingen in de poolgebieden. Wat was de rol van de nederzettingen/stations in de exploitatie processen? Wat waren de economische resultaten van de exploitatie en wat waren de gevolgen van de activiteiten voor het milieu, de geopolitieke situatie en het internationaal recht.

Het onderzoek is om methodische redenen geconcentreerd in twee daartoe geselecteerde voorbeeldgebieden: Green Harbour op Spitsbergen en het Antarctisch schiereiland inclusief South Georgia. Beide gebieden zijn qua economische activiteiten goed met elkaar vergelijkbaar. Het Nederlandse deel van het onderzoek concentreert zich op Green Harbour op Spitsbergen.

Green Harbour, Spitsbergen, and the international history of exploitation of the polar areas

Het doel van dit postdoc project is een brede synthese uit te voeren die de economische bedrijvigheid in het poolgebied en de gevolgen ervan voor de natuurlijke omgeving wil bestuderen vanuit een vergelijkend, bipolair en internationaal historisch perspectief. Het postdoc project zal zich daarbij richten op zes thema’s die een rol spelen in de exploitatie van de poolgebieden:

  1. de drijvende krachten achter de exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen,
  2. de toegepaste technologische systemen,
  3. de organisatie van de werknemers,
  4. de controle van het gebied en de natuurlijke hulpbronnen,
  5. de geopolitieke en volkenrechtelijke consequenties en
  6. het omgaan met de natuurlijke omgeving.

  

The coal exploitation of the Dutch Spitsbergen Coal Company (NESPICO) in Green Harbour, Spitsbergen, in its national and international context

In 1920 stichtte een aantal Rotterdamse ondernemers de Nederlandse Spitsbergen Compagnie (NESPICO). In 1921 verwierf NESPICO concessies op Spitsbergen. Spoedig daarna begon de onderneming een steenkolenmijn aan de Green Harbour fjord op Spitsbergen en stichtte zij de bijbehorende mijnbouwnederzetting Barentsburg. In 1926 staakte het bedrijf zijn activiteiten en in 1932 verkochten de eigenaren de mijn aan de Russische Trust Arktikugol. De Nederlandse steenkolenwinning op Spitsbergen betrof een episode uit de “coal- rush” die in de jaren 1905-1925 op Spitsbergen plaatsvond. In en rond de Eerste Wereldoorlog vestigden zich kolenmijnbouwbedrijven uit de Verenigde Staten, Noorwegen, Zweden, Nederland, Groot-Brittannië en Rusland op Spitsbergen. De concurrentie tussen deze ondernemingen was groot. Er speelden zowel commerciële als politieke belangen. De archipel was een “niemandsland”; hij had geen oorspronkelijke bevolking en geen staat had er zijn soevereiniteit gevestigd. Sommige staten maakten aanspraak op de soevereiniteit, andere claimden slechts het recht van exploitatie. De internationale gemeenschap loste het probleem in 1920 op door middel van het Spitsbergenverdrag. Noorwegen kreeg de soevereiniteit en de 41 ondertekenende landen behielden economische rechten op de archipel. De meeste ondernemingen haakten in de jaren twintig, mede als gevolg van het lage niveau van de steenkoolprijzen, af. Daarna waren er alleen nog Noren en Russen in de steenkolenwinning op Spitsbergen actief.

Het doel van het project is – voor het eerst - wetenschappelijk onderzoek te doen naar de geschiedenis van NESPICO. De promovendus zal onderzoek doen naar de geschiedenis van NESPICO en naar de context waarin het bedrijf opereerde. Die context betreft vooral de technologie van de steenkolenwinning, de steenkoolmarkt en het beleid van Nederland met betrekking tot Spitsbergen in relatie tot de ontwikkelingen op internationaal-juridisch gebied. De aandacht gaat vooral uit naar de motieven, het beleid en de resultaten van NESPICO.

  • De vraag is bijvoorbeeld of NESPICO alleen om economische redenen actief was op Spitsbergen, dat zover van de Europese bevolkingscentra ligt.
  • Speelden daarnaast ook de politieke belangen van de Nederlandse regering in het conflict rond de soevereiniteit van Spitsbergen een rol?
  • Voorts is het de vraag waardoor NESPICO in staat was mijnbouw op Spitsbergen te bedrijven.
  • Hoe kan worden verklaard dat het bedrijf over de kennis en de technische middelen beschikte die daarvoor noodzakelijk waren?
  • Waaraan ontleende het de zekerheid dat zijn investeringen op Spitsbergen veilig waren?
  • Wist NESPICO de Nederlandse overheid voor haar belangen in te schakelen?
  • Op welke schaal en met behulp van welke technologie werkte NESPICO op Spitsbergen?
  • Wat was de structuur van de mijnbouwnederzetting Barentsburg?
  • Tot slot: Welke resultaten behaalde NESPICO?
  • En hoe kunnen de aanvankelijke successen en de uiteindelijke mislukking worden verklaard?

Voor het onderzoek wordt gebruik gemaakt van literatuur, archiefmateriaal, inclusief foto’s en kaarten, en archeologisch veldwerk. Het project zal bijdragen aan het behoud van uniek Nederlands cultureel erfgoed buiten Nederland. Op dit moment worden de resten van de NESPICO-mijn bedreigd door souvenirjagende toeristen en de activiteiten van de Russische mijn ter plaatse. Het project zal voorts onmisbare informatie verschaffen voor enerzijds een verantwoorde ontwikkeling van cultureel-erfgoedtoerisme en anderzijds duurzame exploitatie van natuurlijke hulpbronnen op Spitsbergen.