Goed geïnformeerde burgers vinden CO2-opslag acceptabel

4 april 2006

Wie wil weten hoe de burger denkt over nieuwe energieopties, doet er goed aan die burger eerst adequaat te informeren. Respondenten die niet op de hoogte zijn, geven alleen 'pseudo-meningen' die te veranderlijk zijn om beleid op te baseren. Dit blijkt uit psychologisch onderzoek naar de vraag hoe Nederlanders denken over verschillende vormen van energieopwekking uit fossiele brandstoffen in combinatie met CO2-opslag.

Wanneer met fossiele brandstoffen energie wordt opgewekt, ontstaan broeikasgassen die bijdragen aan klimaatverandering. Door vrijkomende CO2 af te vangen en op te slaan in de bodem kan een belangrijk bezwaar van het gebruik van fossiele brandstoffen worden verholpen. Onderzoekers Marjolein de Best-Waldhober en Dancker Daamen vroegen een doorsnede van de Nederlandse bevolking (1005 respondenten) hoe acceptabel ze zes verschillende vormen van energieopwekking met fossiele brandstoffen in combinatie met CO2-opslag zouden vinden. Ze gebruikten daarbij de ICQ-methode (Information-Choice Questionnaire).

Eerst gaven ze respondenten uitleg over klimaatverandering en fossiele brandstoffen. Vervolgens voorzagen ze hen van uitgebreide en voor leken goed toegankelijk gemaakte expert-informatie over de verschillende technieken. Door een zorgvuldige procedure was deze informatie van experts accuraat en evenwichtig. Daarna moesten respondenten aangeven hoe negatief of positief ze de consequenties van deze technieken inschatten. Tot slot gaven ze elke techniek een rapportcijfer. Gebleken is dat de technieken gemiddeld tussen 6 en 6,5 scoren. Technieken die gebruik maken van aardgas scoorden iets beter dan die met kolen. Slechts 1 tot 6 procent vond grootschalige toepassing van de technieken onacceptabel.

Pseudo-meningen waardeloos

Een vergelijkbare groep Nederlanders die geen informatie ontving en een traditionele vragenlijst voorgelegd kreeg, was gemiddeld iets negatiever over de zes technieken. Opmerkelijk was dat hoge percentages van de respondenten eerst zeiden nog nooit te hebben gehoord van een techniek en bij de volgende vraag desondanks een rapportcijfer toekenden aan die techniek en geen gebruik maakten van de gelegenheid om zich te onthouden van evaluatie. Deze rapportcijfers bleken zeer instabiel. Ze veranderden als de respondenten wat weinig zeggende informatie kregen, maar ook als ze die niet kregen en twaalf minuten later – na een afleidend taakje – nogmaals dezelfde vragen moesten beantwoorden. De onderzoekers concluderen dat deze 'uninformed opinions' in feite 'pseudo-opinions' zijn, die niets zeggen over publieke acceptatie van technieken met CO2-opslag.

Het onderzoek is uitgevoerd aan de Universiteit Leiden in nauwe samenwerking met de Universiteit Utrecht en CATO, het nationale onderzoeksprogramma op het gebied van CO2 Afvang, Transport en Opslag (www.co2-cato.nl) en maakt onderdeel uit van het programma 'Transition to sustainable use of fossil fuels', gefinancierd door het NWO/SenterNovem Stimuleringsprogramma Energieonderzoek.

..............................

Meer informatie bij:

Informatie over het NWO/SenterNovem Stimuleringsprogramma Energieonderzoek: