Leerkracht op basisschool haalt pester en slachtoffer door elkaar

12 januari 2017

Leerkrachten op basisscholen zijn niet volledig toegerust om pestgedrag door leerlingen daadwerkelijk aan te pakken, hoewel bij hen een cruciale rol ligt in het terugdringen van het aantal gepeste kinderen in de klas. Leerkrachten weten soms niet precies wat pesten inhoudt, herkennen slachtoffers niet goed en menen pestgedrag in hun klas onder controle te hebben terwijl het er wemelt van de slachtoffers. Dat concludeert Beau Oldenburg in haar proefschrift ‘Bullying in schools. The role of teachers and classmates’. Zij promoveert 19 januari aan de Rijksuniversiteit Groningen met NWO-financiering binnen het Vernieuwingsimpulsproject (Vici) van René Veenstra.

Jongetje neemt ander jongetje in de houdgreepFoto: Shutterstock

Pesten onder jongeren is een groot probleem dat ernstige gevolgen voor het welzijn van alle betrokkenen heeft. In de afgelopen jaren is er veel onderzoek naar gedaan. Beau Oldenburg: ‘Uit deze onderzoeken blijkt dat pesten niet, zoals eerder werd gedacht, een interactie tussen alleen pester en slachtoffer is, maar een complex sociaal verschijnsel waarbij leerkrachten en klasgenoten een belangrijke rol spelen. Studies wijzen uit dat leerkrachten belangrijke actoren zijn als het gaat om pesten, dat klasgenoten als publiek voor de pester fungeren en dat relaties tussen leerlingen in de klas van invloed zijn op pesten en pestgerelateerd gedrag.’

Scholen die werken met het uit Finland overgenomen antipestprogramma Kiva laten een beduidende daling zien van het aantal pestgevallen. Maar de aanpak werkt lang niet in alle gevallen. Het project van René Veenstra probeert daar een oplossing voor aan te dragen.

Beau Oldenburg ( ’in bijna elke basisschoolklas wordt gepest’) verrichtte vier studies met data uit surveys onder scholieren en interviews met leerkrachten. Zij vond dat leerkrachten een verschil kunnen maken als het gaat om het aantal gepeste kinderen in de klas, maar dat zij niet volledig toegerust zijn om het pesten ook daadwerkelijk aan te pakken. Leerkrachten koesteren soms incorrecte opvattingen over pesten. Zo verklaarden sommige leerkrachten dat zij het gemakkelijk vonden om pesten onder hun leerlingen aan te pakken, terwijl er in die klassen juist veel gepeste leerlingen bleken te zijn. Daarnaast leken de leerkrachten niet goed te weten wat pesten precies inhoudt. Zij herkenden sommige leerlingen die beweerden gepest te worden niet als slachtoffers. Daarnaast bestempelden zij leerlingen die volgens hun zelf-rapportages niet gepest werden juist wél als slachtoffers.

Verdedigen is buffer tegen negatieve gevolgen

Oldenburg concludeert tevens dat het moeilijk is om te bepalen of een leerling echt gepest wordt. Leerkachten geven vaak sociaal-wenselijke antwoorden op vragen en suggereren ‘overdrijving’ van de situatie van de kant van de gepeste leerling. Oldenburg: ‘Zodra leerlingen hun gepeste klasgenoten verdedigen, is het voor de pester minder aantrekkelijk om ermee door te gaan. Daarnaast kan verdedigen als een buffer tegen de negatieve gevolgen van pesten werken – er is ten minste iemand die je helpt.

Ook de klassensamenstelling heeft invloed, zo stelt Oldenburg. 'Leerlingen in grotere klassen wijzen minder vaak klasgenoten als pestslachtoffer aan die dat zelf hadden gerapporteerd. Misschien kennen leerlingen elkaar minder goed en weten ze minder over elkaar in grotere klassen. In combinatiegroepen zijn eveneens minder slachtoffers: er is dan een mix van jonge en oudere leerlingen en daardoor minder competitie.'

Meer informatie

Beau Oldenburg (1987) voerde haar promotieonderzoek uit binnen het Vernieuwingsimpulsproject ‘Anti-bullying programs 2.0: Tailored interventions to minimize bullying’ van Vici-laureaat prof. dr. D.R. (René) Veenstra aan de Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen met medefinanciering uit het programma Onderwijs Bewijs. Zij blijft als postdoc werkzaam bij het project.


Bron: NWO