De Nationale Wetenschapsagenda

NWO wil bevorderen dat wetenschap bijdraagt aan maatschappelijke en economische uitdagingen. NWO heeft de overtuiging dat de urgente uitdagingen waar Nederland zich voor gesteld ziet in gezamenlijkheid met het hele wetenschapsveld aangepakt moeten worden. Het kader voor deze gezamenlijke aanpak wordt gevormd door de Nationale Wetenschapsagenda (NWA).

Uitwisseling van kennis met onderzoeksagenda

In november 2014 publiceerde het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de Wetenschapsvisie 2025 met daarin een schets van de (gewenste) toekomst van de wetenschap in Nederland. In de Wetenschapsvisie staat dat de wetenschap zich nog sterker dan voorheen moet gaan richten op grote maatschappelijke vraagstukken en op verbindingen tussen het onderzoek van universiteiten, onderzoeksinstituten, bedrijven en overige kennisorganisaties. De Nationale Wetenschapsagenda geeft richting aan deze uitwisseling van kennis.

Bijdrage NWO aan Nationale Wetenschapsagenda

NWO levert een actieve bijdrage aan de uitvoering van de Nationale Wetenschapsagenda vanuit haar strategie, waarin ruimte voor vrij, ongebonden onderzoek en de verbinding van wetenschap met grote maatschappelijke uitdagingen centraal staan. De Wetenschapsagenda is mede richtinggevend voor het themabeleid van NWO, het Zwaartekrachtprogramma, de Nationale Roadmap voor Grootschalige Onderzoeksfaciliteiten en de nationale onderzoeksinstituten.

Het secretariaat van de Nationale Wetenschapsagenda bestaat uit medewerkers van de Kenniscoalitie-partners en is ondergebracht bij NWO. Hiernaast biedt NWO gerichte programma's om onderzoekers te ondersteunen bij de vertaling van onderzoeksresultaten naar maatschappelijke en economische toepassingen. Ook de NWO-instituten zijn goed aangesloten bij de uitwerking van de door de NWA geformuleerde onderzoeksvragen.

Totstandkoming Nationale Wetenschapsagenda

De NWA kwam tot stand na een open consultatieproces, onder leiding van de Kenniscoalitie met de hoogleraren Beatrice de Graaf en Alexander Rinnooy Kan als voorzitters. Iedereen in Nederland kon tot 1 mei 2015 zijn of haar vragen aan de wetenschap stellen. In totaal zijn bijna 12.000 vragen ingediend. Vijf wetenschappelijke jury’s hebben de vragen vervolgens beoordeeld op 'onderzoekbaarheid', 'uitdagendheid' en 'aansluiting bij nationale sterktes'. Op deze manier slaagden zij erin het enorme aantal vragen terug te brengen tot 140 clustervragen. Over deze vragen vonden vervolgens drie conferenties plaats met experts uit wetenschap, bedrijfsleven en maatschappij.

Met de conferenties is de basis gelegd voor de Nationale Wetenschapsagenda. Op 27 november 2015 is de Wetenschapsagenda gepresenteerd aan de minister en de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Economische Zaken. Deze bewindslieden hebben de Wetenschapsagenda namens het kabinet aangeboden aan de Tweede Kamer.

Uitwerking routes en investeringsagenda

Van samenhangende vragen uit de Nationale Wetenschapsagenda zijn door de Kenniscoalitie en met inbreng vanuit het hele wetenschappelijke veld 25 routes samengesteld. De routes illustreren de samenhang tussen wetenschappelijke, en maatschappelijke disciplines en actoren bij complexe maatschappelijke vraagstukken.

In het voorjaar van 2016 is met experts en onderzoekers uit verschillende disciplines van zowel (kennis)instellingen, maatschappelijke organisaties en uit het bedrijfsleven gewerkt aan de uitwerking van deze routes. Hierbij is voor elke route een vijftal kansen geïdentificeerd die gezamenlijk het Portfolio voor onderzoek en innovatie vormen.

De kansenportfolio’s laten zien op welke thema’s de komende jaren prioriteiten liggen. Deze thematische prioriteiten vormen als raamwerk het eerste component van de meerjarige Investeringsagenda voor onderzoek en innovatie met de programmanaam ‘Spankracht’.

Daarnaast wordt met de tweede component van de investeringsagenda, ‘Draagkracht’, evenredig aandacht gevraagd voor het onderhouden en uitbouwen van een solide kennisbasis in de volle breedte van het wetenschappelijk onderzoek in Nederland. De thematische onderzoeksactiviteiten steunen op deze kennisbasis. De investeringsagenda is in september 2016 gepresenteerd.

Meer informatie


Uitgelicht