Position paper 2017

Kennis essentieel voor een duurzaam welvarend Nederland, 13 maart 2017

De mensheid staat in de komende decennia voor zeer grote uitdagingen. Om deze uitdagingen te kunnen aangaan en zodoende Nederland een duurzame en welvarende toekomst te kunnen garanderen, is hoogwaardige wetenschappelijke kennis noodzakelijk. Om die kennis op peil te houden en internationaal voorop te blijven lopen, is onderzoek op wereldniveau onontbeerlijk. En daarom pleit NWO ervoor 1 miljard euro jaarlijks extra te investeren in risicovol, innovatief wetenschappelijk onderzoek en in thematisch toepassingsgericht onderzoek.

Maatschappelijke vraagstukken en uitdagingen als migratiestromen, de vierde industriële revolutie of vergrijzing kunnen door wetenschappelijk onderzoek beter worden begrepen en in goede banen worden geleid. Hoogwaardige kennis is ook een voorwaarde om innovatieve en wereldwijd opererende bedrijven voor Nederland te behouden of in Nederland te laten vestigen. Kennis van samenlevingen en culturen in de wereld maakt het mogelijk dat Nederlandse bedrijven succesvol wereldwijd actief kunnen zijn en biedt tegelijkertijd noodzakelijke inzichten in internationale vraagstukken die effect hebben op de stabiliteit in de wereld.

Zonder wetenschappelijke kennis zijn er ook geen medische doorbraken en effectieve gezondheidszorg. Wetenschappelijke kennis heeft economische meerwaarde, biedt tegelijkertijd inzicht in en antwoorden op ingewikkelde maatschappelijke vraagstukken en biedt ons vensters op de wereld van heden en verleden. Met andere woorden: voor zowel een welvarende als een veerkrachtige samenleving is wetenschappelijke kennis essentieel.

Nederland als toponderzoekland

Hoogwaardige wetenschappelijke kennis voorhanden hebben is niet vanzelfsprekend, evenmin als de positie van Nederland als toponderzoekland. Kennis moet via het onderwijs zijn weg vinden naar nieuwe generaties van Nederlanders, op alle niveaus. Het onderwijs moet kunnen beschikken over de nieuwste wetenschappelijke inzichten, om leerlingen en studenten goed te kunnen opleiden. In samenwerking met de industrie en publieke partners moeten opbrengsten van vrij, nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek worden vertaald in innovatieve toepassingen. Daarmee wordt werkgelegenheid gecreëerd en economische groei gerealiseerd. De gehele kennis- en innovatiestructuur moet daarom onderhouden worden, wil Nederland een van de toonaangevende kennishubs in de wereld blijven.

Aantrekkingskracht internationaal bedrijfsleven

Deze kennishubs zijn knooppunten in het mondiale kennisnetwerk, hotspots van innovatie en van kennis van wetenschappelijke en maatschappelijke vraagstukken. En alleen omdat Nederland een kennishub is kan de Gemeente Den Haag een stad van vrede en recht zijn waar internationale organisaties zich graag vestigen, kan de haven van Rotterdam een wereldwijd logistiek centrum zijn, is Eindhoven 's werelds meest innovatieve regio geworden, is Nederland de tweede landbouwexporteur ter wereld en zijn wereldwijd opererende bedrijven in Nederland gevestigd.

Hoogwaardige kennis en de beschikbaarheid van hoogopgeleide werknemers speelt vaak een doorslaggevende rol bij de keuze van bedrijven om Nederland als vestigingslocatie te kiezen of in Nederland te blijven.

Research en development topbedrijven

De research & development van een aantal multinationale topbedrijven is helaas uit Nederland verdwenen. Schrijnende voorbeelden daarvan zijn farmaceutische bedrijven als Organon, Solvay Nederland en Crucell. Ze zijn ten prooi gevallen aan niet-Europese giganten, die de R&D voor een deel hebben verplaatst naar de Verenigde Staten. Ook onderzoek van topkwaliteit is daarmee uit Nederland verdwenen.

Als we niet uitkijken, gebeurt hetzelfde ook bij bedrijven uit andere topsectoren. De recente vijandelijke biedingen op Unilever en AkzoNobel zijn slechts twee wrange voorbeelden.

