Frisse wind moet door energiebeleid
31 oktober 2006
Windturbines kunnen optimaler worden ingezet als de (rijks)overheid slimmer opereert richting de windenergiemarkt, zegt milieumaatschappijwetenschapper Susanne Agterbosch. Het overheidsbeleid is te lang gericht geweest op grootschalige toepassing door energiebedrijven, zo blijkt uit haar onderzoek. Agterbosch pleit voor 'smart policies' voor de windenergiemarkt, waarbij niet alleen wordt gekeken naar technische en economische factoren. Agterbosch promoveert op 27 november aan de Universiteit Utrecht.
Volgens Agterbosch moet er in het overheidsbeleid een duidelijker onderscheid komen tussen verschillende typen ondernemerscategorieën op de windenergiemarkt en verschillende beleidsniveaus. Ook moet het rijk zich duidelijk committeren en een heldere visie formuleren. Daarnaast pleit Agterbosch ervoor om in haalbaarheidsonderzoeken naar de productie van windenergie niet alleen technische en economische factoren op te nemen maar ook sociale en institutionele aspecten. Te denken valt aan ondernemerskenmerken of argumenten voor toepassing van windenergie op lokaal beleidsniveau. Ook moet de overheid zorgen voor een stabiel investeringsklimaat voor de verschillende doelgroepen van windenergiebeleid.
Implementatiecapaciteit
Agterbosch onderzocht de manier waarop institutionele en sociale condities de toepassing van windenergie in de periode 1989-2004 hebben beïnvloed. Zij analyseerde via een aantal case studies de wisselwerking tussen gedrag, voorkeuren en belangen van individuele actoren en institutionele mogelijkheden en beperkingen. Deze wisselwerking bepaalt de zogenoemde 'implementatiecapaciteit': de mate waarin een ondernemer in staat is om windturbines te realiseren binnen de gegeven mogelijkheden. Die capaciteit wordt groter als de overheid haar beleid aanpast conform Agterbosch' aanbevelingen. Uiteraard gaat het niet alleen om voorwaarden die de overheid schept, maar ook om individuele ondernemerscapaciteiten.
Bij windenergieproductie zijn verschillende partijen van elkaar afhankelijk. Aan het begin van de jaren negentig domineerden energiedistributiebedrijven de markt. Later werden agrariërs de koplopers en kwamen de projectontwikkelaars op. Volgens Agterbosch richtte het overheidsbeleid zich in de jaren negentig te lang eenzijdig op grootschalige toepassingen door energiebedrijven en negeerde het de beperkte motivatie bij deze ondernemersgroep om te investeren in gedecentraliseerd en fluctuerend vermogen. Het nationale windbeleid ging ook voorbij aan de maatschappelijke en procedurele problemen van deze ondernemersgroep op subnationaal niveau. Het feit dat andere ondernemerscategorieën zoals agrariërs veel minder problemen ondervonden bij de realisatie van hun projecten kreeg volgens haar op nationaal niveau geen aandacht.
Het promotieonderzoek 'Empowering wind power' maakt onderdeel uit van het programma Accelerated Implementation of a Renewable Electricity supply in the Netherlands (AIRE) dat wordt gefinancierd door het NWO/SenterNovem Stimuleringsprogramma Energieonderzoek. Het programma is een gezamenlijk initiatief van SenterNovem en het NWO-gebied Maatschappij- en Gedragswetenschappen en streeft naar ontwikkeling van bèta-/gammakennis voor de transitie naar een duurzame energievoorziening.
..............................
Meer informatie bij:
- Drs. Susanne Agterbosch (Universiteit Utrecht)
- t: +31 (0)6 2474 8880, susanneagterbosch@bluebottle.com<
/A>
- promotie 27 november
- Promotoren prof. dr. P. Glasbergen, co-promotor dr. W. Vermeulen (UU)
