Laudatio voor mw. prof. dr. D.I. (Dorret) Boomsma

Hoogleraar Biologische Psychologie aan de Vrije Universiteit

Deze laudatio is uitgesproken door prof. dr. W.J.M. Levelt bij de bekendmaking van de NWO/Spinozapremies 2001 op 29 augustus

 

Aan professor Dorret Boomsma wordt de Spinozapremie 2001 toegekend wegens haar baanbrekend onderzoek op het gebied van de menselijke gedragsgenetica. Mevrouw Boomsma is hoogleraar biologische psychologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zij wordt algemeen beschouwd als behorend tot de beste gedragsgenetici in Europa en wereldwijd.

 

Wat opvalt is de grote breedte van haar gedragsgenetische onderzoek en de koppeling daarvan aan fysiologisch (neurofysiologisch, biochemisch) onderzoek. Het belangrijkste werktuig voor dit veelal zeer omvangrijke onderzoek wordt gevormd door het Nederlandse Tweelingregister. Dit bestand van Nederlandse twee- en meerlingen is door professor Boomsma en haar voorganger professor Orlebeke opgebouwd tot een der grootste, compleetste en meest representatieve tweelingenregisters ter wereld. Het omvat thans een kleine 30.000 tweelingen in alle leeftijdscategorieën. Met haar onderzoeksteam produceert professor Boomsma een ware stroom van publicaties in de toptijdschriften van haar vak, zoals Behavior Genetics en Twin Research. Met name verrichtte haar team omvangrijke empirische studies op de volgende vijf gebieden:

 

Cognitieve ontwikkeling

Een centraal thema hier is de relatie van erfelijkheids- en omgevingsfactoren in de ontwikkeling van verbale vs. niet-verbale intelligentie. Een belangrijke ontdekking hier was dat de genetische component in IQ-scores drastisch stijgt gedurende de eerste schooljaren, dat wil zeggen er is sprake van relatief late genetische expressie. Een ander thema is de ontwikkeling van probleemgedrag, met name agressief gedrag bij 10- tot 15-jarigen in relatie tot erfelijkheid, omgeving en leeftijd van de moeder.

 

Gedragsgerelateerde elektrofysiologische ontwikkeling

Dit betreft onderzoek naar de ontwikkeling van gedragsrelevante componenten in het EEG-signaal, zoals de P300-component, die samenhangt met aandacht. Het onderzoek naar genetische componenten in de ontwikkeling van intrahemisferische coherentie wordt een doorbraak genoemd. Het gaat hier om synchronisatie in de gamma-band . De ontdekking is dat bij 5-jarigen de coherentie voor ca 50% genetisch is bepaald, echter met een duidelijke tweedeling: de genetische factor is sterk dominant in de lange “sensory-to-frontal connections”, terwijl omgevingsfactoren de coherentie over korte afstanden bepalen. Gamma-coherentie over korte afstanden wordt in verband gebracht met cognitief disfunctioneren.

 

Persoonlijkheidskenmerken en psychopathologie

Thema´s zijn hier de genetische versus omgevingsdeterminanten van depressie, angst, hyperactiviteit en vatbaarheid voor cognitieve vergissingen. Anders dan bij intelligentie, ontdekte Boomsma´s team, komt de genetische component van deze eigenschappen veelal zeer vroeg tot expressie.

 

Gezondheidsrisico´s

Eén thema hier is de initiatie en kwantiteit van alcohol- en nicotinegebruik in relatie tot erfelijkheid, geslacht en religieuze omgeving. Er zijn hier met name twee doorbraken te vermelden. De eerste betreft de systematische ontleding van het fenotype. Met haar team toonde professor Boomsma aan dat initiatie en kwantiteit van nicotinegebruik onafhankelijke genetische determinanten hebben. De laatste komt niet tot expressie wanneer de eerste (o.a. door omgevingsfactoren) onwerkzaam blijft. De tweede doorbraak betreft de werking van specifieke omgevingsfactoren op de fenotypische expressie van genetische risicofactoren. Deze vernieuwing werd gerealiseerd in het onderzoek naar het effect van een religieuze versus a-religieuze omgeving op de initiatie van alcoholgebruik. Het bleek dat een religieuze omgeving een temperend effect heeft op de bijdrage van genetische factoren, vooral bij vrouwen.

 

Een ander thema op het gebied van gezondheidsrisico´s betreft genetische determinanten van cardiovasculaire risico´s, het onderwerp waarop mevrouw Boomsma destijds cum laude promoveerde. Dit nog steeds lopende grootschalige onderzoek heeft onder andere opheldering verschaft over risicodeterminanten zoals testosteronniveaus, geboortegewicht, geslacht.

 

Statistisch-methodologische kwesties

Behalve met dit brede scala van empirische studies, heeft professor Boomsma naam gemaakt als statisticus in de gedragsgenetica. Zij droeg wezenlijk bij aan de ontwikkeling van multivariate fenotype-analyse (t.o.v. de traditionele univariate analyse), aan de invoering van multivariate (maximum likelihood) factorscore-analyse en aan statistische power-analyses voor quantitative trait locus (QTL) detectie, wanneer het tweelingenparadigma wordt uitgebreid naar 2-, 3-, en 4-sib dataverzamelingen.

 

Professor Boomsma wordt algemeen geprezen als een model voor jonge onderzoekers en onderzoeksters vanwege de moed en kwaliteit van haar denken, haar nauwgezetheid en de hoge standaards die ze hanteert. Zij is een toegewijde charismatische docent. Door haar jaarlijks optreden (sinds 1987) op de toonaangevende International Workshop Twin Methodology heeft zij vele honderden jonge onderzoekers uit de hele wereld wegwijs gemaakt in de gedragsgenetica.

 

Tot zover de laudatio. Het moge u duidelijk zijn, Mevrouw Boomsma, dat het mij, als verre vakgenoot, een groot genoegen is u bij deze gelegenheid als eerste te feliciteren. Opnieuw is er een Spinozapremie toegekend aan een psycholoog, of om precies te zijn aan een psychologe. De eerste keer betrof dat iemand uit de cognitieve psychologie, Anne Cutler. Nu is met u de biologische psychologie aan de beurt. Dit markeert wederom het hoge niveau dat het psychologisch onderzoek in Nederland heeft weten te bereiken. U en ik zijn daar natuurlijk al lang mee bekend, maar voor het grote publiek is het nieuws. Dat kent alleen de praktiserende psycholoog.

U bent, net als ik, hoogleraar aan een bijzondere universiteit – in uw geval de Vrije Universiteit. Er komt nu opeens een kapitaal bedrag op u af. Is dat wel goed voor de mens, vraagt men zich soms af in confessionele kring. Zal dat u niet in verleiding brengen? Wat kan ik beter doen dan besluiten met een waarschuwend, haast profetisch woord van de oprichter uwer universiteit, Abraham Kuyper. Ik citeer: 'Al is 't toch volkomen waar, dat Mammon tenslotte de gevaarlijkste verleider is, die zijn miljoenen slaven meésleept, toch gaat de machtigste invloed van de wijzen en de geleerden uit, en het is vooral tegen de ongerechtige denkers en onheilige verzinners dat het woord van waarschuwing zich hier keren moet. Een man als Spinoza heeft ten onzent ongetwijfeld meer zielen vergiftigd, dan de vlootschat die uit Indië kwam.'[1] Het is maar dat u zich dat even realiseert bij het ontvangen van deze premie.



[1] A. Kuyper, De Kleyne Luyden (1917). Kampen: Kok.