Oorspong van het ERGO programma
De belangrijkste aanleiding die aanzet gaf tot het traject waaruit het ERGO programma voortkomt vormt de behandeling van de Integrale Nota Biotechnologie in de Tweede Kamer. Het ministerie van VROM heeft in de periode van november 2001 tot januari 2002 de Kamer toegezegd aanvullend ecologisch onderzoek te laten verrichten. Met het oog op nieuw te ontwikkelen gewassen, met nieuwe (combinaties van) kenmerken, is aanvullend ecologische kennis nodig om de risicoanalyse op het huidige hoge niveau te kunnen handhaven.
De Commissie Genetische Modificatie adviseert het ministerie van VROM over zaken die genetisch gemodificeede organismen betreffen. Dit onafhankelijk adviesorgaan adviseert onder andere ook bij aanvragen voor het in het milieu en/of het verkeer brengen van genetisch gemodificeerde planten. In 2003 heeft de Cogem drie studies laten verrichten die, elk op een bepaald terrein, inventariseren welke vragen binnen de Ecologie Rond Gemodificeerde Organismen nadere beantwoording verdienen. Op 23 juli 2004 is, op basis van die rapporten en een workshop van ecologen in maart 2004, een advies uitgebracht aan de Staatssecretaris van VROM. Dit advies en de drie onderliggende rapporten zijn elders op deze site te raadplegen.
Begin 2005 heeft er een ontmoeting plaatsgehad van vertegenwoordigers van betrokken ministeries, NWO en andere betrokkenen. Bij dit programma is het van zeer groot belang dat het onderzoek én van hoge wetenschappelijke kwaliteit is én dat de uitkomsten bruikbaar en relevant zijn voor risicoanalyses. Om nauw aan te sluiten bij de wensen van beoogde gebruikers, heeft de Cogem de hoofdmoot aangeleverd van de wetenschappelijk-inhoudelijke paragrafen. Een ander uitvloeisel is dat eind 2005 en begin 2006 vertegenwoordigers van VROM en NWO bezoeken hebben gebracht aan bedrijven, brancheverenigingen en andere organisaties die actief en deskundig zijn op dit gebied. De ideeën die zijn opgedaan over het onderzoeksprogramma zijn ingebracht in het programma. Op 23 maart 2006 is het programma van start gegaan en de eerste openstelling voor vooraanmeldingen liep van 23 maart 2006 tot 25 mei 2006.
Hierna zijn er 3 openstellingen voor volledige aanvragen gevolgd. Over de derde en laatste ronde aan onderzoeksvoorstellen is in juni 2008 een besluit genomen.