Nederland kan het zich simpelweg niet veroorloven dat dergelijke bedrijven uit deze topsectoren verdwijnen – vanouds  sectoren waarin Nederland uitzonderlijk sterk is en die economisch van groot belang zijn.

Investeren in kennis loont

De Nederlandse overheid heeft als ambitie geformuleerd dat Nederland tot de top 5 van kennislanden blijft behoren. Daarom moet Nederland investeren om ook in de nabije toekomst internationaal voorop te blijven lopen. Echter: de middelen die vanuit overheid en bedrijfsleven beschikbaar worden gesteld liggen al jaren ver onder het Europese gemiddelde en liggen ook ver onder het doel dat de overheid zichzelf gesteld heeft, namelijk 2,5% van het bruto nationaal product, en ver onder de EU doelstelling van 3%.

Elke kosten-batenanalyse wijst echter uit dat investeren in kennis loont. Opbouwen en op peil houden van kennis kost geld, maar het verwaarlozen van de kennisinfrastructuur pakt op termijn veel duurder uit.

Wat wil NWO?

NWO pleit ervoor om één miljard euro jaarlijks extra te investeren in risicovol, innovatief wetenschappelijk onderzoek om de aansluiting bij de wereldtop te kunnen behouden. Dit geld is nodig in de gehele kennisketen, van nieuwsgierigheidsgedreven tot toepassingsgericht onderzoek; het een kan niet zonder het ander.

Vernieuwend onderzoek

Het budget van universiteiten en van NWO voor strategisch, innovatief onderzoek en infrastructuur is de afgelopen jaren zodanig gekrompen dat de onderzoekscapaciteit voor een aantal onderzoeksgebieden onder het minimum is gekomen. Nieuwe onderzoeksgebieden blijven noodgedwongen liggen; een onacceptabele situatie, die er onvermijdelijk toe zal leiden dat Nederland achterstand oploopt en de ambitie frustreert om internationaal een belangrijke speler of zelfs leider te laten zijn.

Door de hoge aanvraagdruk en de lage honoreringspercentages bij de programma's van NWO wordt langzamerhand alleen nog onderzoek gefinancierd waarvan verwacht kan worden dat het tot resultaten zal leiden. Het echt innovatieve, risicovolle onderzoek komt daardoor nauwelijks meer aan bod. Dat leidt ertoe dat vernieuwend onderzoek, dat tot onverwachte en onvoorspelbare wetenschappelijke en maatschappelijke doorbraken zal leiden en dat de basis vormt voor toekomstige maatschappelijke, economische en wetenschappelijke ontwikkelingen, onvoldoende van de grond komt.

Publiek-private samenwerking

Het beleid van het kabinet is er in belangrijke mate op gericht geweest om in de zogeheten topsectoren de onderzoekssamenwerking tussen de kennisinstellingen en het bedrijfsleven te stimuleren. Daarbij worden zowel het bedrijfsleven als de kennisinstellingen en NWO geacht bij te dragen aan dat onderzoek. Echter, door de krappe onderzoeksbudgetten en de vele matchingsverplichtingen van de kennisinstellingen en NWO kan deze publiek-private samenwerking gericht op innovatie alleen verder worden ontwikkeld indien er extra onderzoeksmiddelen beschikbaar komen.

Aandacht voor dringende maatschappelijke vraagstukken

Naast extra middelen voor nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek en publiek-private onderzoekssamenwerking zijn er ook dringende maatschappelijke vraagstukken die om aandacht vragen. Deze maatschappelijke vraagstukken vormen deels de inhoud van de Nationale Wetenschapsagenda, het resultaat van een intensieve dialoog tussen wetenschap en samenleving.

Vandaar het pleidooi één miljard euro extra te investeren in risicovol, innovatief wetenschappelijk onderzoek – ‘Draagkracht’ genoemd in de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) – en in thematisch toepassingsgericht onderzoek  - het ‘Spankracht’ programma. Hierin innoveren kennisinstellingen en maatschappelijke partners (instellingen, overheden en bedrijfsleven) gezamenlijk en gericht.

