NWO wil succes vrouwen in de wetenschap uitbreiden
13 oktober 2006
MEER VROUWEN UNIVERSITAIR HOOFDDOCENT
Het aantal vrouwelijke universitair hoofddocenten is sinds 1999 verdubbeld. De helft van hen dankt die positie aan het Aspasia-programma van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Een aantal is inmiddels hoogleraar. Maar met de doorstroming van vrouwelijke promovendi en postdoc-onderzoekers naar de vaste positie van universitair docent vlot het nog niet. NWO zou de regeling daarom willen uitbreiden naar deze groep.
In het kader van het Aspasia-programma zijn in 2000 en 2002 zeventig vrouwen van een subsidie voorzien en bevorderd tot universitair hoofddocent. Daarnaast bevorderden de universiteiten zelf ook nog eens ongeveer evenveel niet gesubsidieerde maar wel gekwalificeerde vrouwen. Het percentage vrouwelijke universitair hoofddocenten steeg daardoor binnen een paar jaar van 7 naar 14 procent. Van de door NWO gesubsidieerde vrouwen is 30 procent inmiddels hoogleraar.
Meer competitie door Aspasia-nieuwe stijl
De
Aspasiaregeling, die de positie van vrouwen in de wetenschap wil verbeteren, is
sinds 2005 gekoppeld aan de prestigieuze Vidi- en Vici-rondes van NWO voor
getalenteerde onderzoekers en docenten met enige jaren onderzoekservaring. Universiteiten ontvangen nu Aspasiapremies als ze vrouwelijke Vidi- en
Vici-laureaten binnen een jaar na de subsidietoekenning benoemen tot
universitair hoofddocent of hoogleraar. De nieuwe regeling is een succes. Zeventien van de twintig laureaten in 2005 zijn door de universiteiten
inmiddels bevorderd of zitten in een bevorderingstraject. NWO wilde zo ook de
participatie van vrouwen in de reguliere Vidi- en Vici-competitie stimuleren. Die steeg in 2005 inderdaad van 26 naar 35 procent.
Aspasia-premieregeling en pas gepromoveerden
NWO denkt
nu over uitbreiding van de regeling naar de Veni-subsidies voor pas
gepromoveerden. Nederland scoort met 27 procent vrouwelijke universitair
docenten ook laag op de internationale ranglijst, terwijl het aantal
vrouwelijke promovendi in alle disciplines 41 procent bedraagt. De
universitaire koepelorganisatie VSNU en de Koninklijke Akademie van
Wetenschappen (KNAW) staan positief tegenover de plannen van NWO.
De Aspasiapremie bedraagt 100.000 euro. De besteding daarvan is de keuze van het college van bestuur van de betreffende universiteit. Ongeveer 80 procent gaat doorgaans naar het onderzoek van de laureaat, de rest naar andere activiteiten ter bevordering van de positie van vrouwen in de wetenschap. Te denken valt aan een jaar in het buitenland voor getalenteerde vrouwelijke postdocs of een kortlopende aanstelling voor vrouwelijke promovendi om een subsidie-aanvraag voor te bereiden.
Meer informatie bij:
- Wilma van Donselaar (NWO, coördinator Aspasia-programma)
- t: +31(0)70 344 0733, w.vandonselaar@nwo.nl