Het is van eminent belang dat Nederland op een aantal strategisch gekozen gebieden voorop loopt in kennisniveau en kennisontwikkeling en een voorsprong behoudt/opbouwt ten opzichte van het buitenland. Alleen dan worden kennisinstellingen, bedrijven en maatschappelijke geledingen in staat gesteld met succes internationaal de competitie aan te gaan en nationaal te zorgen voor een veerkrachtige samenleving.

Randvoorwaarden

De investering van één miljard euro extra voor onderzoek moet volgens NWO aan enkele randvoorwaarden voldoen.

A) Allereerst moet de extra investering ten goede komen aan de gehele breedte van de wetenschap.

Het is onjuist alleen middelen ter beschikking te stellen voor bijvoorbeeld de publiek-private samenwerking. Enkele van de grote vraagstukken van onze tijd (migratiestromen, klimaatverandering, veroudering, vertrouwen in instituties) kennen immers maar zeer ten dele een industriële oplossing. Tevens blijft geld voor strategisch en innovatief onderzoek belangrijk. Voor het laatste verwijzen wij graag naar het recente advies van de commissie die de voormalige Technologiestichting STW (nu het NWO-domein Toegepaste en Technische Wetenschappen) heeft geëvalueerd. Daarin wordt gepleit voor meer middelen voor explorerend onderzoek, omdat de wetenschap anders opdroogt. Extra middelen voor onderzoek moeten niet over departementen verdeeld worden, maar dienen in samenhang te worden ingezet ten behoeve van de Nederlandse samenleving. Indien de middelen worden verdeeld over de verschillende ministeries, leidt dit tot een versnippering van inzet van de middelen.

B) De extra middelen die beschikbaar komen voor nieuwsgierigheidsgedreven wetenschappelijk onderzoek, dienen zowel ten goede te komen aan de kennisinstellingen als aan NWO.

Het accommoderen van de grote instroom van studenten in de afgelopen jaren heeft namelijk een grote aanslag gedaan op de middelen voor onderzoek. Dit is ten koste gegaan van de infrastructuur die nodig is voor onderzoek en heeft geleid tot een te hoge werkdruk bij de wetenschappelijke staf van de kennisinstellingen. Tevens zijn meer middelen bij NWO nodig om in alle belangrijke wetenschapsgebieden strategisch gekozen innovatief onderzoek mogelijk te maken voor onderzoeksgebieden die straks voor de maatschappij van belang zijn.

C) De extra middelen voor publiek-private samenwerking (PPS) moeten niet gebruikt worden ter compensatie van het eventueel afbouwen van de TKI-toeslag.

Een van de problemen in Nederland blijft dat de inzet van R&D vanuit het bedrijfsleven internationaal gezien te laag is (zie rapport Rathenau). De Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI)-toeslag voor publiek-private samenwerkingsprojecten is te laag en dient verhoogd te worden. Dit moet niet gerealiseerd worden door het afbouwen van de TKI-toeslag en compensatie via de middelen voor Spankracht.

D) NWO ressorteert al lange tijd onder het ministerie van OCW en dit heeft geresulteerd in een langdurige en vruchtbare samenwerking.

De overdracht van kennis van wetenschappelijke onderzoek naar studenten en kennisinstellingen is een van de belangrijkste aspecten van kennisbenutting.

Hoogwaardig onderwijs kan niet zonder hoogwaardig onderzoek. De zogeheten eerste en tweede geldstroom zijn nauw verweven. Deze verwevenheid van onderwijs en onderzoek is bij OCW op een natuurlijke wijze geborgd. Daarnaast is de samenwerking met andere ministeries van groot belang voor het in de praktijk brengen van de hoogwaardige kennis bij maatschappelijke instellingen en bedrijven. Daarom zal NWO ook nauwe contacten onderhouden met de andere ministeries.

E) De NWO-instituten dienen nationale instellingen te blijven.

NWO waakt ervoor dat de NWO-instituten een landelijke functie (wetenschappelijk, technische faciliteit en/of infrastructuur) blijven behouden en gelieerd zijn met de Nederlandse universiteiten en de daar werkzame wetenschappers.